Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Van 'gifpark' tot kweekvijver

Groen

Franka Hummels

© Hollandse Hoogte / Evelyne Jacq

In een uniek experiment gaat Utrecht bacteriën opjutten om gif nóg sneller op te eten.

Het Utrechtse Griftpark roept bij veel mensen direct de associatie ‘gifpark’ op. Ze weten nog hoe dit park begin jaren tachtig het toneel was van een hevige strijd om de vervuilde grond die een gasfabriek en vuilnisstort er hadden achtergelaten, schoon te krijgen.

Lees verder na de advertentie

Deze week kondigde de gemeente aan dat nu juist dit park vanaf 30 april de locatie zal zijn van een experiment dat uniek is in de wereld: in de nog altijd vervuilde grond van het Griftpark worden straks op grote schaal bacteriën opgejut om het gif op te eten.

Straks kan deze kennis ook bij vervuilde grond elders worden ingezet

Op eigen houtje doen ze dat al een beetje. Al in 2007 werd ontdekt dat in de waterzuiveringsinstallatie een bacterie was waargenomen die zich zó snel op het gif uitleefde, dat binnen enkele decennia het gifniveau kon worden bereikt dat in 1999, bij de oplevering van het park als veilig recreatiegebied, pas voor over honderd jaar was voorzien. Een verrassing voor Gert Leurink, die vanuit de gemeente Utrecht al vijfentwintig jaar betrokken is bij de ontwikkeling van het Griftpark. Er waren destijds al wel mensen die suggereerden dat microben heel misschien een deel van de verontreiniging zouden kunnen afbreken, zegt hij. “Maar ik was sceptisch. Ik dacht: ik moet het nog zien.”

Raadselen

Voorlopig stellen de bacteriën wetenschappers nog voor raadselen. Ze kunnen nu alleen vaststellen dát ze er zijn, en dat ze nuttig werk verrichten. Maar uitvinden hóe ze dat doen en hoe het komt dat ze dat doen, dat is allemaal nog toekomstmuziek waarvan nu officieel de eerste maten geslagen worden. In samenwerking met Wageningen Universiteit, de Universiteit Utrecht en onderzoeksinstituut Deltares gaat de gemeente nu niet alleen onderzoeken wat die mysterieuze bacteriën drijft, maar ook wat mensen kunnen doen om ze nog sneller te laten werken.

Onderzoek naar zulke samenwerkende ‘microben’, eencellige micro-organismen die we in de volksmond bacteriën noemen, stond eind vorige eeuw nog in de kinderschoenen. Niemand haalde het zich dus in het hoofd om op zulke processen te rekenen. Vervuilde grond werd meestal meters diep afgegraven.

Het Griftpark, een van de meest vervuilde stukken van het land, midden in de stad, kreeg een andere oplossing.

Geen verspreiding

Hoofddoel was het voorkomen van de verspreiding van het gif. Daarom werd de meest vervuilde grond, het ‘brongebied’, omgeven met een vijftig meter diepe wand. In dit bassin wordt het grondwaterpeil consequent lager gehouden dan in de omgeving. Zo kan het water niet wegsijpelen naar de grond eromheen of eronder. Het verontreinigde water wordt afgepompt en afgevoerd naar een zuiveringsinstallatie twee kilometer verderop. De vervuilde grond buiten dit brongebied is afgegraven, en ook hier wordt het grondwater gesaneerd.

Onder het gras waarop studenten zich overgeven aan de zon of waar kinderen zich de longen uit het lijf rennen in de speeltuin, wordt dus nog altijd druk gewerkt. Dat pompen is omslachtig. Het vreet energie en het is niet goedkoop, zegt Gert Leurink. Maar misschien kunnen die bacteriën waar hij aanvankelijk zo weinig heil in zag, zo hard werken dat pompen om het verspreidingsrisico uit te sluiten, in de toekomst niet meer nodig is.

Aan welke knoppen je moet draaien om microbioom sneller te laten werken, is nog altijd grotendeels giswerk

Op 30 april gaat een Belgisch bedrijf, het enige in Europa dat de benodigde apparatuur bezit, boringen verrichten in het Griftpark. Tijdens het boren kunnen onderzoekers realtime meten welke verontreinigende stoffen in de bodem zitten, en in welke concentratie. Tegelijkertijd gaan andere onderzoekers onder de loep nemen hoe microben zich in ‘normale’, niet-vervuilde grond gedragen, want zo’n nulmeting is ook nog niet eerder gedaan.

Milieutechnoloog Tim Grotenhuis van de universiteit in Wageningen is betrokken bij dit nieuwe onderzoek. Hij zegt dat bacteriën altijd en overal in de omgeving bezig zijn. En altijd werken ze op de een of andere manier samen. Zo’n cluster van microben heet een microbioom.

Aan welke knoppen je moet draaien om dat microbioom sneller te laten werken, is nog altijd grotendeels giswerk. Nadat de eerste basismetingen zijn gedaan, zullen Grotenhuis en zijn collega’s gedoseerd de hoeveelheid van stoffen als bijvoorbeeld nitraat en zuurstof opvoeren in het Griftparkbassin. Ze gaan dan in kaart brengen welke bacteriën van zo’n microbioom daarop reageren, en ook op welke delen van de vervuilde grond die zich dan richten, want de vervuiling is niet homogeen maar een mix van verschillende stoffen.

Zo weten de wetenschappers straks de ideale knoppenafstelling waarbij de microben zich met de meeste overgave op de verontreiniging storten. Vervolgens is het belangrijk erop toe te zien dat die afstelling in het Griftpark blijft bestaan, want dan kunnen de microben uiteindelijk gaan doen wat de pomp en de waterzuiveringsinstallatie nu nog doen.

Optimisme

Grotenhuis heeft niet de ambitie werkelijk te weten te komen hóe zo’n microbioom in detail werkt, zegt hij. “Als de wetenschap ooit al zo ver komt, zal ik het niet meer meemaken.” Maar als in Utrecht eenmaal de ideale omstandigheden zijn vastgesteld, kan die kennis ook bij vervuilde grond elders worden ingezet. Grotenhuis waagt zich toch aan optimisme. “Ik hoop dat we dan ook al weten welke kánt we de knoppen op moeten draaien.”

Op de vraag of we met de kennis van de werking van microbiomen uiteindelijk vervuilde grond weer volledig schoon kunnen krijgen, of zelfs vervuiling kunnen voorkomen, reageren Gert Leurink en Tim Grotenhuis allebei terughoudend. Grotenhuis: “Misschien wel, maar zo ver zijn we echt nog lang niet. Dat kan nog honderden jaren duren.” Maar dat de beweging die kant op is ingezet, weten ze zeker.

Daarom is het ministerie van infrastructuur en waterstaat, dat een forse subsidie gaf voor het Utrechtse onderzoek, ook nauw bij dit project betrokken. Dat dit voor Utrecht wat gaat opleveren, staat eigenlijk al vast. Maar waarschijnlijk levert het nog méér nuttige kennis op, van een aard die nu nog niet te voorspellen is.

Deel dit artikel

Straks kan deze kennis ook bij vervuilde grond elders worden ingezet

Aan welke knoppen je moet draaien om microbioom sneller te laten werken, is nog altijd grotendeels giswerk