Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

'Als prostituee deed ik beter werk dan als non'

Home

door Cokky van Limpt

Carla van Raay, als kind seksueel misbruikt, werd op haar achttiende non en begon op haar 34ste, na een mislukt huwelijk, aan een loopbaan als prostituee. In 'Gods Callgirl' legde ze haar levensverhaal vast. Een gesprek met de in Tilburg geboren Australische, op promotietoer voor de Nederlandse vertaling van haar memoires.

In haar paarse broek en roze truitje maakt Carla van Raay - lang, blond, slank en gebruind onder de Australische zon - ondanks haar 66 jaar, een meisjesachtige indruk. Open, tikje verlegen wacht ze de vragen af.

'Gods callgirl' is een chronologisch verslag van haar leven geworden. Het is dankzij dagboeken en bewaarde brieven zo tot in alle details uitgewerkt, dat de dramatische keerpunten er niet makkelijk uit te destilleren zijn. Ook over de drijfveren achter haar cruciale beslissingen blijft de lezer in het ongewisse.

Maar in het gesprek laat Van Raay hierover geen misverstand bestaan. ,,Het seksueel misbruik door mijn vader, dat begon toen ik drie was en eindigde op mijn twaalfde, is allesbepalend geweest. Zowel voor mijn besluit om naar het klooster te gaan, als om prostituee te worden.''

Ze moest wel eerst 54 worden voordat deze oorzakelijke verbanden haar begonnen te dagen. En voor ze zichzelf kon accepteren als iemand die niet slecht is, geen vuile slet, niet minderwaardig, maar een onschuldig mens, de moeite waard als ieder ander. ,,Ik bén niet wat ik toen dééd. Overigens ben ik ervan overtuigd dat ik veel meer goed deed als prostituee dan als non.''

Een deel van haar misbruikverhaal is klassiek. Ze was bang van haar vader, die ze oraal moest bevredigen. Ze vond hem vies, maar hield tegelijkertijd zielsveel van de man met wie ze iets geheims en bijzonders deelde. Toen ze zes jaar oud was, deed hij iets heel drastisch. ,,Mijn vader had me apart genomen en me, met zijn handen bijna wurgend rond mijn keel, woedend bezworen dat ik nóóit iets mocht zeggen over wat er tussen ons voorviel, en zéker niet in de biecht tegen priester Janus, met wie ik bevriend was geraakt. Ik voelde me het slechtste meisje ter wereld en was ervan overtuigd dat God me verlaten had en me mijn zonden niet kon vergeven. Er bleef me niets over dan tot de duivel te gaan bidden, want ik dacht dat ik rechtstreeks naar de hel zou gaan.''

Na de emigratie naar Australië, toen Carla twaalf was, stopte haar vader plotseling met zijn misbruik. ,,Toen was ik ook niet meer papa's speciale meisje. Ik miste hem en ik voelde me verlaten.'' Op de plaatselijke parochieschool van de Congregation of the Faithful Companions of Jesus (congregatie van de trouwe metgezellen van Jezus) ontwikkelde ze al snel een vurige toewijding aan Jezus. ,,Ik werd misdienaar. Ik had mijn behoefte aan liefde overgeplant op Jezus; het is daaraan te danken dat mijn hart toen niet volledig op slot ging.''

Niemand keek er gek van op toen zij op haar achttiende het klooster in wilde. Dat leek zo voorbestemd. Door haar traumatische ervaringen wist ze niet goed wat ze met het gewone leven aan moest. ,,Het was een roeping om het klooster in te gaan en later ook om er weer uit te gaan.''

Van Raay geeft in haar boek een boeiend inkijkje in het Australische en Engelse kloosterleven van de jaren vijftig en zestig. Het onbarmhartige regime met de strenge stilteregel en het verbod op bijzondere vriendschappen, én de straffen die op overtreding stonden. Toch voelde zij zich er de eerste jaren gelukkig. Ze was gewend aan een laag zelfbeeld en het kloosterleven leerde haar dat dat gelijkstond aan deugd en nederigheid. Langzaam maar zeker maakten de opeenvolgende vernederingen en onrechtvaardige behandelingen toch de rebelse puber in haar los, die zuster Mary Carla op de daarvoor geëigende leeftijd niet had kunnen zijn.

