Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Waarom het bedrijfsleven een sterke duurzame arm wil

Home

Esther Bijlo

© ANP

Bedrijven snakken naar een overheid die hen als een strenge supermoeder het duurzame pad op leidt. Waarom regelen ze dat zelf eigenlijk niet?

De groene druk op de onderhandelaars voor een nieuw kabinet is ongekend hoog. Er ligt inmiddels een flinke stapel oproepen van bedrijven, organisaties en wetenschappers. Vorige week kwamen er nog twee bij. Net terug van een expeditie naar de Noordpool drongen bedrijven als Schiphol, ING, de Rotterdamse haven en Gasunie aan op een Klimaatwet met duidelijke doelen voor de lange termijn. 

Lees verder na de advertentie

En de Groene Zaak, club van duurzame koplopers, stuurde namens vijftien ondernemingen een tienpuntenplan om duurzaam ondernemen ‘lonend’ te maken.

Ze komen bovenop de andere groene brieven: van de Dutch Sustainable Growth Coalition onder leiding van Jan Peter Balkenende, van meer dan 150 bedrijven en organisaties die een ‘duurzaam regeerakkoord’ willen, van 90 hoogleraren. Het is geen uitputtende opsomming. Onmiskenbaar is er een aanzwellend koor, ook al voor de verkiezingen, dat roept om een groene economie.

Krachtiger overheid

De grote gemene deler in al die brandbrieven is de wens voor een krachtiger overheid. Een sterke arm die Nederland liefdevol streng het duurzame pad op geleidt. De markt vraagt, nee smeekt, om ingrijpen. Belangrijkste idee hierachter is het ‘gelijke speelveld’. Zolang de kosten van het uitstoten van broeikasgassen laag zijn en vervuiling goedkoop, blijft ‘conventioneel ondernemen’ lonender, stelt de Groene Zaak.

De markt faalt omdat de ‘externe kosten’, de werkelijke milieukosten, niet in prijzen en belastingen zijn verwerkt. De overheid is nodig om dat gedaan te krijgen. Vergroening van het belastingstelsel bij voorbeeld, zodat grondstoffen en energie duurder worden en een hogere CO2-prijs. Tegelijk kan arbeid dan goedkoper worden zodat repareren en opknappen aantrekkelijker wordt dan weggooien.

Nu winkeliers ze niet meer gratis mogen uitdelen, gaan er 70 procent minder plastic tasjes over de toonbank. Wetgeving werkt dus.

Daarnaast zijn regels nodig als de markt het niet zelf oplost. Neem het verbod op gratis plastic tasjes om zwerfafval tegen te gaan en de ‘plastic soup’ in de zee te verminderen. 

Nu winkeliers ze niet meer gratis mogen uitdelen, gaan er 70 procent minder tasjes over de toonbank, meldde het ministerie van infrastructuur en milieu vorige maand. Na aanvankelijk breed gemopper, is een meerderheid van de verkopers inmiddels positief over het verbod en zijn consumenten er verrassend snel aan gewend geraakt. Wetgeving werkt dus.

Tekst loopt door onder afbeelding. 

© ANP

Aanjager

Soms zijn de regels juist te strak en is experimenteerruimte nodig. Zo zit de afvalwetgeving het streven naar een circulaire economie in de weg. Bepaalde reststromen krijgen het etiket ‘afval’ en kunnen daarom niet opnieuw gebruikt worden. Ook concurrentieregels werken in sommige gevallen tegen duurzamer produceren. 

Voor een groene economie is meer samenwerking en afstemming nodig, zoals tussen leveranciers en verkopers. Maar dat mag niet altijd. Zo hield waakhond ACM afspraken over het verbannen van plofkip uit de supermarkt tegen. De consument moet kunnen kiezen, was het oordeel.

