Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Waarom bevolkingsgroei niet per se rampzalig hoeft te zijn voor het milieu

Groen

Willem Schoonen

Drukte in een zwembad in Suining, in de provincie Sichuan in China. © REUTERS
Wetenschap

De groei van wereldbevolking en economie is een aanslag op de natuur. Is dat een ijzeren wet of kan het anders?

Soms is er goed nieuws over biodiversiteit: zo’n tien jaar geleden ging het in onze contreien relatief goed met de vogels, er verdwenen minder soorten dan in de periode daarvoor. Oorzaak: de financiële crisis van 2008. De beursval leverde veel verliezers op maar ook winnaars. Productie en consumptie kregen door de crisis een knauw, en dat heeft de natuur goed gedaan. Even maar. Een paar jaar later was de crisis voorbij en verdwenen de vogels weer in hun oude tempo.

Lees verder na de advertentie

De bevinding komt uit een studie van Europese onderzoekers onder Nederlandse leiding, die net is gepubliceerd in vakblad Nature Ecology & Evolution. De onderzoekers gebruikten de vogelstand om meer te leren over het verband tussen de groei van bevolking en economie en het verlies aan biodiversiteit.

Dat die relatie er is, is duidelijk: als bevolking en economie groeien, wordt er meer geproduceerd en geconsumeerd, en dus meer beslag gelegd op natuurlijke rijkdommen en meer natuurschade aangericht. Maar hoe die relatie er precies uitziet, is onderwerp van veel wetenschappelijk debat.

Van de schade aan natuur en biodiversiteit door onze consumptie komt 90 procent op de schouders van een ander continent, schatten de onderzoekers

In deze nieuwe studie laten de onderzoekers zien dat de biodiversiteit in de westerse landen veel meer geschaad wordt door onze consumptie dan door onze productie. We lijken nog aardig schoon. Maar schijn bedriegt, want in Afrika en Latijns-Amerika is het precies andersom: daar is de schade door productie veel groter dan de schade door consumptie. De onbalans wordt veroorzaakt doordat de westerse economieën in Europa en Noord-Amerika de last van hun consumptie exporteren. Van de schade aan natuur en biodiversiteit door onze consumptie komt 90 procent op de schouders van een ander continent, schatten de onderzoekers.

Ontkoppeling

Deze ontkoppeling van productie en consumptie is een van de grote drijvers van het mondiale verlies aan natuur en biodiversiteit, schrijft het wereldwijde platform voor biodiversiteit Ipbes in zijn alarmerende rapport dat afgelopen maandag verscheen. De last van koffieproductie wordt niet meer gevoeld op de plaats waar de koffie wordt gedronken. Daar maalt men er niet om.

Die constatering leidt natuurlijk tot de aanbeveling dat de schade die onze activiteiten elders hebben, moeten worden meegewogen in hun prijs. Er is onder economen ook veel discussie over de vraag hoe ecologische en maatschappelijke kosten en baten moeten worden meegewogen in prijs, groeicijfers en bruto nationaal product.

Maar wetenschappers kijken intussen ook naar de achterliggende mechanismen om het antwoord te vinden op een fundamentelere vraag: kan die ijzeren wet worden doorbroken, kunnen bevolkingsgroei en economische ontwikkeling samengaan met behoud of zelfs verbetering van biodiversiteit?

Lokaal kan dat zeker. Een voorbeeld is te vinden in de bossen van Nepal. In het Aziatische bergland wordt een kwart van de bossen beheerd door lokale gemeenschappen, die zelf bepalen wat er uit het bos gewonnen mag worden, hoeveel er wordt gekapt, hoeveel aangeplant, en hoe de opbrengsten worden verdeeld. Nepal telt meer dan 18.000 van die lokale gemeenschappen, die met nationale en internationale steun stukken bos beheren. Dit systeem is er ook in andere landen, van Mexico tot Tanzania, maar in Nepal loopt het programma lang genoeg om te zien wat de resultaten zijn.

Lokaal beheer van bossen is een mes dat werkelijk aan twee kanten snijdt: het verbetert bos én welvaart

Satellieten kunnen aan het bladerdek zien hoe de bossen het doen, en het Nepalees bureau voor statistiek weet hoe het in het land met de inkomens gaat. Een ploeg van Britse en Amerikaanse onderzoekers analyseerde die gegevens en kwam in vakblad Nature Sustainability tot de conclusie dat beide winnen: de bossen zijn vooruitgegaan en in de lokale gemeenschappen is de armoede gedaald. Lokaal beheer van bossen is een mes dat werkelijk aan twee kanten snijdt: het verbetert bos én welvaart. En, zeggen de onderzoekers, het moet nu misschien nog worden ondersteund met subsidies, maar kan zichzelf op termijn bedruipen.

