Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Vissers zijn niet welkom op de Marker Wadden en moeten 'ophoepelen'

Groen

Emiel Hakkenes

De Marker Wadden. © ANP

Natuurmonumenten viert zaterdag de opening van de Marker Wadden. De vissers in het IJsselmeergebied reageren boos en gelaten. ‘Het gebeurt gewoon. En wij kunnen ophoepelen.’

Je kon er al je stem uitbrengen voor de Tweede Kamer en je kon er in het huwelijk treden. De koning ging er op bezoek. En toch is pas zaterdag de officiële opening van de Marker Wadden. Dit nieuwste stukje Nederland bestaat uit vijf opgespoten eiland in het Markermeer, ongeveer 10 kilometer van Lelystad.

Lees verder na de advertentie

Het idee voor de eilandengroep, met een gezamenlijke oppervlakte van 1000 hectare – 2000 voetbalvelden – komt van Natuurmonumenten. Dat stelt: “Dit grote project draagt bij aan het natuurherstel van het Markermeer. Op deze eilanden met natuurlijke oevers komt nieuwe natuur tot ontwikkeling. Zowel onder als boven water. Een natuurparadijs voor vissen en vogels en een heerlijk recreatie-eiland.”

Dat is toch wel vreemd, reageert Derk Jan Berends, secretaris van de Nederlandse Vissersbond. “Eerst moest het Markermeer open blijven omwille van de natuur en het wijde uitzicht, en nu worden er eilanden opgespoten omwille van de natuur.”

Het komt op mij over als een geld­ver­slin­dend project, een verkapte inpoldering

Derk Jan Berends, Nederlandse Vissersbond

Volgens de Zuiderzeewet van 1918 zou het huidige Markermeer in land veranderen, ongeveer zoals de Noordoostpolder. In de plannen van minister Lely zou het de op een na grootste Zuiderzeepolder worden. Maar dat nieuwe land, dat ‘Markerwaard’ was gaan heten, lag er niet van de ene op de andere dag en met het verstrijken van de tijd groeide de weerstand. Inpoldering betekende volgens tegenstanders ‘vernietiging van de natuur’.

Actiegroepen kwamen met prognoses: voor spiering en snoekbaars zou inpolderen van het Markermeer ‘een meer dan evenredige afname’ betekenen. Het kabinet-Lubbers II besliste in 1986 om de Markerwaard ‘voorlopig’ niet aan te leggen. Dat ‘voorlopig’ duurde bijna twintig jaar: in 2003 werd definitief afgezien van de polder.

Verstikkende slibdeeltjes

Een decennium lang leefde iedereen in de overtuiging dat er in de Markerwaard nooit gepolderd zou worden. In 2012 bleken landaanwinners en natuurliefhebbers het na veertig jaar strijd toch eens te zijn geworden. Ja, er zou nieuw land uit het water worden geschapen. Maar niet te veel, en niet om er te wonen. Het idee kreeg een naam: Marker Wadden.

‘Natuurherstel’ was het motto, want een polder was het gebied dan wel bespaard gebleven, de natuur was niettemin afgetakeld. De Houtribdijk, van Enkhuizen naar Lelystad, snijdt het Markermeer af van de rest van het

IJsselmeer waardoor het een ondiepe geïsoleerde zoetwaterplas is geworden, met oevers van asfalt en basaltblokken. Het meer zit vol slibdeeltjes die verstikkend werken voor schelpdiertjes en waterplanten. Vis komt er volgens Natuurmonumenten weinig voor.

Het slib van de bodem, bedacht Natuurmonumenten, zou opgezogen kunnen worden en vervolgens, vermengd met zand en klei, weer opgespoten tot eilanden. Daardoor zou het water in het Markermeer weer helder worden, zodat trekvogels op de route van Afrika naar Scandinavië hier weer voedsel vinden. De archipel moet uitgroeien tot een moerasgebied met een oppervlakte zo groot als de binnenstad van Amsterdam. Het eerste eiland krijgt een bezoekerscentrum, een ‘speelvallei’ voor kinderen en wandelpaden om de natuur van dichtbij te zien.

Baggeraar Boskalis voert het idee van Natuurmonumenten uit. Het geld komt van de Postcode Loterij en ook de regering doet een flinke financiële bijdrage. Bij de start van het werk – waarvoor Boskalis een sensationeel grote cutterzuiger vanuit het Suezkanaal naar het Markermeer haalde – sprak de directeur van Natuurmonumenten van een ‘geweldig visitekaartje’ voor de natuur en voor de waterbouwers.

Kroeskoppelikaan

En toen koning Willem-Alexander vorig voorjaar getooid met veiligheidshelm en reflecterend hesje het eerste eiland bezocht, vroeg hij wanneer het project Marker Wadden geslaagd zou zijn. Wat moest er concreet bereikt worden? “Dat de kroeskoppelikaan hier straks zit”, antwoordde de directeur van Natuurmonumenten. Had de koning dezelfde vraag gesteld aan Cornelis Lely, dan had die geantwoord: “Dat het koren hier straks wuift.” In honderd jaar tijd had het maken van land uit water een volstrekt ander doel gekregen.