Een hoofdrol in deze ontwikkeling was weggelegd voor het Tweede Vaticaans Concilie. De vernieuwingen die paus Johannes Paulus XXIII had doorgevoerd, vonden maar moeilijk hun weg naar zuster Mary Carla's congregatie. Lange tijd hadden de kloostervoogden van de congregatie van de Trouwe Metgezellen van Jezus de wijzigingen weerstaan die door Vaticanum II waren voorgesteld, maar in 1967 was er ook in Australië geen ontkomen meer aan. Het was veranderen geblazen, anders volgde ontbinding of fusie met een andere orde. Ineens was de tijd van blinde gehoorzaamheid en geen mening mogen hebben voorbij.

Zuster Mary Carla greep de nieuwe mogelijkheden gretig aan. ,,Er kwam krant, televisie, radio, we mochten met elkaar en tegen anderen praten. Maar de meeste nonnen wilden de vernieuwingen helemaal niet. Ze zagen ze als toegeven aan de zwakheid van de menselijke natuur en voelden hun heiligheid erdoor afbrokkelen. Ik was de enige die de krant las en televisie keek. Ik maakte nieuwe ontwerpen voor de habijten, waarvoor geen enkel animo was, liet mijn haar groeien, ging dansen op moderne muziek. Maar niemand wilde meedoen.''

Door allerlei treiterijen raakte zuster Mary Carla steeds verder geïsoleerd. Uiteindelijk zat er niets anders op dan uittreden. Ze werd weer Carla van Raay, ging lesgeven op een middelbare school, en trouwde met James, 'een door en door goede en lieve, saaie man'. Ze kregen samen een dochtertje. Maar een kortstondige gepassioneerde relatie van de inmiddels 34-jarige Carla met de vijftien jaar jongere Aüron ontstak het seksuele vuur in haar. Gescheiden, met kind, rolde ze als vanzelf in de prostitutie.

Lange tijd voelde ze zich daar uitstekend bij. Ze fantaseerde dat de seksuele daad een extatische vorm was van tot God bidden. 'Gods callgirl' zou het beste in mannen naar boven halen en hun energie met haar vrouwelijke sappen in balans brengen. Totdat ze verdwaalde in het 'moeras van de realiteit'. Het genot verdween en de fraaie fantasieën verschrompelden. ,,Ik wilde al heel lang van beroep veranderen, maar iets in mij saboteerde dat.''

Van Raay stortte zich van de ene new-agetherapie in de andere: rebirthing, voice dialogue, neurolinguïstisch programmeren, sjamanisme, Landmark. 'Spiritueel wezen' Isaac Shapiro bracht uiteindelijk de ultieme verlossing.

,,Ik gaf mijn vader de schuld dat hij mijn leven had verziekt en tegelijkertijd voelde ik mezelf schuldig en schaamtevol over het leven dat ik had geleefd. Shapiro leerde mij zien dat ik mijn slechte zelfbeeld had opgedaan bij mijn ouders, leraren en anderen in mijn omgeving.

Ik geloofde dat het niet goed kon komen met mij, maar wat er werkelijk moest genezen, was het idee dát er iets met mij verkeerd was. Ik had een raar geloofssysteem vol leugens over schuld en schaamte aangenomen als waar. Toen ik die gedachten en gevoelens kon loslaten, voelde ik mijn eigen onschuld én die van mijn vader, die op zijn beurt ook heeft geleden, ook is misbruikt en door zijn vrouw vernederd werd.

'Carla, blijf bij jezelf', zei Shapiro. Die woorden gingen recht in mijn hart. Toen ik die hoorde, verloor ik het gewone bewustzijn van mezelf, van wie ik was en waar ik was, mijn verleden. Ik vergat alles op dat moment.''

,,Toen voelde ik aan wíe ik eigenlijk was: een eeuwig wezen. Voor dat moment, misschien een halve seconde, wist ik dat ik eeuwig bestond en dat er met mij als eeuwig wezen niets mis was.''

Geloven doet Carla van Raay nog steeds, met volle overgave. Maar niet in een God die oordeelt, beloont en straft. ,,God is alles voor mij, alles wat er is in de wereld, is voor mij God.''

Deel dit artikel