Lokaal beheer wordt noch door deze onderzoekers noch door het Ipbes gezien als een middel voor alle kwalen. Maar de bevindingen zijn van belang. Een kwart van het landoppervlak op aarde wordt beheerd door inheemse volken, kleine gemeenschappen van herders, jagers, vissers, landbouwers en veehouders. Van de gebieden die zij beheren is een derde officieel beschermd, en nog eens een derde heeft zelden een westerse mens gezien. De rest is vogelvrij.

Ook in deze inheemse gebieden gaan natuur en biodiversiteit achteruit, rapporteert Ipbes, zij het minder hard dan elders. De inheemse volken doen het beter. Maar hun gebieden staan onder druk door overexploitatie, oprukkende mijnbouw, infrastructuur en steden. Traditionele vormen van landbouw en visserij moeten vaak het veld ruimen voor intensieve, niet-duurzame methoden.

Ipbes heeft sinds zijn oprichting in 2012 veel tijd en energie gestoken in de samenwerking van westerse wetenschappers en inheemse volken. Niet uit een romantisch terugverlangen, maar met een goede reden. De natuur en biodiversiteit die er nog zijn, zit voor een groot deel in inheemse gebieden. En met de druk op die gebieden dreigt ook de kennis van de lokale bevolking te verdwijnen. Kennis die de moderne wetenschap niet heeft.

De druk op natuurrijke gebieden komt, zoals gezegd, voor een groot deel door consumptie die elders wordt genoten. Maar ook de economische ontwikkeling ter plekke speelt een rol. En die druk lijkt onvermijdelijk, want als de economie groeit en inkomens stijgen gaan mensen meer consumeren, en zijn er dus meer energie en grondstoffen nodig. De wet lijkt inderdaad van ijzer.

Omgehakte bomen in de de jungle van Borneo. © ANP

Ongelijkheid

Maar er zijn meer wetten geweest die van ijzer leken. In een groeiende economie neemt de ongelijkheid toe. Dat was ook zo’n wet. Tot de Amerikaanse econoom Simon Kuznets in de jaren vijftig aantoonde dat die wet niet van ijzer was. De ongelijkheid neemt aanvankelijk inderdaad toe, maar na een bepaald moment neemt de ongelijkheid weer af, zelfs zonder dat de overheid ingrijpt. Kuznets tekende een curve die de vorm heeft van een hoefijzer en die nu zijn naam draagt.

Een econoom wil natuurlijk weten of die curve van Kuznets niet alleen geldt voor inkomensongelijkheid, maar ook voor andere zaken, zoals natuur en milieu. Daar is de afgelopen jaren veel onderzoek naar gedaan, in Nederland onder meer door het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL). Voor milieuschade lijkt die curve inderdaad op te gaan: een economie die zich ontwikkelt, zorgt aanvankelijk voor veel milieuschade, maar na verloop van tijd wordt dat minder – niet nul, maar minder.

Economen zien daarvoor verschillende oorzaken. Een economie die zich ontwikkelt, ruilt eerst zijn landbouw (deels) in voor industrie (meer vervuiling) en later zijn industrie (deels) in voor diensten en overheidsambtenaren (minder vervuilend). Verder is er de technologische ontwikkeling die dingen beter maakt, efficiënter, zuiniger, minder vervuilend. En dan speelt nog mee wat een stijgend inkomen doet met mensen. Als de eerste levensbehoeften zijn vervuld, blijft er geld over voor dingen die minder vervuilen, en zijn mensen bereid meer te betalen voor duurzame producten.

Economen gaan ervan uit dat ontwikkeling in natuurrijke gebieden leidt tot verlies van biodiversiteit als je de economie zijn gang laat gaan

Die factoren zullen ook invloed hebben op natuur en biodiversiteit. Maar voor een ‘groene’ Kuznetscurve is nog geen empirisch bewijs gevonden. Economen zien de wet die geldt voor inkomensongelijkheid en voor milieuvervuiling nog niet opgaan voor biodiversiteit. Ze gaan ervan uit dat economische ontwikkeling in natuurrijke gebieden geheid leidt tot verlies van biodiversiteit als je de economie zijn gang laat gaan. Maar het is niet uitgesloten dat ook hier Kuznets zijn wet nog laat gelden.

Onzin, zeggen sceptici, verlies van biodiversiteit is onvermijdelijk omdat de wereldbevolking groeit. Als je natuur wilt behouden, moet je de bevolkingsgroei stoppen. Dat zou inderdaad helpen, maar het roept onmiddellijk de vraag op hoe dat te doen. Voortplanting is vrijwel overal – zelfs in China inmiddels – een privé-aangelegenheid. Mensen beslissen zelf of ze kinderen willen en hoeveel. Overheden willen daarvoor geen regels afkondigen en de Verenigde Naties gaan niet bepalen hoe groot de wereldbevolking mag worden.

