Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Weet wat je in je kamer plant

Groen

Charlot Verlouw

In de kas moet bestreden worden. Dat gebeurt meestal nog chemisch. © Hollandse Hoogte / Flip Franssen

Fijn, een kamerplant. Goed voor de lucht en goed voor het gemoed. Een stukje natuur in huis, daar kan toch weinig mis mee zijn? Maar juist bij de teelt van kamerplanten valt nog veel te verbeteren.

Een groene stad vol planten, binnen en buiten. Zo ziet Suzanne van Straaten haar omgeving het liefst. Dat is ook te zien in het kantoor van haar bedrijf Sprinklr in Amsterdam-Noord: een grote lichte ruimte waar elk vrij plekje bezet wordt door een bossige, groene plant, blakend van gezondheid.

Lees verder na de advertentie

Haar bedrijf richtte ze op vanuit een persoonlijke frustratie. “Als ik planten wil kopen, gaat dat nog precies hetzelfde als twintig jaar geleden: je moet met een auto, die ik niet heb, naar het tuincentrum, je koopt een paar planten en je raakt de kaartjes met verzorginstructies kwijt waardoor ze doodgaan.” Dat kan anders, dacht Van Straaten in 2016, en ze richtte met crowdfunding Sprinklr op: een bedrijfje dat plant (en eventueel pot) aan je deur bezorgt en je via de app helpt met het verzorgen van je nieuwe groene vrienden. Ze riep de hulp in van een app-developer en van plantenexpert Liedewij Loorbach. Inmiddels hebben ze meer dan tienduizend planten bij mensen thuisbezorgd.

Het liefst wilden Van Straaten en haar collega’s ook biologische planten leveren. Voor de buitenplanten lukte dat wel, maar biologisch gekweekte kamerplanten? “Ik vond twee, drie biologische kwekers.”

Een heel beperkt aanbod dus. “Daar stond ik van te kijken. Mensen zijn zich daar nog helemaal niet van bewust. Die denken, het ziet eruit als natuur dus het zal wel goed zijn.”

In 2015 gaven Nederlandse huishoudens 1150 miljoen euro uit aan bomen, struiken, planten en bloemen

Niet dat het allemaal kommer en kwel is. Van Straaten en Loorbach zijn onder de indruk van wat sommige kwekers doen om hun teelt zo duurzaam mogelijk te maken. “Er wordt gebruikgemaakt van restwarmte, door goed te monitoren wordt zonlicht zo efficiënt mogelijk gebruikt”, geeft Loorbach als voorbeelden.

Maar dat een kamerplant groen is en uit de natuur komt, wil niet zeggen dat-ie goed is voor het milieu. Hoe ziet die teelt er dan uit? Allereerst is de teeltsector voor zowel binnen- als buitenplanten en bloemen enorm. Niet alleen voor onze eigen tuincentra, bouwmarkten en bloemisten wordt geteeld (in 2015 gaven Nederlandse huishoudens 1150 miljoen euro uit aan bomen, struiken, planten en bloemen), ook zijn er in Nederland zo’n 650 exporteurs van bloemen en planten. De teelt van die kamerplanten vindt vooral hier in Nederland plaats, waar het klimaat in de verste verte niet lijkt op dat wat de van oorsprong tropische planten het lekkerst vinden: warm en vochtig. Daar komt bij dat in de kas vaak alleen dezelfde planten worden gekweekt. Rijen en rijen van dezelfde planten, vatbaar voor ziektes en dus moet er bestreden worden. Dat gebeurt meestal nog chemisch, want dan zien alle planten er hetzelfde uit. Dus zonder bruine plekjes of een paar bladeren minder, en alle bloemen even fel gekleurd.

Weinig vraag

Er is een aantal verklaringen voor het gebrek aan biologische kamerplantteelt, zegt Miriam van Bree van Bionext, een ketenorganisatie voor biologische landbouw en voeding. “De vraag was in het verleden niet zo groot, zoals dat bijvoorbeeld bij biologisch voedsel wel was. De laatste twee, drie jaar zien we dat veranderen, dat komt ook door de insectendiscussie en het gebruik van gifstoffen in de landbouw.” Greenpeace kwam in een onderzoek vorig jaar nog tot de conclusie dat binnen- en buitenplanten in Nederlandse tuincentra zelfs illegale pesticiden bevatten. “Die ontwikkeling naar biologisch moet nog helemaal plaatsvinden en dat is best wel spannend”, zegt Van Bree. “Omschakelen kost zo’n twee tot drie jaar, en in die tussentijd heb je wel de extra kosten maar krijg je niet de meerprijs.”

Om een teelt biologisch aan te pakken is veel kennis nodig van het soort plaag dat op de planten zit. Die kennis ontbreekt vaak

Jeroen van Schaik

Er zijn wel kwekers die biologisch gekweekte planten afleveren, maar vaak gaat het dan om een combinatie, zegt Jeroen van Schaik van Entocare, een bedrijf in biologische gewasbescherming. “Hierbij wordt zoveel mogelijk gebruikgemaakt van natuurlijke vijanden om een plaag onder controle te krijgen, maar als het uit de hand dreigt te lopen wordt alsnog met chemische middelen ingegrepen.”

Biologisch bestrijden doe je als teler niet zomaar. “Om een teelt biologisch aan te pakken is veel kennis nodig van het soort plaag dat op de planten zit”, zegt Van Schaik. “Die kennis ontbreekt vaak op de meeste kwekerijen. Het kostbare zit ’m vooral in de extra tijd die nodig is om de methoden onder de knie te krijgen.”

