Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

'Aan een milde Karskens heb je niks'

home

Adri Vermaat

Arnold Karskens © Patrick Post

Oorlogsjournalist Arnold Karskens windt zich op over de tamheid die hij bij journalisten signaleert. In zijn nieuwe boek 'Journalist te koop' interviewt hij gedreven vrijdenkers. 'Er is niets mooiers dan de journalistieke drive.'

Heilige huisjes bestaan niet voor Arnold Karskens. De oorlogsverslaggever heeft de pen bij de hand en draagt het hart op de tong. "Ik ben niet de journalistiek ingegaan om vrienden te maken." Hij kent geen aarzeling. "Ik benoem de dingen graag. Dat geeft je het beste gevoel."

In het etablissement waar we hebben afgesproken, brengt Karskens (61) dat gevoel onverwacht in de praktijk. De muziek is zo luid dat Nederlands meest ervaren oorlogsverslaggever er de pest over in krijgt. Tot drie keer toe verzoekt hij het jonge personeel vriendelijk of het iets minder luidruchtig kan, want 'ik versta mezelf niet eens'. Na iedere korte pauze neemt het aantal decibellen tot zijn ergernis weer snel toe.

Lees verder na de advertentie

"Nou die rotmuziek zachter", sommeert Karskens dwingend bij zijn vierde verzoek. Vanaf dan blijft het onwerkelijk stil in de horecagelegenheid en horen we alleen Karskens stemgeluid.

Zijn journalistieke leven bestaat uit zwerftochten. Avonturen in oorlogsgebieden met veelal een ongewisse afloop en altijd doordrongen van de noden van volwassenen en vooral kinderen. Hij is er de man niet naar om in zulke weken, vaak maanden, avonden met collega's aan de bar 'door te pimpelen'. Een enkele keer, als de gelegenheid daar is, een borrel met een bekende, meer niet. Hij is meer en liever een solist. Dat alleen al voorkomt dat anderen zijn journalistieke werk kunnen beïnvloeden. Hij regelt en organiseert de zaken waarvan hij denkt dat ze moeten zelf. Of hij raadpleegt zijn zorgvuldig opgebouwde netwerk dat hij in ieder land van spanningen en (burger)oorlogen heeft.

Ik ben niet gevoelloos, maar voel niet alle lasten op mijn schouders

Kritische getuige
Hij was in het Chili van generaal Augusto Pinochet, het Argentinië van een andere dictator, Jorge Videla. Zijn eerste 'oorlogsreis' voerde hem in 1981 naar de guerrillero's van het Revolutionair Leger van het Volk in El Salvador, een destijds verscheurd land met doodseskaders en, toen de balans was opgemaakt, 75.000 of meer doden. Hij was bij de burgeroorlog in Sri Lanka, deed verslag vanuit Tsjetsjenië waar martelingen en verdwijningen aan de orde van dag waren en hij werkte in de oorlogsgebieden van Afghanistan en Irak.

Meer dan dertig conflictgebieden bezocht hij de afgelopen decennia. Hij was een kritische getuige en waarnemer van het leed dat zich in wisselende gedaanten afspeelde. Doden, armoede, honger, angst, verdriet en vuiligheid passeerden zijn blik. Die cocktail gaf hem vaak een schok. Maar 'verknipt' raakte hij er niet door. "Ik ben niet gevoelloos, maar voel niet alle lasten op mijn schouders", zegt hij erover. "Van alle slechtigheid in de wereld word ik niet depressief of chagrijnig." Met een knipoog: "Misschien maakt dat me wel een slecht mens."

Ernstig: "Ik denk dat het belangrijk is om te leren hoe om te gaan met de ellende die je ziet. Als je je op de juiste manier instelt, denk ik dat je er aardig mee overweg kan. Ik hoor weleens: 'Als je ermee stopt, komen de problemen'. Of dat in mijn geval zo is, weet ik niet. Ik heb er nog geen last van."