De opgave om kli­maat­ver­an­de­ring tegen te gaan is dusdanig groot en veelomvattend, dat die niet zonder een sterke overheid kan slagen

Bij het streven naar een groene economie wordt nog veel meer van de overheid gevraagd. Niet alleen de ‘opvoeder’ die regels en kaders stelt en soms de teugels juist een beetje moet laten vieren. Ze krijgt in al die brandbrieven ook de rol van aanjager en financier toegemeten. Ze moet innovatie mogelijk maken, fondsen instellen en garanties afgeven.

Ook daar zit logica achter. De opgave om klimaatverandering tegen te gaan, waar Nederland net als bijna 200 andere landen in Parijs voor getekend heeft, is dusdanig groot en veelomvattend, dat die niet zonder een sterke overheid kan slagen. Het gaat om beleid voor tientallen jaren waar grote investeringen voor nodig zijn. De 90 hoogleraren noemen een bedrag van 200 miljard euro om nieuwe slimme infrastructuur voor energie, water, mobiliteit en digitaal verkeer op te bouwen.

Suikeroom

Dat geld hoeft niet allemaal uit de schatkist te komen, de overheid is geen suikeroom. Maar het moet wel gekanaliseerd worden. Er is geld genoeg. Bij pensioenfondsen bij voorbeeld, maar ook in de kassen van bedrijven die hun winsten hebben zien toenemen maar juist minder zijn gaan investeren. Die reserves komen in beweging als de overheid een duidelijk plan voor de komende decennia heeft en via een fonds meefinanciert of garant staat.

Ook innovatie is niet iets dat de markt vanzelf wel voor elkaar krijgt. Economen hebben al een tijdje afscheid genomen van het romantische beeld van prutsende genieën in garages en knappe koppen in borrelende laboratoria die van alles voor de wereld uitvinden, zonder staatsbemoeienis. 

Het terugbrengen van CO2-emissies is op zichzelf een te abstract doel om innovaties uit te lokken

De gezaghebbende econoom Mariana Mazzucato heeft in haar boek ‘De ondernemende staat’ overtuigend aangetoond dat allerlei vondsten zonder de overheid niet gedaan zouden zijn, zoals de iPhone, gps, internet en biotechnologie.

De Nederlandse wetenschappers Koen Frenken en Marko Hekkert onderschrijven dat in het onlangs gepubliceerde essay ‘Innovatiebeleid in tijden van maatschappelijke uitdagingen’ op de economensite Me Judice. Het terugbrengen van CO2-emissies is op zichzelf een te abstract doel om innovaties uit te lokken, stellen ze. Dat moet concreter, bijvoorbeeld: wijs zes middelgrote steden aan die klimaatneutraal worden. De overheid moet die richting aangeven en ook helpen om nieuwe samenwerkingsverbanden tot stand te brengen.

Tekst loopt door onder afbeelding. 

© ANP XTRA

Supermoeder

Het bedrijfsleven verwacht dus veel van de overheid, die als een soort supermoeder de ontwikkeling van een duurzame economie in goede banen moet leiden. Dan is de vraag ook gerechtvaardigd wat de jongens en meisjes achter de bedrijfspuien zelf denken bij te dragen. 

Vooropgesteld: de afgelopen jaren was het bedrijfsleven een grotere trekker van duurzaamheid dan, in ieder geval de landelijke, overheid. Pas aan het eind van Rutte II is er meer beweging richting een groene economie gekomen, zoals het Rijksbrede programma Circulaire Economie en een inhaalslag naar meer hernieuwbare energie.

De afgelopen jaren was het bedrijfsleven een grotere trekker van duurzaamheid dan, in ieder geval de landelijke, overheid

Tekenend is een open brief uit 2006 gericht aan de toenmalige formateurs, van kopstukken uit bedrijfsleven en wetenschap. ‘Het valt ons op dat in het politieke debat en in de partijprogramma’s opnieuw weinig aandacht is geweest voor natuur, biodiversiteit en klimaat’, staat erin. Dat klinkt bekend. 

