Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

We zijn allemaal zakpijpen

Groen

Jelle Reumer

© Trouw

Sportduikers hebben op 1 juli in het Grevelingenmeer een zakpijp ontdekt met twee anussen. 'Pardon?' zult u denken, maar het is serieus: een zakpijp met één mond en twee anussen. 

Dat komt zelden voor, evenmin als schapen met vijf poten, slangen met twee koppen of mensen met zes vingers of tenen. Zulke vergissingen zijn het gevolg van per ongeluk foutief afgegeven signalen bij de zogenoemde embryogenese, de vorming van het lichaam vanuit de bevruchte eicel. Het is een ongelooflijk ingewikkeld proces, waarbij van alles kan misgaan - gelukkig slechts sporadisch. In ernstige gevallen levert het een gedrocht op met te veel poten of koppen - of een extra anus. Lastig, en je moet er niet aan denken dat zoiets je overkomt, maar de zakpijp in kwestie kan er vermoedelijk goed mee uit de voeten.

Lees verder na de advertentie

Zakpijpen zijn bijzondere dieren. Alleen al de naam, die klinkt als een scheldwoord van kapitein Haddock. Dat 'pijp' komt van het werkwoord pijpen, dat fluiten betekent en nog terug te vinden is in het spreekwoord 'naar iemands pijpen dansen' en een begrip als 'tamboer- en pijperkorps'. Zakpijp is gewoon een ouderwets synoniem voor doedelzak - en wanneer je het dier bekijkt, kun je er met enige fantasie inderdaad een doedelzak in herkennen. Zeker met die twee anussen.

Wanneer je het dier bekijkt, kun je er met enige fantasie inderdaad een doedelzak in herkennen

Binnen de diersystematiek nemen zakpijpen een bijzondere plaats in. Het zijn chordadieren, verwant aan de gewervelden en in de stamboom van het leven dus onze naaste verwanten. Zakpijpen (wereldwijd ongeveer 2300 soorten, die allemaal in zeewater leven) bezitten een larvestadium. Zo'n juveniele zakpijp ziet er uit als een klein visje; in de verte lijkt hij nog het meest op een kikkervisje, waarmee echter geen directe verwantschap bestaat. In het Engels worden zowel kikkervisjes als zakpijplarven aangeduid met de term 'tadpoles', maar dat is alleen vanwege de vormgelijkenis. Het bijzondere is dat die larvale zakpijpjes zijn voorzien van een zogenoemde chorda, een streng stijf, kraakbeenachtig bindweefsel die de voorloper is van onze ruggengraat. Ook de primitieve lancetvisjes hebben zo'n chorda, alsmede diverse prille levensvormen die meer dan een half miljard jaar geleden in zee leefden en die het midden hielden tussen een worm en een visje.

Wanneer een babyzakpijpje volwassen wordt, stopt hij met rondzwemmen en hecht zich vast aan een substraat. Vanaf dat moment ondergaat hij een gedaanteverwisseling tot een zeeanemoonachtig dier. De chorda verdwijnt, omdat die niet meer nodig is en mond en anus veranderen in de instroom- en uitstroomopening. Het is een wonderlijk proces. Zakpijpen zijn dus vroege chordadieren en staan daarmee aan de basis van de stamboom die zou leiden tot lancetvisjes, zeeprikken, kraakbeenvissen, beenvissen, amfibieën, reptielen en uiteindelijk de vogels en de zoogdieren, inclusief de mens. Een belangrijke stap daarbij was dat die zakpijplarven zich niet meer gingen vasthechten maar zich al in het larvestadium gingen voortplanten, waarmee de larve feitelijk het volwassen dier was geworden. De gedaanteverwisseling werd zodoende uitgespaard en die is sindsdien in de evolutie ook niet meer teruggekomen. In feite zijn wij dus allemaal geëvolueerde juveniele zakpijpen, een relativerende wetenschap.

Jelle Reumer is paleontoloog. Voor Trouw bespreekt hij iedere week een dier. Lees hier alles uit het dossier. 

Deel dit artikel

Wanneer je het dier bekijkt, kun je er met enige fantasie inderdaad een doedelzak in herkennen