Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

'Als je een ziekte hebt, betekent dat altijd verlies'

Home

TEKST MIEK SMILDE FOTO'S MERLIJN DOOMERNIK

Sybrand Veeger (1961) is dichter en werkt op een manege. Dertig jaar geleden werd bij hem schizofrenie geconstateerd. Dat leidde tot jarenlange opname in een psychiatrisch ziekenhuis. Inmiddels woont Veeger zelfstandig.

Les 1

Iedereen moet worden gekend

"Ik ben opgegroeid in Enschede, in een warm katholiek gezin. Mijn vader was huidarts, mijn moeder was op en top huisvrouw die haar handen vol had aan haar vijf kinderen. Ik ben de oudste zoon. Ik herinner mijn jeugd als heel gelukkig. Ik had veel vrienden en vriendinnen en elke vakantie bracht ik door op de boerderij van Marietje Vrommink, de dochter van de boer die bij ons thuis hielp. Daar heb ik de liefde voor het boerenbedrijf opgevat.

De eerste vier jaar op de middelbare school waren nog gelukkig. Ik ging naar het atheneum en was goed in talen. Daarna werd ik stiller, somberder. Ik koos de exacte vakken en trok mij terug in mijzelf. Na mijn eindexamen verhuisde ik naar Groningen voor mijn studie. Toen ging het mis. Ik kon de studie niet aan, ik kreeg wanen, ik zwierf door de straten.

Na negen maanden kwam er hulp. Ik stond midden op een kruispunt het verkeer te regelen en werd aangehouden door de politie. Ze dachten dat ik dronken was. Twee keer hebben ze me zo van straat gehaald. Toen werd ik opgenomen.

Mijn leven is goed gekomen toen ik in 1981 op de Fransciscushof terecht kwam, een psychiatrisch ziekenhuis. Vijf dagen in de week werkte ik in de tuin, daarna kreeg ik een plekje op de manege van Mans die ook de dieren in het ziekenhuis verzorgde. Mans heeft mij een plaats gegeven, ik ben iemand. Dat is belangrijk, dat iemand je zo veel vertrouwen schenkt. Ik kwam wel eens drie, vier maanden niet opdagen, maar als ik terugkwam, was Mans blij dat ik er weer was. Hij heeft mij geleerd dat je mag zijn zoals je bent. Iedereen moet worden gekend."

Les 2

Houd moed

"In Enschede had ik een vriend, Bertus. Hij leed aan spierdystrofie en is maar 27 jaar geworden. Bertus kon niet meer bewegen, maar nog wel heel goed praten en goed rekenen. Hij woonde in het Geert de Leeuwhuis waar iedereen in een rolstoel zat. Ik ging er vaak heen. Bertus kon grappen maken over onze ziekten. 'Jij bent de minst gehandicapte van ons allemaal, haal jij eens even koffie', zei hij dan. Bertus zag altijd wat iemand wél kon. Hij heeft zijn diploma boekhouden gehaald, terwijl hij wist dat hij niet lang zou leven. Doorgaan, niet bij de pakken neerzitten; dat was Bertus. Die simpele waarheid hebben mijn ouders mij ook voorgeleefd. Mijn moeder zegt het nog steeds bij het afscheid: Houd goede moed. En veel groeten."

Les 3

Ziekte heeft geen schuld

"Ik had wanen. Ik was heel druk, een beetje manisch, ik kreeg conflicten met mensen om mij heen en deed dingen waarvan ik achteraf spijt had. Door de ziekte verlies je controle, je gelooft alles wat je denkt. Het is geen aanstellerij. Schizofrenie is een hersenziekte waarbij de prikkeloverdracht niet goed werkt. Als mensen dan onder druk komen te staan, wordt het een chaos. Dan komen de wanen, de angsten, de psychoses.

