Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Zet in op boeren die vooroplopen in dierenwelzijn en gezond voedsel

Groen

Hein Vrolijk en zelfstandig onderzoeker en adviseur innovatie en clustervorming

Leden van Milieudefensie en van het burgerinitiatief Megastallen Nee voeren actie tegen de komst van nieuwe megastallen. © anp
Opinie

Alleen al het woord megastallen vinden de voorstanders van schaalvergroting zwaar overdreven. Ze verwijzen naar gigabedrijven in bijvoorbeeld Californië, met tienduizenden varkens. De vraag is of we met megastallen niet een wedstrijd spelen die we qua kostprijs toch verliezen van de buitenlandse gigastallen. In ons dichtbevolkte landje met een goed opgeleide bevolking moeten we het niet hebben van grootschaligheid maar vooral van slimme en 'omgevingsvriendelijke' landbouw, in de meest brede zin van het woord.

Volgens de voorstanders is juist grootschaligheid nodig om die landbouw te realiseren. Ze verwijzen naar onderzoek waaruit blijkt dat milieu en dierenwelzijn bij grote stallen beter geregeld zijn dan in kleine. Dit big is better-argument berust op een bekende fout uit de argumentatieleer. Moderne productiemethoden zijn meestal op een aantal punten beter; dat heet technologische vooruitgang. Modernisering gaat, zeker in de landbouw, bijna altijd gepaard met schaalvergroting. Maar daaruit mogen we niet concluderen dat het de schaalvergroting is die tot betere resultaten leidt.

Verbeteringen op aspecten die maatschappelijk belangrijk en/of commercieel aantrekkelijk zijn, kunnen ook heel goed in kleinere bedrijven worden doorgevoerd. Als er tenminste voldoende kritische massa is voor kleinschalige modernisering. En dat laatste wordt niet bereikt wanneer alle boeren zich op schaalvergroting kunnen, willen of moeten richten.

Het probleem is vooral dat in Nederland de grootschaligheid nog steeds te veel wordt ingezet om een zo laag mogelijke kostprijs te krijgen. Deze strategie was in de intensieve veehouderij tot dusver vooral  gebaseerd op het relatief goedkope veevoer uit Zuid-Amerika. Een belangrijk voordeel, want veevoer vormt bij varkens ongeveer de helft van de kostprijs. Daar komt - vroeg of laat - een einde aan, omdat de boeren in een land als Brazilië meer verdienen als ze de snelgroeiende bevolking in eigen land en andere opkomende economieën kunnen bedienen. De gevolgen voor de intensieve veehouderij in Nederland laten zich raden. Als de grootste kostenpost te hoog wordt komen de meeste megastallen misschien wel leeg te staan.

In de kalvermesterij zijn het vooral de EU-subsidies die de boeren op het verkeerde spoor hebben gezet. Niet minder dan 80 procent van het bedrijfsinkomen bestaat uit EU-bijdragen! Als die na 2013 worden afgebouwd, zitten we met te veel boeren die gewend zijn geraakt meer op kwantiteit te letten dan op kwaliteit, want alleen het eerste leverde meer subsidie op.

De Nederlandse tuinbouw, vooral de sierteelt, heeft beter ingespeeld op de mondiale verschuivingen. Waarschijnlijk door het ontbreken van kunstmatige voordelen zoals EU- subsidies of goedkope grondstoffen. De bloementeelt is deels verschoven naar andere landen waar energie, arbeid en grond veel goedkoper zijn. Nederland heeft zich geconcentreerd op zaaigoed, handel, distributie en toelevering zoals kassenbouw en klimaatbeheersing.

Ons succes op die terreinen is mede afhankelijk van de geëmigreerde tuinders die hun bloemen vanuit Afrika naar Aalsmeer sturen en die de benodigde kennis en apparatuur uit Nederland halen. Deze emigranten zijn de grootste klanten én de beste ambassadeurs voor de Hollandse agroproducten, waarvan onze voorsprong het grootst is.

Land- en tuinbouw nemen niet meer dan een kwart van de agribusiness voor hun rekening. Uit deze primaire sector zijn in de afgelopen decennia allerlei industriële en dienstverlenende activiteiten voortgekomen, en op die secundaire terreinen  zijn we meestal heel erg goed.

Om die sterke internationale positie te behouden, hoeft slechts een deel van de primaire sector in Nederland te blijven: Maar dat moeten wel de boerenbedrijven die vooroplopen in dierenwelzijn, gezond voedsel en kwaliteit.

Deel dit artikel