Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Wereldleiders zijn aan zet, maar ook de achtertuin doet ertoe

Groen

Emiel Hakkenes en Frank Straver

Een ‘groenschutting’ op de Amsterdamse volkstuin van Wendy Grin: een tuinscherm van natuurlijke materialen. © Patrick Post

De wereld verliest massaal dier- en plantsoorten, waarschuwde VN-panel Ipbes deze week. Waar ligt de oplossing? Een nieuw, wereldwijd natuurakkoord kan helpen. En lokaal kan iedereen nú iets doen.

Tuinman Maarten Mulder neemt de telefoon op. Hij is net aan het werk bij een klant in het Utrechtse Mijdrecht. Die krijgt een ‘groenschutting’, een tuinscherm van natuurlijke materialen zoals wilgetenen, met daarin nestkastjes en besdragende planten verwerkt. Het is een vinding van Mulder en zijn twee compagnons. Ze wonnen er TuinAwards voor en de biodiversiteitsprijs van het ministerie van landbouw en natuur.

Lees verder na de advertentie

“Schuttingen zijn vaak zo lelijk”, zegt Mulder. “Wij wilden een natuurvriendelijke versie ontwerpen. Bij de vlinderstichting of de egelstichting kun je volop informatie krijgen over natuurlijke tuinen, maar mensen hebben ook behoefte aan een product.”

Met de wereldwijde biodiversiteit, het totaal van plant- en diersoorten, is het alarmerend slecht gesteld, concludeerde het Ipbes (het aan de VN gelieerde platform voor biodiversiteit en ecosysteemdiensten, waarvan 130 landen lid zijn) deze week. Een miljoen soorten dieren en planten worden met uitsterven bedreigd. 40 procent van de amfibieën, 33 procent van de koraaldiertjes en meer dan 30 procent van de zeezoogdieren dreigen te verdwijnen. Het is een overweldigende boodschap, die mensen makkelijk lam kan slaan. Het roept de vraag op: is het tij te keren? Kunnen mensen – als burger of als bestuurder – iets doen om de teruggang van de natuur te stoppen?

De mens, zegt het Ipbes, is de belangrijkste factor bij het verlies van biodiversiteit. Voor onze consumptie leggen we beslag op een steeds grotere hoeveelheid land. Van alle vormen van consumptie vergt voedsel de grootste hoeveelheid land, meldde het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) eerder.

Dagelijkse boodschappen

Wereldwijd verandert steeds meer natuur in landbouwgrond, waar eten wordt verbouwd voor de mens of voor het vee. Maar bij het samenstellen van zijn menu kan iedereen die dat wil direct rekening houden met biodiversiteit. Het PBL heeft gedetailleerd in kaart gebracht wat Nederlanders zouden kunnen eten om op zo min mogelijk landoppervlak beslag te leggen.

Om te beginnen geen varkens- en rundvlees meer (waarvan we nu zo’n 90 gram per dag per persoon eten) en ruim een halvering van de consumptie van kip en eieren. Van aardappelen, groente en fruit zouden we een kwart méér moeten eten, en de hoeveelheid noten en peulvruchten op ons bord mag liefst verzevenvoudigen.

Via de dagelijkse boodschappen kan een consument dus bijdragen aan minder verlies van biodiversiteit. Wel blijft het effect ietwat onzichtbaar, omdat het eten dat we kopen niet in onze achtertuin wordt geproduceerd. Maar in die tuin, of op het balkon, kan de biodiversiteit eenvoudig worden vergroot. Met een ‘groenschutting’ dus, maar ook met groene bodembedekkers en zo min mogelijk stenen.

En door onkruid niet te lijf te gaan met gif. ‘Gif, tuin er niet in’, adviseert Milieu Centraal. Zulke kleine maatregelen van consumenten en tuiniers, zijn op wereldschaal evenwel een druppel op een gloeiende plaat. Daar ligt een taak voor bestuurders en politici.

Top in China

Politiek leiderschap is nodig, zegt het Ipbes, tot op het hoogste niveau. Daarom kijken natuurbeschermers al gespannen uit naar november 2020. Dan is er in Peking een topconferentie over biodiversiteit. Daar kunnen ministers van haast alle landen ter wereld samen een antwoord formuleren op het Ipbes-rapport. De inzet: een mondiaal biodiversiteitsakkoord, om het tij te keren. Zoiets als het Parijse Klimaatakkoord dus, maar dan voor het redden van dier- en plantsoorten.

“Wij hopen erop”, zegt Kirsten Schuijt, directeur van het Wereld Natuur Fonds (WNF) in Nederland. Het beoogde VN-akkoord – een new deal, noemt ze het in jargon – kan volgens Schuijt succesvol worden. Dan moeten er wel scherpe doelen in komen, die ook nog eens glashelder zijn. “Net als in het Klimaatakkoord van Parijs, dat inzet op minder dan twee graden opwarming.”