Daarmee is het laatste woord niet gezegd. Om te beginnen wordt de groei van de wereldbevolking vaak overschat. Op aarde leven op dit moment 7,7 miljard mensen. Aan het eind van de eeuw zullen dat er 11,2 miljard zijn. Een flinke toename nog, maar dan is de groei er uit en zal de wereldbevolking stabiliseren of zelfs krimpen.

In Europa en Noord-Amerika is dat al het geval; hier baart de gemiddelde vrouw minder dan twee kinderen en krimpt dus de bevolking. In Azië is het binnenkort zo ver. Alleen in Afrika zal het nog tot het einde van deze eeuw duren voor de gemiddelde vrouw minder dan twee kinderen voortbrengt. Bovendien is de bevolking van Afrika jong, telt die veel vrouwen in de vruchtbare leeftijd, en groeit dus nog hard. Aan het eind van deze eeuw zal de helft van de wereldbevolking in Afrika wonen.

Zware wissel

Dat is wat je krijgt als je de lijnen van nu doortrekt naar de toekomst. En het kan een zware wissel trekken op natuur en biodiversiteit. Maar het is geen noodlot, zeggen demografen; die trends zijn te beïnvloeden. Dat begint met het verbeteren van gezondheidszorg, voortplantingsgeneeskunde en het propageren van anticonceptie. Onderwijs is cruciaal, vooral voor meisjes, die daarmee hun economische kansen vergroten, minder snel trouwen en minder kinderen baren. En fundamenteel is het bestrijden van armoede. Minder arm maakt minder grote gezinnen, omdat er minder handen nodig zijn om het gezinsinkomen te verdienen.

Niet toevallig zijn die factoren terug te vinden in de duurzaamheidsdoelen die de landen van de Verenigde Naties zich hebben gesteld. Duurzame ontwikkeling, bestrijding van armoede en economische ontwikkeling van de armste gebieden liggen in elkaars verlengde. Daarmee is niet gezegd dat met de duurzaamheidsdoelen ook automatisch het verlies aan biodiversiteit is gekeerd. Maar onvermijdelijk is dat verlies evenmin.

Een alarmerend rapport

De mens vernietigt de natuur harder dan ooit; door zijn toedoen worden een miljoen soorten planten en dieren met uitsterven bedreigd. Dat was de conclusie van een groots rapport dat deze week uitkwam. Een rapport van IPBES, het platform voor biodiversiteit en ecosysteemdiensten waarbij 130 landen zijn aangesloten. Over de demografische en economische oorzaken van de natuurvernietiging zegt Ipbes onder meer:

“In de afgelopen vijftig jaar is de wereldbevolking verdubbeld, de wereldeconomie vier keer zo groot geworden en de wereldhandel vertienvoudigd. Dat heeft de vraag naar energie en grondstoffen omhoog gedreven. Economische, politieke en sociale factoren, waarin de wereldhandel en de ruimtelijke scheiding van productie en consumptie, hebben de baten en kosten – in economische en ecologische zin – van elkaar gescheiden. Nieuwe economische kansen zijn gecreëerd, maar ook druk op de natuur en haar betekenis voor de mensheid.”

“Economische prikkels hebben bedrijvigheid, met doorgaans milieuschade, voorgang gegeven boven natuurbehoud en –herstel. Inmiddels is aangetoond dat betere economische, sociale én ecologische resultaten worden geboekt als de veelheid van diensten die de natuur de mens levert wordt meegewogen in die prikkels.”

Een ruime samenvatting van het rapport is te vinden op www.ipbes.net

Lees ook:

De mens vernietigt de natuur harder dan ooit, maar hij kan zijn leven nog beteren

‘De ecosystemen waarvan wij en alle andere soorten afhankelijk zijn, gaan harder achteruit dan ooit. We ondergraven de fundamenten van onze economie, ons voortbestaan, voedselveiligheid, gezondheid en kwaliteit van leven wereldwijd.’ Dat concludeert Sir Robert Watson na een week vergaderen in Parijs.

Het klimaat staat op de agenda, nu de natuur nog

Een miljoen soorten dieren en planten worden met uitsterven bedreigd. Is het tij nog te keren?

Deel dit artikel

Van de schade aan natuur en biodiversiteit door onze consumptie komt 90 procent op de schouders van een ander continent, schatten de onderzoekers

Lokaal beheer van bossen is een mes dat werkelijk aan twee kanten snijdt: het verbetert bos én welvaart

Economen gaan ervan uit dat ontwikkeling in natuurrijke gebieden leidt tot verlies van biodiversiteit als je de economie zijn gang laat gaan