Aanvankelijk dachten ze dat het aan mijn ouders lag. Ze zochten de oorzaak van mijn problemen in het gezin, bij de opvoeding. Terwijl het probleem daar helemaal niet lag! Ieder mens heeft de aanleg om een psychose te krijgen. Vlak voordat iemand inslaapt, krijgt hij vaak een fantasie. Zo werkt het bij schizofrenie ook. Dat je hersenen andere stofjes aanmaken waardoor je waanbeelden krijgt.

Bij schizofrenie spelen erfelijke factoren een rol; in mijn familie komt het veel voor. Daarnaast zijn er psychosociale factoren. Stop iemand twee keer 24 uur in een donker hol en hij komt er waanzinnig uit."

Les 4

Heb niet te hoge verwachtingen

"Aanvankelijk wilde ik niet accepteren dat ik schizofrenie had. Ik ging naar Friesland, naar Woudsend, en liep daar zo het water in. Ik wilde verdrinken, dacht ik. Maar dat was niet zo.

Uiteindelijk belde ik aan bij een boer, kletsnat en koud. Hij gaf me droge kleren en wat te eten. 'Vertel je verhaal maar', zei hij.

Toen kwam er begeleiding en verhuisde ik naar het psychiatrische ziekenhuis waar ik nieuwe vrienden ontmoette. Jan Klein Hofmeijer, Pieter en Pancho. Met Jan heb ik lang samengewoond, samen met Marianne. Marianne is nog steeds mijn huisgenoot.

Jan was de voorzitter van de cliëntenraad in het ziekenhuis. Eigenlijk heeft hij mijn leven gered. Hij leed ook aan schizofrenie, maar woonde toen al zelfstandig in een sociowoning. Hij was een geboren voorzitter. Hij had altijd een hamer bij zich, en als ik de boel weer eens op stelten zette, hamerde hij mij af. Dat is heel belangrijk, dat mensen een voorbeeldfunctie hebben. Dat je niet alleen de schizofreen bent, maar dat je ook talent hebt. Jan leerde mij dat je tevreden moet zijn met jezelf. Hij accepteerde dat hij ziek was en ook dat hij daarom medicijnen nodig had. Dat zei hij ook tegen mij: Accepteer wat het is. Heb niet te hoge verwachtingen van het leven en ook niet van jezelf."

Les 5

Behandel elkaar met respect

"Mijn vriend Pieter is gitarist. Ik luister altijd naar zijn muziek, daar word ik rustig van, ik kan er goed bij denken. Mijn huisgenoot Marianne, met wie ik al twaalf jaar samenwoon, is een heel lieve moeder en oma. Ze is zorgzaam, we hebben altijd goed overleg. We letten op elkaar, we zijn solidair. Net als Johan en Maria. Dat zijn de zus en zwager van Jan. Na zijn dood zijn ze bij ons gebleven. Johan doet onze administratie en is mijn persoonlijk begeleider.

Pieter en Marianne zitten in mijn signaleringsteam. Als ik weer wat drukker word, geven zij dat aan. Mede daardoor heb ik de ziekte nu goed onder controle. Mijn medicatie is afgebouwd, de angst is daardoor minder geworden en ik ben actiever.

Voor wat hoort wat. Ik neem wel eens een bloemetje mee voor Marianne, ik help Johan in zijn tuin. Ik hoef Pieter maar te bellen en hij weet hoe het met me gaat. Pieter en ik kunnen allebei heel angstig zijn en dan gunnen we elkaar een extra tabletje om die angst te dempen. Dat wederzijdse respect is voor mij de kern van ons bestaan."

Les 6

Geloven helpt het verlies te dragen

"Hoewel ik katholiek ben opgevoed, wilde ik eigenlijk humanist worden. Op Franciscushof ging ik naar de pastor en vroeg om een humanistisch raadsman. Diezelfde middag was ik weer katholiek.

Als je een ziekte hebt, betekent dat altijd verlies. Het verlies van verwachtingen, van mogelijkheden en soms van vrienden. Het katholicisme heeft me geholpen dat verlies te dragen. Het heeft me ook geholpen toen Jan vier jaar geleden overleed. Ik wist dat er rituelen waren om het verlies te doorleven zonder dat je er depressief van wordt.

