Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

'Alleen in een rok ben je welkom'

Home

Gerrit-Jan KleinJan

Rachel Visscher in twee gedaanten: Links in haar refo-outfit, rechts in haar eigen dagelijkse tenue. Foto: Werry Crone

Een half jaar woonde journaliste Rachel Visscher in strenggereformeerd Genemuiden. Een confrontatie met een wereld vol angst en zwaarmoedigheid.

Eén keer maakte Rachel Visscher een fout. Toen trok ze  vanwege de kou een broek aan  in plaats van de gebruikelijk rok. In  dat kledingstuk belde ze aan bij een  stokoude, strenggelovige man. Dat  nu, was een misrekening.

Nee, mevrouw Visscher, gaf de bejaarde haar te kennen. "In die kleren  komt u mijn huis niet binnen. Als u  een rok aanheeft, mag u op de thee  komen. Anders niet."

 De man was niet te beroerd om het  even haarfijn uit te leggen. "Kijk Rachel, zo gaat dat bij ons in de Gereformeerde Gemeente. Mannen dragen  een broek, vrouwen een rok. Dat is  door het geloof ingegeven. Snapt Rachel dat wel?"

Zo en niet anders luidt de logica in  bevindelijk gereformeerd Genemuiden. Althans, dat stelt Rachel Visscher (29), historica, antropologe en  journaliste uit Rotterdam. Ongeveer  een half jaar woonde ze in het stadje  in Noordwest-Overijssel.  "Gelovigen  zijn in deze stad in de meerderheid.  Als meerderheid zijn ze sterk.
Dwingend soms. Twijfelaars, afvalligen en  buitenstaanders geloven dan ook altijd een beetje mee",  schrijft Visscher in 'Zwarte Dauw', een boek  met journalistieke reportages dat ze  schreef over haar verblijf.

Ook Visscher geloofde, zoals ze het  noemt, 'een beetje mee'. Want 'wereldse' zaken als een 'mannelijke'  broek,  'uitdagende' truitjes en 'goddeloze' make-up liet ze zoveel mogelijk thuis. Afgezien van die ene keer  dus met die spijkerbroek - en toen  ging het mis.

 In een rok, met gedekte kleuren en  de haren in een staart kwam ze bij gelovigen over de vloer. Ze ging met  hen naar de kerk. Ze bracht haar  vrije tijd met ze door. Ze sprak met  hen over het geloof.
Waarom uitgerekend de biblebelt?

"Ik kende de wereld uit verhalen van  mijn vader. Genemuiden is de stad  waar hij opgroeide. Tijdens zijn studie brak hij met zijn geloof. Hij zei altijd: 'Je proeft in dat soort gemeenschappen veel afkeuring'."
"Dat ervoer ik als kind ook, op bezoek bij mijn grootouders. Je merkte  dat bepaalde dingen niet goed waren. Dat ik een spijkerbroek droeg,  bijvoorbeeld. Dat werd niet uitgesproken, maar je merkte het aan  kleine dingen, afwijzende blikken.  Een paar jaar geleden was ik er op  een begrafenis van een oom. Hij  kwam al jaren niet meer in de kerk,  maar werd toch heel hoog geacht in  de gemeenschap. Hierdoor werd ik  nieuwsgierig."

Je kende dus vooral de clichés: donkere  kleding, rokken, zwaarmoedigheid.
"Je moet je voorstellen: als je niet  met de Bijbel bent opgegroeid - en al  helemaal niet dagelijks - dan ken je  de inhoud van hun opvattingen niet.  Ik weet volgens mij ook nu maar een  heel klein stukje van die wereld, hoewel ik al veel meer weet dan anderen  die dat milieu niet kennen. Het is bijna een soort taal die je moet leren,  een taal die moeilijk in elkaar  steekt."

Je kwam, schrijf je, Genemuiden niet  gemakkelijk binnen.
"Aanvankelijk dacht ik in een soort  naïviteit: laat ik er maar gewoon  naar toe gaan. Maar toen ik mensen  op straat aansprak wilde niemand  wat zeggen. Ze waren zóóó afwijzend, zóóó angstig. Ik vroeg ze welke  kerk ze bezochten. Dat mocht dus al  niet. Het is een soort ingebedde argwaan. Mensen merken al snel, aan  een paar woorden soms, dat je niet  dezelfde kennis hebt als zij. Toen besloot ik in ieder geval mijn kleding  aan te passen."

Dat hielp?
 "Inderdaad. Nu vind ik niet  dat ik er  normaal zo wild uit zie, maar ik  kleedde me iets keuriger. Ik trok een  blauwe wollen rok aan en donkere  panty's. Daaronder droeg ik zwarte  instappers. Ik ben niet als de snobby- journalist binnengekomen. Ja, dat  had wel effect. Kleding is heel belangrijk. Toch zeggen de mensen  daar  allemaal: 'in onze kerk gaat het  niet om de kleding, maar om de gedachtengang'."