Ook de adviezen hebben een hoog déjà-vu-gehalte: ‘Het Nederlands bedrijfsleven moet gestimuleerd worden (…) zelf bij te dragen aan duurzame ontwikkeling, maar ook de ruimte krijgen zich verantwoordelijk op te stellen. Dit betekent (…) dat duurzaamheid beloond wordt en niet wordt tegengewerkt via het vrij baan geven aan onduurzaam gedrag.’

Malaise

Het is ruim tien jaar, een paar kabinetten, economische malaise en een eurocrisis later. Dit kabinet in wording zal wellicht die al lang klinkende roep om daadkracht nu wel inlossen. Terugkomend op de vraag ‘wat doe je zelf?’, blijkt ook voor het bedrijfsleven het duurzame pad geregeld vol kuilen. 

Zo kreeg ING een paar dagen na de Noordpoolreis en de mooie verklaringen over het klimaat het lid op de neus. Oxfam Novib, Greenpeace, Banktrack en Milieudefensie dienen een klacht in omdat de bank zich niet aan Oeso-richtlijnen zou houden. “De bank stopt nog steeds miljarden in fossiele energiebedrijven en heeft bovendien geen plan om de broeikasgasuitstoot van haar financieringen te verminderen”, stellen de ngo’s.

Om de Parijse doelen te halen zal er op z’n minst een forse belasting op kerosine moeten komen

Volgens de Oeso-richtlijnen voor multinationale ondernemingen zou ING wel moeten rapporteren hoeveel broeikasgasuitstoot hun activiteiten veroorzaken. ING antwoordde dat het wel de eigen uitstoot van de organisatie publiceert en vermindert, maar niet genoeg betrouwbare gegevens heeft om dat ook voor hun klanten te kunnen doen. 

Verder onderzoek daarnaar steunt de bank. Voor Schiphol, dat ook meezeilde tussen de ijsschotsen, zijn de dilemma’s nog prangender. Als organisatie op de grond doet de luchthaven zijn best, met led-verlichting, gescheiden afval en noem maar op. Maar het vliegverkeer dat de Nederlandse polder aandoet groeit harder dan bij de concurrenten. 

Dat gaat niet heel goed samen met minder uitstoot van kooldioxide. Om de Parijse doelen te halen zal er op z’n minst een forse belasting op kerosine moeten komen. De strategie van de luchthaven voor de komende jaren is echter in één woord samen te vatten: groei. Tot nog toe met volledige steun van de overheid overigens.

Trouw.nl is vernieuwd. Vanaf nu is onbeperkte toegang tot Trouw.nl alleen voor (proef)abonnees.


Wilt u dit artikel verder lezen?

Maak vrijblijvend een profiel aan en krijg gratis 2 maanden toegang.

Het e-mailadres bij dit profiel is nog niet bevestigd. Een link om te bevestigen kun je vinden in je inbox.
Ben je de link kwijt? Vraag hier een nieuwe aan.

Ongeldig e-mailadres

Wachtwoord is niet correct

tonen

Wachtwoord komt niet overeen

tonen

U moet akkoord gaan met de gebruiksvoorwaarden


Wij gaan vertrouwelijk om met uw gegevens. Lees onze privacy statement.

Deel dit artikel

Advertentie
Nu winkeliers ze niet meer gratis mogen uitdelen, gaan er 70 procent minder plastic tasjes over de toonbank. Wetgeving werkt dus.

De opgave om kli­maat­ver­an­de­ring tegen te gaan is dusdanig groot en veelomvattend, dat die niet zonder een sterke overheid kan slagen

Het terugbrengen van CO2-emissies is op zichzelf een te abstract doel om innovaties uit te lokken

De afgelopen jaren was het bedrijfsleven een grotere trekker van duurzaamheid dan, in ieder geval de landelijke, overheid

Om de Parijse doelen te halen zal er op z’n minst een forse belasting op kerosine moeten komen