Tijdens de werkzaamheden aan de nieuwe eilanden geldt er in de buurt een vaarverbod. Dat betekent dat ook de vissers uit de buurt moeten blijven. Ze zijn er gelaten onder, zegt Derk Jan Berends van de Vissersbond. “De vissers halen hun schouders op over die Marker Wadden. Het gebeurt gewoon. Maar het komt op mij over als een geldverslindend project, een verkapte inpoldering. Elk stuk land dat je daar maakt betekent minder ruimte voor de vissers. Wij kunnen ophoepelen.”

Het Markermeer was een ondiepe zoetwaterplas geworden, met oevers van asfalt en basaltblokken

Letterlijk en figuurlijk, zegt Berends, krijgen vissers op het IJsselmeer en Markermeer steeds minder ruimte. “Doordat het IJsselmeer een vogelgebied is, mogen we er maar heel beperkt vissen. De hoeveelheid netten is nu nog 15 procent van wat het in 2014 was. Die inperking was in eerste instantie bedoeld om de visstand te beschermen, maar het is ook gunstig voor vogels. Want in onze staande netten komt ook weleens een vogel terecht, die dan verdrinkt. Maar er staan in het IJsselmeer ook windmolens die vogels doodklappen. En daar komen steeds meer van.”

Voor de slachtoffers van de windmolens, zegt Berends, moeten de vissers boeten. “Een exploitant van een windmolen krijgt een vergunning voor twintig of dertig jaar. Maar de visser moet elk jaar opnieuw een vergunning aanvragen. Als de provincie dan vindt dat de activiteiten in het IJsselmeer de vogels te veel schaden, is er maar één manier om daar iets aan te doen: de vergunning van de vissers aanscherpen. Wij moeten het probleem maar oplossen. Dat is een hard gelag, een onrecht, want de visserij is een lang bestaande activiteit en windenergie is een nieuwe activiteit.”

Troebel water

Ook ‘natuurherstel’ zoals de Marker Wadden valt voor Berends onder die nieuwe activiteiten waarvoor de vissers de prijs betalen. “Natuurmonumenten stelt dat de Marker Wadden zorgen voor ondieptes en paaiplaatsen voor de vissen, maar er wás daar natuurlijk gewoon al onderwaternatuur. De argumenten vóór de Marker Wadden vinden wij als vissers oneigenlijk. Zo wordt er gesteld dat slib in het Markermeer slecht voor de vissen zou zijn, of dat het een dode bak water zou zijn. Dat is beslist niet zo. Wij vangen in het Markermeer de meeste vis. Een soort als de snoekbaars gedijt in troebel water, dat is een verrassingsjager.”

“Ik wil geen feestje bederven”, zegt Berends, “maar wat is nou de meerwaarde van die investering van 80 miljoen? Waarom zou je zoveel geld steken in een project dat waarschijnlijk vooral de recreatie ten goede zal komen?”

Dat de Marker Wadden vooral gunstig zullen zijn voor de recreërende mens, bestrijdt woordvoerder Marjolein Koek van Natuurmonumenten. “Alleen het eerste eiland wordt voor publiek opengesteld”, zegt ze. “De andere vier eilanden zijn niet toegankelijk. Ook de omvang van het eerste eiland is zo robuust dat er niet veel verstoring van de natuur plaatsvindt.”

“Begrijp me goed”, zegt Derk Jan Berends. “Als zo’n opgespoten eiland werkelijk goed is voor de visstand, hebben wij als vissers er geen enkel bezwaar tegen. Maar voor zover ik weet wordt helemaal niet gemonitord wat het resultaat zal zijn.”

Toch wel, zegt Marjolein Koek. Om na te gaan wat het effect van de nieuwe eilanden op de natuur is, zegt ze, is een groot onderzoeksprogramma opgestart. Afgelopen voorjaar is een intentieverklaring getekend over de opzet van een Kennis- en Innovatieprogramma Marker Wadden (KIMA). Dit is een initiatief van Rijkswaterstaat, stichting Eco­shape, onderzoeksinstituut Deltares en Natuurmonumenten.

“Marker Wadden biedt bij uitstek de kans om te bestuderen hoe de natuur zich ontwikkelt van een kale vlakte tot moeraslandschap”, stelt Natuurmonumenten. “Wat bepaalt bijvoorbeeld wanneer de eerste planten, insecten en andere dieren zich hier vestigen? Hoe werkt de aanwezigheid van moeraslandschappen door in de voedselkring­loop? Profiteren vissen en watervogels hier daadwerkelijk van?” Maar, erkent woordvoerder Marjolein Koek: “Er zijn geen specifieke doelen gesteld ten aanzien van soorten planten en vogels.”

Of hij zaterdag bij de nieuwe eilanden gaat kijken? “Och, misschien wel”, zegt Derk Jan Berends van de Vissersbond. “Maar liever kom ik over tien jaar kijken of het de investering waard was.”

Lees ook:

Het is feest: de miljoenen voor de Marker Wadden zijn binnen

Na jaren van geld bijeensprokkelen is het zover: de financiering van vijf eilanden in het Markermeer is rond.

Deel dit artikel

Het komt op mij over als een geld­ver­slin­dend project, een verkapte inpoldering

Derk Jan Berends, Nederlandse Vissersbond

Het Markermeer was een ondiepe zoetwaterplas geworden, met oevers van asfalt en basaltblokken