Verzetsfamilie
Misschien scheelt het, zegt hij, dat hij uit een verzetsfamilie komt die zelf het nodige verdriet meemaakte in de Tweede Wereldoorlog. Of hij is gewoon een nuchter mens. "Voor een veteranenblad heb ik gewerkt als columnist. Dan hoor je ook vaak verhalen dat ze getraumatiseerd terugkomen. Nou ken ik natuurlijk veel van die posten, omdat ik er zelf ben geweest. Ik snap dan echt niet hoe ze aan een trauma kunnen komen. Vaak gebeurde er heel erg weinig. Niet in alle gevallen hoor. Maar wat je ziet, is dat mensen die het echt zwaar voor hun kiezen hebben gekregen, er minder last van hebben."

'Gedreven' is Karskens in ieder geval. Dat woord gebruikt hij vaker tijdens het interview. Naast zijn ervaring is gedrevenheid voor hem een van de kurken waarop hij als zelfstandig journalist drijft. Een journalist die gedrevenheid mist, die ambitie ontbeert om zich met ziel en zaligheid op zijn werk te storten, die een negen-tot-vijfmentaliteit hanteert, welnu, die journalist heeft in de visie van Karskens een verkeerde afslag genomen.

Als een journalist niet boos kan worden, kan hij nooit een goede journalist zijn.

Gemakzucht
"Als de journalistiek eenmaal in je zit, die drive, is er niks mooiers", verhaalt hij over zijn liefde. "Ik probeer het zo lang mogelijk vol te houden. Gelukkig ben ik gezond. Ik voel mij fit en kan nog boos worden. Want als een journalist niet boos kan worden, kan hij ook nooit een goede journalist zijn. Aan een milde Arnold Karskens heb je bovendien niks. Daarom ben ik niet milder geworden".

Nu hij de zestig is gepasseerd, verruilt hij zijn autoriteit van oorlogsverslaggever stilaan voor die van, zoals hij het noemt, 'journalist van het volk'. Hij windt zich op over het gemak waarmee journalisten naar hij vermoedt voor een paar euro's meer de overstap maken naar banen in de voorlichting. Hij ergert zich over de tamheid onder journalisten, de gemakzucht. Journalisten moeten er harder aan trekken, vindt hij.

Vluchtelingenreis
Als voorbeeld noemt hij de berichtgeving over de vluchtelingenproblematiek. Zelf stapte hij vorig jaar in een bootje dat hem en zeven, acht vluchtelingen van de Turkse badplaats Bodrum naar het Griekse eiland Kos bracht. "Ondanks wat bangmakerij van Turkse patrouillevaartuigen voelde ik me op mijn plek in die boot. Ik heb me nooit zo jong gevoeld als toen. Ik deed het maximum wat ik als journalist moest doen: het vluchtelingenverhaal verduidelijken."

"Iedereen sprak over de bootvluchtelingen, niet één journalist ging mee", zegt hij. Aanvankelijk haalde hij bakzeil. De grote maffiajongens poeierden hem af, eenvoudig omdat hij niet op een vluchteling leek en hij daarmee als te groot risico werd bevonden. Vanuit Bodrum met zijn 'halve' smokkelaars en kleinere boten lukte het hem wel.

"Het ging mij vooral om de voorbereiding van zo'n tocht", legt hij uit. "Hoe werkt dat, wie zijn die vluchtelingen, wie zijn die smokkelaars? Precies weten wat er speelt, daar gaat het in de journalistiek om. In Bodrum ben ik niemand tegengekomen die zei: 'Mijn leven loopt nu gevaar'. De middag voor we vertrokken, lagen we allemaal aan het zwembad. Je ging lekker eten en daarna kon je op de boot springen. Dat gebeurde. De mensen hadden veel geld. Je hoefde geen medelijden met hen te hebben. Dat ze voor een beter leven gaan, begrijp ik. Maar met échte oorlogsvluchtelingen had het niks te maken. Die had ik zo herkend, omdat ik er zelf tussen heb gezeten."

Het enige waarin journalisten nu goed zijn getraind, is het wijsvingertje. Dat functioneert perfect.

