Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Wind en zon zijn volwassen

Groen

Esther Bijlo

Een jaknikker pompt olie uit de grond. © Epa

Fossiele brandstoffen zijn spotgoedkoop. Toch stijgen de investeringen in hernieuwbare energie ondertussen naar recordhoogte. Hoe kan dat?

Nooit eerder is er wereldwijd zoveel geld geïnvesteerd in hernieuwbare energie als afgelopen jaar. 329 miljard dollar is in energie uit wind, zon, waterkracht en biomassa gestoken, maakte financieel persbureau Bloomberg eind vorige week bekend, 4 procent meer dan in 2014. Op hetzelfde moment zakte de olieprijs naar een nieuw dieptepunt. Minder dan 30 dollar per vat, de laagste prijs in twaalf jaar tijd.

Een opmerkelijke combinatie van trends. Want simpele logica schrijft voor: de goedkoopste wint. Olie is zowat goedkoper dan water. Dat had investeerders in, duurdere, hernieuwbare energie zwaar kunnen ontmoedigen. De prijs van een vat Brent-olie, de meest gebruikte maatstaf, heeft de afgelopen anderhalf jaar een glijvlucht naar beneden gemaakt. Er ging maar liefst tweederde van de prijs af. Aangezien de prijs van gas grotendeels gekoppeld is aan die van olie, kost ook die brandstof tientallen procenten minder. Datzelfde geldt voor kolen.

Lees verder na de advertentie
Illustratie van energielabels: kolencentrales en kernenergie. © Trouw

Geen al te beste omstandigheden om veel geld te steken in energiebronnen waar vaak nog subsidie of andere steun bij moet. Dat investeerders zich niet zoveel aantrekken van de weggeefprijzen van fossiele brandstoffen duidt er volgens Bloomberg op dat de sector volwassen wordt. Die is de fase van het pamperen allang voorbij. In rap tempo worden zonnepanelen en windmolens goedkoper dankzij stevige concurrentie.

Volgens het Internationaal Energie Agentschap (IEA) naderen de kosten van zonne-energie, gerekend over de hele levensduur, bijna die van fossiele brandstoffen. En het IEA is doorgaans zeer voorzichtig met voorspellingen voor hernieuwbare energie. Onderzoeksbureau McKinsey ziet dat ook bij windenergie gebeuren. In de VS zakten de kosten van windinstallaties met meer dan helft sinds 2009, rekende het bureau onlangs voor. Materialen worden goedkoper en dankzij betere technologie produceren zonnepanelen en windturbines steeds meer energie.

Die ontwikkeling is in de markt voor hernieuwbare energie nog lang niet ten einde, denkt McKinsey. Dat geldt wel voor de fossiele brandstoffen. Kolen zouden schoner kunnen worden, maar een efficiëntieslag ziet McKinsey niet snel plaatsvinden. Dat geldt ook voor gas, waar de beste technieken al heel efficiënt zijn. Daarnaast kunnen de bijkomende kosten van hernieuwbare energie, zoals voor vergunningen en onderhoud, ook nog fors omlaag, verwacht McKinsey. Zo'n dynamische sector is, kortom, een aantrekkelijk doel voor investeerders.

Bron: Bloomberg © Trouw

De lage olie- en gasprijzen kunnen de hernieuwbaren volgens het bureau ook op een andere manier helpen. Veel, vooral opkomende, landen subsidiëren fossiele brandstoffen om consumenten ter wille te zijn. Het IEA schat dat overheden hier wereldwijd meer dan 500 miljard dollar aan uitgeven. Nu olie zo goedkoop is, nemen landen de gelegenheid te baat die steun te verlagen. Verschillende Afrikaanse landen hebben dat gedaan, waaronder Egypte. Ook India en Indonesië verlaagden de subsidies. Zodra de prijzen van fossiele brandstoffen weer gaan stijgen, wordt hernieuwbare energie dan relatief aantrekkelijker.

Zo optimistisch als Bloomberg en McKinsey is het Internationaal Monetair Fonds (IMF) niet. Als de prijzen van fossiele brandstoffen nog lang laag blijven, en dat zou volgens het fonds best kunnen gebeuren, zit dat investeringen in hernieuwbare energie wel degelijk dwars. De overgang naar zon, wind, biomassa en waterkracht gaat langzamer als olie, gas en kolen zo goedkoop blijven. Op grond van het verleden en kijkend naar de ontwikkeling van patentaanvragen trekt het IMF een andere conclusie: innovatie en invoering van schonere technieken zijn juist gebaat bij hoge prijzen van fossiele brandstoffen.

Het IMF vindt dat de lage olieprijs de markt een verkeerd signaal geeft. Schone energie is broodnodig om de opwarming van de aarde onder de twee graden te houden, zoals op de klimaatconferentie in Parijs is afgesproken. Maar ondanks de stijgende investeringen in hernieuwbare energie gaat het te langzaam, vreest het fonds. Het wil daarom de prijs van fossiele brandstoffen verhogen met een koolstofbelasting. Een veel beter middel dan directe subsidie op schone technologie.

Natuurlijk, stelt ook McKinsey, is het niet zo dat de wereld binnenkort geheel op hernieuwbare energie draait. Het aandeel van fossiele brandstoffen in de energiemix in de wereld is nog altijd hoog: 87 procent. In 2014 was de elektrische auto goed voor een karige 0,5 procent van de totale autoverkopen. Cijfers die de beide benen weer op de grond zetten. Maar, constateert Bloomberg, dat de hernieuwbare sector veerkrachtig blijkt in een periode waarin olie, gas en kolen zo weinig kosten, is een goed teken.

'Kostprijs hernieuwbare energeie daalt snel'

"Op momenten dat de olieprijs hoger is, is het makkelijker om te zoeken naar alternatieven", is de overtuiging van Hans van Cleef, energie-analist van ABN Amro. "De investeringen in hernieuwbare energie zijn in 2015 met 4 procent gestegen. Dat had ook meer kunnen zijn. Voor consumenten komt de eerste prikkel toch vooral vanuit de portemonnee. In die zin werkt de lage olieprijs niet mee."

Aan de andere kant vindt ook Van Cleef de snelle daling van de kostprijs van energie uit wind en zon opmerkelijk. "Je zou ook kunnen redeneren dat de goedkope fossiele brandstoffen de hernieuwbare industrie stimuleren om de prijs van hun energie zo snel mogelijk omlaag te krijgen."

Investeringen in bijvoorbeeld windparken op zee zijn bovendien langlopende projecten, constateert Van Cleef. "Die gaan gewoon door, zijn wettelijk vastgelegd. We hebben afgesproken op de klimaatconferentie in Parijs dat de uitstoot van broeikasgas fors omlaag moet. Dat gaat automatisch ten koste van fossiele brandstoffen."

Door de lage olie- en gasprijzen hebben grote bedrijven omstreden projecten om moeilijk winbare reserves boven de grond te krijgen, opgeschort. Shell stopte bij voorbeeld proefboringen in het Noordpool-gebied. Milieuorganisaties hopen dat die voorraden nu voor altijd onaangeroerd blijven. Dat acht Van Cleef niet erg waarschijnlijk. "De wereld leeft nog voor het grootste deel op fossiele energie. De vraag vanuit Azië neemt nog toe. De markt heeft nu te maken met een overaanbod, dat is het gevolg van de hoge prijzen een paar jaar terug toen een vat olie meer dan 100 dollar kostte. Die overschotten kunnen zomaar weer tekorten worden. Deze lage prijzen zijn niet lang vol te houden."

Illustratie van energielabels: schaliegas, windenergie en aardgas. © Trouw

Deel dit artikel