Hoe wist je wat de juiste kleding was?

Ze grinnikt: "Ik heb goed gekeken  wat reformatorische vrouwen dragen. Zo, een beetje op gevoel, heb ik  het bij elkaar gezocht. Je kunt die  kleren overigens ook in speciale winkels kopen. Heb ik niet gedaan. Ik  ben gewoon een tweedehandswinkeltje binnengestapt. Make-up en  oorbellen liet ik achterwege."

Welk soort geloof kwam je tegen?
"Ik zei eens tegen een ouderling dat  ik niet was gedoopt. 'Als jij niet bent  gedoopt en niet gelooft', zei hij toen,  'dan is je leven eigenlijk waardeloos.' Aan hemel en hel hangen ze  hun hele denkwereld op. De bekering staat erg centraal. Je kunt psalmen lezen, je kunt naar de kerk  gaan, maar uiteindelijk draait het  om één ding: heb je een bekeerd hart  of niet. Dat is heel complex om te  doorgronden.  Je moet, om er echt bij  te horen, de ellende van de zonde ervaren hebben. Het heeft, vind ik, wel  trekken van een depressie. Bekeerde  mensen vertelden mij dat ze een  donkere periode mee hadden gemaakt, zo donker en verward dat ze  het niet meer zagen zitten. Uiteindelijk krabbelden ze op toen ze voelden  dat God ze bekeerd had."

Heb je dat geloof als buitenstaander  echt doorgrond?

"Ik ben wel dichtbij gekomen, denk  ik. Als mensen beginnen over die  zwaarte, die ellende, dan ga je je daar  toch een voorstelling van maken.  Het is zo negatief. Je wordt in die kerken heel klein gemaakt. Je wordt er  zwaarmoedig van."

Een observatie is nog wat anders dan   doorgronden.
"Ik kan dat natuurlijk nooit zo aan  God koppelen zoals zij. Ik associeer  het begrip God met iets moois, iets  positiefs. Met openheid, liefde. Niet   met oordelen over anderen. Ze hebben in wezen toch een heel beperkte  visie op het leven. Je bespeurt altijd  die afkeuring over mensen die op  een andere manier in het leven  staan."

Je boek is in de reformatorische wereld  met de grond gelijkgemaakt. Het zou  een karikatuur zijn. Er zouden fouten  in staan.
"Weet je,  ik vind dat een belediging  voor mijn werk. Dan komt daar iemand die in een totaal andere wereld  is opgegroeid. Die gaat zich in hen  verdiepen, die gaat proberen hen te  begrijpen. En dan is het nóg vernietigend. Kennelijk missen ze het instrumentarium en de kennis die ik wel  heb. Zij kunnen niet als buitenstaander naar zichzelf kijken. Eigenlijk  kun je ze dat ook niet echt kwalijk  nemen. Door hun geslotenheid zijn  ze dat immers niet gewend."

Een vrouw in je boek heeft 'vissenogen'. Een jongeman is 'sinister'. Iemand anders is 'trots' en lacht 'zelfingenomen'. Niet zo positief allemaal.

" Dat ben ik niet met je eens. Was ik  hier in Rotterdam onder een groep  allochtonen geweest en ik had dat  gezien, dan had ik dat ook zo opgeschreven. Bovendien heb ik mensen  ook wel positiever aan het woord gelaten. Maar: het is ook míjn eigen visie en oordeel dat ik weergeef. Misschien voldoen vissenogen niet aan  het gangbare beeld van schoonheid,  maar ik vond dat toch een mooie  vrouw. Om de inhoud. Ze vertelde  me dat ze van haar man houdt."

Het avondmaal, beschrijf je, gebeurt  met water en brood. Dat zou dan de  eerste kerk zijn waar ze dit sacrament  niet met brood en wijn vieren. 
Ze aarzelt even. "Ik heb dat echt zo  gezien."

Je invalshoek en dit soort fouten zijn je  niet in dank afgenomen.
 "Ik heb gehoord dat er wel degelijk  mensen zijn die zich erin herkennen. Maar sommigen uit het boek  zeiden me achteraf: 'We zeggen de  hele dag: looft den Heer, dat had je  erin moeten zetten'. Nou, dat heb ík  niet gehoord."

Rachel Visscher: Zwarte dauw. Geloven  in een Hollandse gemeenschap. Augustus, Amsterdam. ISBN   9789045701844;  172 blz.   € 16,95.

Deel dit artikel