Voor een biodiversiteitsakkoord in China tekenen zich nu twee mogelijke doelen af, zegt Schuijt. Eén: in 2030 moet 50 procent van alle consumptie en productie verduurzamen. Dat voorkomt vervuiling, bodemuitputting, kaalslag en plastic, die nu allemaal de soortenrijkdom schaden. Twee: in 2030 moeten landen 50 procent van hun land en zee herstellen, beschermen en milieuvriendelijk beheren.

Hoge ambities zijn hét antwoord op de bedreiging van ecosystemen, zegt Schuijt (WNF). “Een deal moet de houvast bieden die al zestig jaar ontbreekt.”

Dat zijn behoorlijk hoge ambities, zegt Schuijt. Maar zij ziet ze als hét antwoord op de bedreiging van ecosystemen. “Een deal moet de houvast bieden die al zestig jaar ontbreekt.”

Bestaande internationale afspraken, zoals opgesteld bij de Earth Summit van Rio de Janeiro in 1992, bewijzen die noodzaak. Die kwamen op papier, maar landen handelen er mondjesmaat naar. Aanvullende afspraken, gemaakt in Japan in 2010, zitten ook niet goed tussen de oren. Als nieuwe afspraken te ingewikkeld of vaag worden, dan ligt na 2020 mislukking weer op de loer.

Een biodiversiteitsakkoord in China zal niet opeens zaligmakend zijn, zegt Schuijt. Maar de urgentie is nu zó groot dat zij toch kans ziet op inhoudelijke doorbraken. Wat helpt, zegt de WNF-directeur, is dat het alarm over uitroeiing van een miljoen soorten nu van wetenschappers komt.

Die bevestigen wat de milieubeweging al jaren signaleert, zoals in het Living Planet Report, waarin blootgelegd werd dat 60 procent van de wilde dieren al uitgeroeid is. De ruggesteun van Ipbes kan landen nu verenigen voor natuuractie, denkt Schuijt. “Hoe sneller hoe beter.” De G7, de kopgroep van rijke landen, beloofde deze week alvast beterschap.

Voorproefje

In Europa hebben landen al een voorproefje beleefd met internationale milieuafspraken. Raoul Beunen, expert in natuurbeleid aan de Open Universiteit, onderzocht de effecten daarvan. Het resultaat is erg wisselend, zegt hij. “Zuid- en Oost-Europese landen zijn dieren en natuurgebieden beter gaan beschermen dankzij EU-afspraken.”

Daardoor kunnen bedreigde soorten zich herstellen en verspreiden. Ook is ingrijpen mogelijk geworden, wanneer landen samen beloven om natuur niet te verwoesten. Kijk maar naar Polen, zegt Beunen, waar het EU-hof in 2018 een stokje stak voor het kappen van oerbos. “Dat is succes.”

Maar een keerzijde van centraal geldende politieke afspraken ziet Beunen ook. “Lidstaten dreigen de regels te gaan zien als huiswerk, ook al schreven ze er zelf aan mee. “Zo wordt milieubeleid soms iets om af te vinken.”

In Nederland ziet hij dat gebrek aan enthousiast natuurbeleid terug, in reactie op EU-afspraken. “Als er dertig broedparen van de zilverreiger in een bepaald gebied moeten zitten, vinden overheden dat ze klaar zijn als ze eraan voldoen.”

Een mondiaal akkoord kan ook afstand scheppen. “Vanwege het sentiment: we moeten iets van Brussel, of van het Parijse Klimaatakkoord.”

Een mondiaal akkoord is een bundeling van krachten, zegt Beunen, maar kan ook afstand scheppen. “Vanwege het sentiment: we moeten iets van Brussel, of van het Parijse Klimaatakkoord.” Alsof het een abstracte, dwingende kracht is.

Aan de andere kant: een wereldwijd akkoord nestelt zich tussen de oren. Het zet collectief iets in gang. Zeg ‘Parijs’ en het gaat over actie over het klimaat. Die waarde is groot, zegt Beunen. Ondanks zijn kanttekeningen kunnen nieuwe, wereldwijde afspraken volgens hem nuttig en effectief zijn. Landen kunnen elkaar enthousiasmeren. “Successen delen.”

Dat de VN-biodiversiteitsconferentie in China plaatsvindt, kan gunstig uitpakken, schat Beunen. Die gastheer kan een brug slaan tussen groei- en industrielanden. Dat is nodig. Rijke landen ijveren voor behoud van welvaart. Groeilanden, die bos neerhalen voor land- en mijnbouw, eisen groeiruimte. Afgestemde doelen voor landgebruik, energie, handel en water kunnen biotopen en diersoorten echt bescherming bieden. Houd het simpel en zie toe op naleving, bepleit hij.