Brancheorganisatie LTO Glaskracht Nederland herkent dit beeld. Daarnaast is het erg frustrerend dat beestjes die gebruikt worden om biologisch te bestrijden, niet worden geaccepteerd door de handel, waardoor ze alsnog worden gedood, zo laat de organisatie in een schriftelijke reactie weten.

Wat moet er gebeuren om de kamerplantenteelt biologisch te maken? De consument en de retail moeten accepteren dat een biologische plant imperfect kan zijn, met soms een kleine beschadiging, aldus LTO Glaskracht. “Als men die accepteert, komen we al een stuk verder.”

Van Bree van Bionext ziet ook een grote rol voor de retail: “Eigenlijk moet een grote afnemer, Intratuin of Ikea, 50.000 planten afnemen om zo het financiële risico weg te nemen bij de teler”, oppert ze. Ook moet bekender worden dat het biologisch keurmerk dat in de supermarkt op biologisch geteelde groente en fruit zit, ook voor kamerplanten gebruikt mag worden. “Dat is bij veel telers nog niet bekend.”

Hoge eisen

Dat keurmerk mag je gebruiken als je als teler voldoet aan de eisen van Skal biocontrole, het controle-orgaan van biologische gewassenteelt. Bob Leenders, productmanager bij Intratuin Nederland, herkent de moeizame ontwikkeling. “Duurzaam wil wel lukken, maar biologisch… die eisen liggen hoog. Er wordt bijvoorbeeld nog veel kunstmest gebruikt, dan houdt het al op.” Volgens Leenders is een half procent van het assortiment van Intratuin biologisch, en dat zijn dan met name eetbare planten. “We gaan er de komende jaren hard aan trekken. Maar we zien, als je biologisch en niet-biologisch naast elkaar zet, dat mensen toch voor de prijs kiezen.”

Is er dan helemaal geen behoefte aan een biologische kamerplant? Intratuin Amsterdam, dat onlangs experimenteerde met een eerste lading biologische kamerplanten, heeft juist het tegenovergestelde ervaren.

Zij haalden twaalf soorten biologische kamerplanten uit Duitsland, waar de kwekers voorlopen op de ontwikkelingen vergeleken met de Nederlandse sector. In het eerste weekend verkochten ze veertig planten. “Daar zijn we best tevreden mee”, zegt Timme Wielinga van Intratuin Amsterdam.

We zien, als je biologisch en niet-bi­o­lo­gisch naast elkaar zet, dat mensen toch voor de prijs kiezen

Bob Leenders

Maar de omslag voor de hele sector is groot. Het duurt dus nog wel even voor de dames van Sprinklr hun wens waar kunnen maken en echt volledig biologisch kunnen leveren. Voor nu zijn ze tevreden met kwekers die hun best doen, ‘waar ze een goed gevoel bij hebben’.

Hun eerste volledig biologisch geteelde kamerplantenset (vetplantjes en cactussen van een kleine kweker in De Kwakel) is tot hun vreugde inmiddels gelanceerd. In het kantoor van Sprinklr staan de kleine plantjes bij elkaar en inderdaad, ze zien er allemaal net iets anders uit.

Maar hoelang het nog duurt voor het hele Sprinklrmagazijn met biologisch geteelde kamerplanten gevuld kan worden? Van Straaten en Loorbach kijken elkaar vragend aan. “Dat duurt nog wel twintig jaar.”

Wat is de milieubelasting van een kamerplant?

Hoeveel gifstoffen er gebruikt worden is voor iedere plant anders. Kwekers die hun emissie bijhouden en hun best doen die te verlagen kunnen een Fair Flora-label krijgen. De consument kan dan precies zien hoeveel CO2 en water er is gebruikt, en hoeveel giftige impact het gebruik van chemische en biologische stoffen potentieel heeft op de omgeving.

Zo wordt bij de teelt van een Asplenium Crispy Wave door het bedrijf VDE Plant evenveel CO2 uitgestoten als een auto doet als die 19 kilometer rijdt, of bij de productie van 110 gram rundergehakt. En de teelt van een Asplenium kostte VDE in 2016 evenveel water als 2,5 minuut douchen: 20 liter. In 2014 was dit 30 liter. De potentiële impact van bestrijdingsmiddelen is bij de kweek van de Asplenium 341 gram dichloorbenzeen, een referentiestof waartegen de impact van gebruikte stoffen wordt afgemeten. Maar, nuanceert Rick van der Linden van Fair Flora, “dit zijn maximale waarden en die stoffen komen niet allemaal in de natuur terecht. Een kilometer rijden met een auto stoot hier een veelvoud van uit.”


Het e-mailadres bij dit profiel is nog niet bevestigd. Een link om te bevestigen kunt u vinden in uw inbox.
Bent u de link kwijt? Vraag hier een nieuwe aan.

Wachtwoord is niet correct

tonen

Wachtwoord komt niet overeen

tonen

Door een profiel aan te maken ga je akkoord met de gebruiksvoorwaarden en geef je aan het privacy statement en het cookiebeleid te hebben gelezen.

Deel dit artikel

In 2015 gaven Nederlandse huishoudens 1150 miljoen euro uit aan bomen, struiken, planten en bloemen

Om een teelt biologisch aan te pakken is veel kennis nodig van het soort plaag dat op de planten zit. Die kennis ontbreekt vaak

Jeroen van Schaik

We zien, als je biologisch en niet-bi­o­lo­gisch naast elkaar zet, dat mensen toch voor de prijs kiezen

Bob Leenders