Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Wildernis zit zelfs tussen de stoeptegels

Groen

Hans Marijnissen

Edelherten in de Oostvaardersplassen. De film 'De Nieuwe Wildernis' die zich hier afspeelt wist het afgelopen jaar ruim 700.000 bezoekers te trekken. © Hollandse Hoogte

Als klein meisje fietst Jori Wolf met haar vader, zonder licht, over de mulle zandpaden het bos in. Ze zwijgen. De spanning is voelbaar. Daar is opeens een penetrante lucht. Als ze haar zaklamp aandoet, ziet ze op twee meter afstand een enorm wild zwijn. Het staart verbaasd in de lichtbundel, en scharrelt weg. "Dát was mijn allereerste wilderniservaring", zegt Jori Wolf, nu medewerkster van Staatsbosbeheer.

Het woord 'wildernis' heeft in 2013 de discussies over natuur en natuurbeheer gedomineerd. En dat komt ontegenzeggelijk door het succes van de speelfilm 'De Nieuwe Wildernis' over de Oostvaardersplassen, die inmiddels meer dan 700.000 mensen naar de bioscoop wist te trekken.

Hoewel de meeste bezoekers verbaasd waren dat op een half uur van Amsterdam zulke taferelen met kuddes paarden en herten te aanschouwen zijn, plaatsen de makers in de titel direct een kanttekening. Door de toevoeging van 'nieuwe' zeggen ze al iets over de betekenis van 'wildernis'. Die is niet echt, maar aangelegd, wat overigens niet wil zeggen dat daarin geen dynamische (of 'wilde') processen kunnen plaatsvinden, want de Oostvaardersplassen staan juist daarom bekend. Toch blijft De Nieuwe Wildernis een titel met een knipoog.

De grote natuurorganisaties hebben het succesvolle begrip massaal ingezet in hun eigen marketingcampagnes. Bij Staatsbosbeheer bijvoorbeeld is de wandelroute Apemeer van 4,2 kilometer plotseling een 'wilderniswandeling' geworden, maken de lichtjeswandelingen in deze donkere dagen opeens onderdeel uit van de 'winterse wildernis' en valt zelfs het midwinterhoornblazen in de Schoorlse duinen onder dit thema, terwijl dat tafereel doorgaans toch een iets andere uitstraling heeft.

Natuurmonumenten kan er ook wat van. Dat presenteerde natuurgebied Planken Wambuis bij Ede als 'oude wildernis' als antwoord op de 'nieuwe wildernis'. Maar wie het boek leest dat de aanleiding vormde voor die framing leest dat deze natuur juist door overgebruik door de mens is ontstaan en dat Natuurmonumenten de komende jaren het gebied juist mínder natuurlijk wil maken. Van wildernis is hier geen sprake, van oude al helemaal niet. De term is inmiddels zo opgerekt, dat de wildernis zelfs tussen de stoeptegels kan zitten.

Geplant door mensen
Gelukkig heeft Jori Wolf als adviseur landschap en cultuurhistorie van Staatsbosbeheer vorig jaar aan de Rijksuniversiteit Groningen onderzoek gedaan naar de vraag wat wildernis in Nederland nog voorstelt, en gaf haar rapport de veelzeggende titel 'tussen droom en werkelijkheid' mee. Over haar jeugdige ontmoeting met het zwijn kan ze kort zijn. "Dat was voor mij een absolute wilderniservaring", zegt ze. "Maar dat maakt een donker naaldbos op de Veluwe nog geen wildernis: nauwelijks 100 jaar oud, geplant door mensen op uitgeputte zandgronden om hout te produceren voor Limburgse mijnen." Maar wat is wildernis dan wel?

Wolf maakt in haar onderzoek onderscheid tussen de begrippen 'fysieke wildernis', 'wilderniservaringen' en 'wildheid'. Om bij die eerste te beginnen: de échte wildernis bestaat niet meer. "Ik spreek dan van de primaire wildernis die tijdens de eerste millennia van het Holoceen een volledig natuurlijke oorsprong kende. Zo'n vijfduizend jaar geleden begon de mens landbouw te bedrijven waardoor die primaire wildernis verdween. Zodra de boeren de gronden uitgeput hadden, trokken ze weer verder, en lieten de akkertjes opnieuw verwilderen. Die secundaire wildernis bestond onder meer uit de zogenaamde woeste gronden die we tot in de twintigste eeuw kenden."

Niet 'oer', wel groots
Vanaf de jaren tachtig zijn we landbouwgrond gaan omvormen tot nieuwe wildernis, die Wolf de tertiaire wildernis noemt. Die heeft weliswaar niets met 'oer' te maken maar moet volgens Wolf in ecologische zin wel 'groots' zijn, met vrijheid voor natuurlijke processen van klein tot groot. De 'wildheid' die Wolf beschrijft staat veel meer voor de staat en inrichting van welk natuurgebied ook - dat hoeft niet per se groot(s) te zijn. En die is ook niet aan tijd, schaal of plaats gebonden. Door waarde toe te kennen aan wildheid, geven we wildernis bestaansrecht.

De 'wilderniservaring' tot slot kunnen mensen zelfs in hun eigen achtertuin ervaren. Dan maakt wildernis volgens Wolf meer deel uit van het 'mentale domein'. Juist van dat laatste is momenteel sprake, zegt ze, en verwijst daarin naar de Romantiek, toen ook de behoefte aan vrijheid groeide. "De mens zocht de wildernis op om zich bij zoveel grootsheid weer nietig te voelen. Dat zie je nu weer gebeuren." Wildernis blijkt in het Nederland van 2013 dus vooral tussen de oren te zitten, maar zolang die behoefte leidt tot een herwaardering van wilde natuur, kan daarmee volgens Wolf weinig mis zijn.

'Nieuwe Wildernis, een veldboekje', door Jori Wolf, Marcel van Ool en Aaldrik Pot, prijs € 7, 95, bestellen via Staatsbosbeheer.nl.

Deel dit artikel