Een wirwar van detaileisen en streefcijfers is volgens Beunen onwenselijk. Die leiden eerder tot een ‘rapportenfabriek’. Terwijl behoud van ‘groen kapitaal’ het doel is. Minister Carola Schouten van natuur (ChristenUnie) als reactie op het Ipbes-rapport zei dat Nederland al veel doet aan biodiversiteit. Maar ze beziet of er een schepje bovenop kan.

Opsteker

Wat regeringsleiders ook verzinnen, bedrijven en burgers kunnen de biodiversiteit deels blijven maken of kraken. Hun medewerking is vereist. Een nationaal Deltaplan biodiversiteit zoals Nederlandse bedrijven, kennisinstellingen, boeren en milieuorganisaties nu samen smeden – zonder overheid – is daarom een opsteker.

Dat Deltaplan is een aanvulling op falend overheidsbeleid, reageert ecoloog Koos Biesmeijer, wetenschappelijk directeur van Naturalis en betrokken bij het Deltaplan. Het Ipbes-rapport bewijst volgens hem treffend dat de ‘huidige manier van aanpakken niet werkt’.

“We hebben EU-richtlijnen voor habitats, vogels, mariene systemen en waterkwaliteit.” Op papier lijkt dat goed geregeld, maar naleving schiet tekort. “Er zijn geen repercussies.” Met onderlinge afspraken en coalities kan natuurherstel wél gaan lukken, denkt Biesmeijer.

De Zuid-Hollandse milieuaanpak heeft nu al 34 procent meer bijensoorten opgeleverd in het landschap rond Zoeterwoude

De overheid kan daarbij aanhaken, door samenwerking te zoeken met bedrijven en kennisinstellingen. In Zuid-Holland experimenteren ze er al mee, weet Biesmeijer. De Groene Cirkel heet die milieuaanpak. “Dit heeft nu al 34 procent meer bijensoorten opgeleverd in het landschap rond Zoeterwoude en binnenkort volledig emissieloos vervoer over de Gouwe.”

Op de laatste natuurtop in Egypte snuffelden landen aan zo’n regioaanpak, volgend jaar in China kan het verder besproken worden.

Maar wat er lokaal gebeurt, is en blijft de sleutel bij behoud en herstel van soortenrijkdom, zegt WNF-directeur Schuijt. Consumenten hebben samen een machtige positie. Zij kunnen verspilling van voedsel en spullen tegengaan, bewuste keuzes maken bij het winkelen, een vijver in de tuin aanleggen, bloemenzaden uitstrooien in de wijk. Ook daarin lijkt het gewenste natuurpact op het Parijse Klimaatakkoord: elk individu kan zelfs iets doen, om het papieren verdrag in praktijk te brengen. Hoe klein de schaal ook is, de achtertuin doet er dus wel degelijk toe.

‘Grappig proces’

In Mijdrecht moet tuinman Maarten Mulder weer aan het werk. “Ik zie nog veel tegels in tuinen”, zegt hij. “Maar in de acht jaar dat wij nu bestaan, hebben we toch al een paar honderd schuttingen verkocht. Zoiets is een grappig proces. Onze klanten zijn vaak natuurbewuste mensen. Maar een schutting koop je samen met je buren, dus je zult met elkaar in gesprek moeten.

“Misschien zeggen de buren dat ze niet zitten te wachten op meer insecten in hun tuin. Dan kun je uitleggen dat die weer voedsel zijn voor andere dieren. Zo betrekken buren elkaar bij het onderwerp biodiversiteit. Het is heel eenvoudig, je kan het zelf doen.”

En trouwens, zegt Mulder: zo’n natuurvriendelijke schutting is weliswaar een goed idee. “Maar denk ook eens aan een haag. Die is pas echt natuurvriendelijk.”

Lees ook: 

De mens vernietigt de natuur harder dan ooit, maar hij kan zijn leven nog beteren

‘De ecosystemen waarvan wij en alle andere soorten afhankelijk zijn, gaan harder achteruit dan ooit. We ondergraven de fundamenten van onze economie, ons voortbestaan, voedselveiligheid, gezondheid en kwaliteit van leven wereldwijd.’ Dat concludeert Sir Robert Watson na een week vergaderen in Parijs.

Een miljoen dier- en plantsoorten minder

Een miljoen dier- en plantsoorten wordt met uitsterven bedreigd, concludeert Ipbes. Hoe erg is dat? Volgens deskundigen is het zowel in ecologische als in ethische zin zeer zorgelijk.

Deel dit artikel

Hoge ambities zijn hét antwoord op de bedreiging van ecosystemen, zegt Schuijt (WNF). “Een deal moet de houvast bieden die al zestig jaar ontbreekt.”

Een mondiaal akkoord kan ook afstand scheppen. “Vanwege het sentiment: we moeten iets van Brussel, of van het Parijse Klimaatakkoord.”

De Zuid-Hollandse milieuaanpak heeft nu al 34 procent meer bijensoorten opgeleverd in het landschap rond Zoeterwoude