Op maandagochtend ga ik vaak naar de kapel in het verzorgingshuis hier in het dorp. Dan zitten daar een man of twintig, veel oudere mensen. We hebben altijd plezier, er zit veel humor in de katholieke kerk. Dat relativeert. Ik kom ook wel eens op de abdij hier in de buurt. Daar zeggen ze dat ik destijds in Woudsend Jezus heb ontmoet. Alsof ik daar ben gedoopt."

Les 7

Alles heeft een tijd

"Mijn lievelingsboek uit de Bijbel is Prediker. Dat alles een tijd heeft. In alle fasen van mijn leven was er nooit alleen maar ellende. In mijn studententijd, toen ik zo depressief werd, reed mijn jongste broer op woensdagmiddag naar mij toe in de auto van mijn vader. Dat gaf een zekere lichtheid aan mijn bestaan, omdat hij mij wel geloofde als ik mij Napoleon waande. Ook toen ik in Milaan in een politiecel werd gegooid en heel erg psychotisch en angstig was, voelde ik ergens nog schoonheid en vreugde. Mijn vader kwam mij halen en ik voelde me veilig, ondanks het verdriet.

Mensen hebben heel hoge verwachtingen van het leven en van zichzelf. Iedereen jaagt ijdelheid na. Maar het maken van carrière is heel betrekkelijk. Hoe hoger de verwachtingen, hoe groter de teleurstelling. Toen ik ziek werd, was ik zo teleurgesteld in mijzelf. Dat ik buiten de boot was gevallen, dat ik niet voldeed. Nu leef ik bij de dag. En daar schrijf ik over."

Sybrand Veeger
Sybrand Veeger (1961) studeerde economie in Groningen toen hij zijn eerste psychose kreeg. De diagnose: schizofrenie. Schizofrenie is een ernstige psychiatrische ziekte die gepaard gaat met wanen. Soms zijn mensen daarnaast angstig en depressief. Ongeveer één op de honderd mensen lijdt aan deze ziekte. Per jaar komen er in ons land zo'n drieduizend patiënten bij.

Veeger verbleef in de jaren tachtig lang op Franciscushof, een algemeen psychiatrisch ziekenhuis in het oosten van het land. Hij woont al weer ruim dertien jaar zelfstandig, samen met zijn - inmiddels overleden - goede vriend Jan en huisgenote Marianne. Veeger werkt drie dagen per week op de manege van Mans en diens zuster Ali. Daarnaast schrijft hij gedichten. Zijn lievelingsgedicht is Dagje aan Zee. Inmiddels zijn zeven dichtbundels verschenen.

Dagje aan zee
Geluiden van vogels en water in de verte,

een prille laatste zon,

een dijk met water erachter.

Vogels geven richting aan ons leven.

De mist verdwijnt langzaam.

De weg is weer zichtbaar.

O zo mooi, eeuwig bruisende golven in de verte.

Aan mijn zijde een stille vriend op mijn bankje.

Zo benauwend als de mist was,

zo ruim is nu het zicht.

Vannacht, in een droom, vertelde een helderziende,

dat het goed zou zijn.

En vandaag is het goed, opgenomen te zijn in de natuur.

Over 'nooit vergeten' stromen gedachten.

Hoe pijnlijk en eenzaam het was,

hoe vol en mooi het nu is.

Over rust en tevredenheid.

Over de horizon die ooit dichtbij was,

Over eindigheid van strand, zee en lucht.

Over verlies van de strelende hand die krachteloos werd.

Over het onvoorspelbare van geschenken die komen,

wanneer mijn eisen verdwijnen, wanneer verwachtingen

bijgesteld zijn.

De horizon is nu ver weg.

Dat is harmonie.

Zacht is het antwoord op al mijn vragen van vandaag.

De zee heeft het hart op haar tong.

Geluiden van vogels en water in de verte,

een prille laatste zon,

een dijk met water erachter.

Deel dit artikel