Tegen schenen schoppen
Hij hekelt de berichtgeving over vluchtelingen in de media. "Als je alleen in Nederland zit en die huilende kinderen ziet en hoort en je kent de werkelijke achtergronden niet, ja dan houd je dat zielige verhaal erin. Daarom moet een journalist eropuit. Altijd. Al die columns van journalisten die hun buurt niet uitkomen. Die praten over de shampoo, over hun kinderen, het gaat nergens meer over. Ze schrijven het leuk op, maar journalisten hebben een maatschappelijke functie. Je moet tegen schenen durven schoppen. Het enige waarin journalisten nu goed zijn getraind, is het wijsvingertje. Dat functioneert perfect."

Als je ervaring hebt in de journalistiek, weet je dat je dingen moet benoemen", is zijn overtuiging. "Hoe eerder je dat doet, hoe beter. Dat is een goede journalistieke eigenschap. De jongere generatie met minder ervaring laat dat 'benoemen' van zaken lang op z'n beloop. Ze kunnen het niet overzien, vinden het genant. Het gaat tegen hun politieke voorkeuren in of ze vinden het vervelend voor hun collega's. Een krant met alleen jonge journalisten werkt daarom niet. Dat kan niet. Dat is een luchtballon. Er zit geen inhoud in. Stuur jonge verslaggevers de straat op. Het is aan chefs en hoofdredacties om hen als het moet de straat op te schoppen."

Jongensdroom
Voor Karskens zelf is de journalistiek nooit een jongensdroom geweest. Als zoon van een melkveehouder in Beemster was hij ooit voorbestemd om, evenals zijn broer, voedseltechnologie te studeren. Maar op zijn zestiende al reisde hij alleen door Europa. De studie zag hij niet zitten. Hij was er te vrijgevochten voor. "Ik kom uit de hoge boerenstand, van oudsher een heel conservatieve groep mensen", vertelt hij. "Met een beetje de ziel onder mijn arm ben ik gaan reizen. Door het vele werk thuis gingen we nooit met vakantie. Ja, een dagje naar Grouw, naar het skûtsjesilen. Ik wilde altijd naar de horizon toe, of over de horizon."

In 1976, toen de wereld voor zijn gevoel nog maakbaar was, reisde hij naar Latijns-Amerika. Niet als journalist, maar als idealist met het doel mensen daar te helpen met schilderen en timmeren. In Guatamala-Stad vroeg hij Nederlandse paters hoe hij het beste kon helpen. Karskens: "De paters zeiden: 'Als je naar buiten loopt, zie je duizend schilders en andere vaklui werkloos rondlopen'. Ze hadden mij helemaal niet nodig. Voor mij was dat een deceptie. Ik had het beeld van een zielige, arme derde wereld, die ons nodig had."

Aangezien hij toch in Latijns-Amerika verbleef én lid was van de toenmalige PSP, begon hij van daaruit stukjes te schrijven voor het aan de politieke partij gelieerde blad Radicaal. Eenmaal terug in Nederland vond hij in de bibliotheek een brochure van de School voor Journalistiek in Utrecht. Hij meldde zich aan, sloeg een jaar over, liep stage bij onder meer de toenmalige kerkredactie van Trouw en koos voor oorlogen. Nooit embedded, want aan de leiband lopen van militairen heeft Arnold Karskens nooit zien zitten.

Trouw.nl is vernieuwd. Vanaf nu is onbeperkte toegang tot Trouw.nl alleen voor (proef)abonnees.

Deel dit artikel

Advertentie
Ik ben niet gevoelloos, maar voel niet alle lasten op mijn schouders

Als een journalist niet boos kan worden, kan hij nooit een goede journalist zijn.

Het enige waarin journalisten nu goed zijn getraind, is het wijsvingertje. Dat functioneert perfect.

Wilt u dit artikel verder lezen?

Maak vrijblijvend een profiel aan en krijg gratis 2 maanden toegang tot Trouw.nl.

Het e-mailadres bij dit profiel is nog niet bevestigd. Een link om te bevestigen kun je vinden in je inbox.
Ben je de link kwijt? Vraag hier een nieuwe aan.

Ongeldig e-mailadres

Wachtwoord is niet correct

tonen

Wachtwoord komt niet overeen

tonen

U moet akkoord gaan met de gebruiksvoorwaarden

Wij gaan vertrouwelijk om met uw gegevens. Lees onze privacy statement.