Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Tuinieren met dieren op De Hoge Veluwe

Home

Jeroen den Blijker

Moeflons op de Hoge Veluwe. © Koen Verheijden

Dieren zijn onmisbaar voor het beheer van het Nationale Park De Hoge Veluwe. Daarom wordt de stand van de moeflons omhoog gebracht. Maar jacht blijft onvermijdelijk.

De Landrover ploegt door de stuifzandvlakte, dwars door de weidse stilte van het Nationale Park De Hoge Veluwe. Links vliegdenbossen, rechts de open vlakte. De hemel is strakblauw, hier en daar staat een bejaarde, eenzame vliegden op een zandheuvel. Opeens neemt boswachter Henk Ruseler gas terug. “Ja!”, roept hij enthousiast. “Een everzwijn! Een everzwijn!”. 

Lees verder na de advertentie

De fotograaf achterin de terreinwagen veert op. “Mooi, heel mooi”, verzucht hij terwijl zijn camera in de aanslag brengt. “Het is een keiler, een volwassen mannetjeszwijn”, weet Ruseler. Hij zet de motor van de terreinwagen uit. Maar onze komst is niet onopgemerkt gebleven. Het zwijn rent naar de bosrand. Of, beter: hij hobbelt richting bos. Want de achterpoten van zwijnen zijn korter dan de voorpoten. Zo’n hobbelend enorm log lijf, heeft iets aandoenlijks.

Het is een toevalstreffer, zo midden op de dag. Het park, 5400 hectare groot, telt bovendien slechts 50 zwijnen. Meer wordt al snel te veel, zo verwoestend kan het grondwerk zijn van een rotte. Ze vreten van alles en zijn daarmee een directe bedreiging voor bijvoorbeeld de slangenpopulatie van het park. ‘Tuinieren met dieren’, zoals Ruseler het noemt, is weliswaar een onmisbaar onderdeel voor de ontwikkeling en het beheer van het park, maar je moet er wel de hand aan houden. Alleen zo kan het park, dat beroemd is om zijn biodiversiteit en de vele afwisselende landschappen als heidevelden, korstmossteppen, moerassen, vennen, sappige weides, loof- en naaldboombossen, zijn waarde behouden.

 Jachttrofee

Neem die moeflons, die wilde schapen met hun enorme gekrulde hoorns, dat zijn geweldige tuiniers. Ze komen oorspronkelijk van Corsica en Sardinië en zijn ooit door prins Hendrik naar zijn Kroondomein gehaald, toentertijd het grootste particuliere grondgebied van de Veluwe. “Want zo’n moeflonkop met hoorns doet het altijd goed als jachttrofee”, zegt Ruseler, terwijl hij zijn Landrover weer start.

Dat leek Anton Kröller, de puissant rijke Rotterdamse reder en ertshandelaar ook wel wat. Met zijn echtgenote Helene Müller had hij in 1909 een ‘weekendboerderij’ aangeschaft op de Veluwe en die, bijzonder in die tijd, laten ombouwen tot woonhuis. De 1000 hectare grond die daarbij hoorde was via grondaankoop rond 1921 met 6000 hectare uitgebreid, omrasterd en tot privé-jachtgebied omgebouwd, inclusief speciaal uitgezette edelherten, wilde zwijnen, reeën en dus ook moef­lons. “Exotische dieren op privé-jachtdomeinen was toen in de mode”, zegt Ruseler. “Zo hebben hier zelfs wallaby’s rondgesprongen.”

Anton Kröller met een door hem geschoten moeflon. © Kröller-Müller Museum

Die maakten het niet lang, maar de moeflon werd een blijvertje. Wat in 1921 begon met 12 dieren, is tegenwoordig een kudde van 200 dieren, verspreid over het park. “Dat aantal hebben we altijd stabiel gehouden, door middel van jacht. Maar we gaan naar 250 stuks. Op termijn mogelijk zelfs naar 300 moeflons”, zegt Ruseler, die als boswachter niet anders gewend is dat er 200 moeflons in zijn park rondlopen.

Bonsaiboompje

Want de impact van dit schaap op het landschap is gunstig. Ruseler stopt zijn jeep midden op de zandvlakte, stapt in het zand en loopt naar een dennestruikje, het product van zaad dat uit het nabijgelegen bos de zandvlakte op waaide. Het oogt als een bonsaiboompje, zo gemillimeterd zijn de takjes. “Keer op keer vreet de moeflon het jonge groen er vanaf”, legt Ruseler uit. “Als dat niet zou gebeuren, staat hier binnen zeven, acht jaar een boom van formaat. Daar blijft het dan vaak niet bij. Binnen tien jaar heb je een bos.”

Dat is ongewenst. Ooit bestond vrijwel de gehele Veluwe uit stuifzandvlakten met zandduinen en heidevelden. Ook dat oorspronkelijke landschap is het bewaren waard, vindt het bestuur van de Stichting Het Nationale Park De Hoge Veluwe, die het gebied beheert en exploiteert. “Als stichting hebben wij immers de opdracht om de nalatenschap van het echtpaar Kröller-Müller zo goed mogelijk te beheren”, zegt Ruseler. Maar, voegt hij eraan toe, de stichting wil ook de biodiversiteit op peil houden. Ieder landschap van het park heeft immers zijn unieke waarde. “En dat kunnen we alleen in stand houden door de diverse landschapstypen her en der te versterken.”

In de praktijk betekent dat zo nodig het rooien van bomen. Of vergraste heidegebieden afplaggen. Dat zijn zware ingrepen in de natuur, die de biodiversiteit flink kunnen stimuleren, maar ook kostbaar zijn en lang duren. Beter is het dus om, bijtijds, de moeflon in te zetten, voor het broodnodige reguliere onderhoud van de open gebieden.

Turkse pantoffels

Het park is trots op de moeflons, die bekijks oogsten maar ook schuw zijn. “Ze zijn heel waakzaam en kunnen uitstekend zien. Je moet dus echt weten waar je moet zoeken”, zegt Ruseler, die daarmee de verwachtingen van zijn reisgenoten behoorlijk tempert. Maar de dieren hier, vervolgt hij, zijn er in ieder geval wel raszuiverder dan de moeflons die ooit zijn uitgezet op jachtdomeinen elders in Europa, in Duitsland of Tsjechië bijvoorbeeld. “Daar zijn ze gekruist met andere schapensoorten, om nog mooiere hoorns te krijgen voor de jacht.” De wilde schapen van het park worden ook redelijk oud, 17 jaar is geen uitzondering.

We willen onze bossen gevarieerder maken, met meer loofhout, om de biodiversiteit te verhogen.

Boswachter Henk Ruseler

Het exotisch dier heeft zich in de loop van de eeuw ook keurig aangepast aan het landschap. “Toen Anton Kröller ze pas introduceerde, waren er nogal wat problemen”, zegt de boswachter als hij zijn Landrover weer in beweging brengt. “De moeflon is van origine een bewoner van rotsachtig berggebied. Hier kregen ze al snel last van zogeheten Turkse pantoffels, doorgegroeide, opgekrulde hoefnagels. Een ander probleem was dat de hoorns, vooral bij mannetjes, met hun krul de nek in groeiden.” Maar die problemen zijn, vooral door ­selectie tijdens de jaarlijkse jacht, nagenoeg verdwenen.

Geen taboe

Want jacht is voor het Nationale Park, anders dan voor natuurgebieden als de Amsterdamse Waterleidingduinen of de Oostvaardersplassen, geen taboe. Daar leidt elk menselijk ingrijpen tot verhitte politieke debatten en veel kabaal van actiegroepen en boze burgers, terwijl ondertussen de grote grazers of herten het landschap kapot vreten. Of, misschien nog wel erger, de dieren bij gebrek aan voedsel gewoon verhongeren.

Opvallend is ook hoe relatief weinig écht grofwild er rondloopt in het park. In de Amsterdamse Waterleidingduinen (3400 hectare) lopen nog steeds 3300 herten rond, uiteindelijk moet dat naar 800. Het Nationale Park De Hoge Veluwe (5400 hectare) telt volgens de laatste telling slechts 285 edelherten. “Dat moet dus terug naar 200”, zegt Ruseler. “We willen onze bossen gevarieerder maken, met meer loofhout, om de biodiversiteit te verhogen.”

Dan opeens houdt hij weer stil. Dáár, wijst hij. Ruseler pakt zijn verrekijker, hij wijst opgewonden naar rechts. Daar, in de verte, bewegen stipjes tussen de bosrand. De fotograaf veert weer op. Inderdaad, het zijn moeflons. Dertig, veertig dieren. Missie geslaagd.

Deel dit artikel

We willen onze bossen gevarieerder maken, met meer loofhout, om de biodiversiteit te verhogen.

Boswachter Henk Ruseler