Stoppen voordat de boerendroom een nachtmerrie is

groen

Emiel Hakkenes

Herman en José Bongen. © Koen Verheijden

De Nederlandse landbouw maakt boeren financieel, emotioneel en sociaal kapot, ervaren melkveehouders Herman en José Bongen. ‘Met tachtig uur werken raak je je leven, je gezin kwijt.’

Zo staat het op Funda: “Goed onderhouden, landelijk gelegen melkveebedrijf ten noorden van het dorp Varsseveld met ca. 33 ha eigen grond. De voor deze streek karakteristieke en authentieke gebouwen dateren uit begin vorige eeuw. In de jaren zeventig is er een woning met ligboxenstal bijgebouwd en in 1993 is er een nieuwe werktuigenloods gerealiseerd, deze is in 2013 uitgebreid. In 2013 is er ook een nieuwe jongveestal gebouwd. De jonge eigenaren hebben ervoor gezorgd dat dit bedrijf in vele facetten up-to-date is.”

Lees verder na de advertentie

Dit is het bedrijf van Herman (44) en José (34) Bongen. Ze zijn niet failliet, benadrukt Herman. Toch stoppen ze met de boerderij. “We stappen eruit, voordat we gek worden”, zegt José. Volgende week zullen ze in de Amsterdamse Rode Hoed uitleggen waarom de Nederlandse landbouw op een dood spoor zit.

Verlies draaien

Herman: “De afgelopen twee jaar heb ik 80 uur in de week gewerkt. Toch draaide ik met mijn 90 koeien verlies. Voor een liter melk krijg ik 30 cent. Maar ik moet de bank betalen, en het voer, de veearts en de loonwerker. Dan kom ik op een kostprijs van 40 cent per liter. Dat is niet vol te houden. Het eerste waar je op bespaart, is de loonwerker. Dan ga je zelf maar maaien. Dat gaat weer ten koste van de aandacht die je aan je koeien kunt geven. Of aan je gezin. Dat wil ik niet de rest van mijn leven­­. Zó leuk is boer zijn niet.”

'Ik vind het schokkend dat er boeren zijn die het normaal vinden om altijd te werken en nooit iets te verdienen.'

José: “Ik vind het schokkend dat er boeren zijn die het normaal vinden om altijd te werken en nooit iets te verdienen. Ik kan er niet achterkomen wie hoeveel overhoudt aan onze melk. De supermarkten hebben veel macht. Zelfs boeren die buiten een coöperatie om zelf hun zuivel aanbieden aan de supermarkt zetten ze onder druk: vind je de geboden prijs te laag, dan kopen we het wel van een ander.”

Herman: “Het publiek heeft de mond vol over dierenwelzijn en verantwoord produceren. Aan al die eisen kan en wil ik best voldoen. Maar het kost geld.”

José: “Ik verwacht dat het in de toekomst verplicht wordt dat een kalf bij de koe blijft. Zo’n familiekudde, dat lijkt mij prachtig. Maar dan zouden wij onze stal grondig moeten aanpassen. Die investering zou je dan willen terugverdienen met een hogere verkoopprijs. Maar die krijg je niet, je draait als boer zelf op voor de wensen van het publiek.”

Voortdurende kritiek

Dat is de financiële kant van de zaak, waar alles mee begint. Te weinig verdienen is niet vol te houden. Wat ze ook niet volhouden, zeggen Herman en José, is de voortdurende kritiek waaraan ze als boeren blootstaan. En de felste kritiek lijkt te komen van mensen met het minste verstand van zaken. “Je wordt er zuur van”, zegt José. “Al die onwaarheden. Over weidegang bijvoorbeeld. Dat wordt straks verplicht, terwijl het echt niet beter is voor een koe om met 30 graden in de wei te lopen. De boer moet zich constant verdedigen. Dat verlies je. Dus stappen we eruit, voordat we gek worden.”

Voor de goede orde: in het weideseizoen hebben de koeien van Herman en José zelf de keuze om naar buiten te gaan. Als ze het te warm vinden, blijven ze liever binnen.

'De koeien, de buitenlucht, eigen baas zijn – dat is het mooiste beroep van de wereld.'

Tien jaar geleden begonnen Herman en José op deze boerderij. Het is geen familiebedrijf van vader op zoon. Hermans vader had een kleine pachtboerderij. Herman nam die over, net als het bedrijf van de kinderloze boer waar hij vaak meehielp. Die twee bedrijven voegde hij samen tot een modern bedrijf van negentig koeien en 30 hectare grond. Herman: “De koeien, de buitenlucht, eigen baas zijn – dat is het mooiste beroep van de wereld. Maar het kan alleen bij een melkprijs van minstens 40 cent. Er is marktbescherming nodig, een minimumprijs voor ons product.”

Emotionele wissel

Werken in een verlieslijdend bedrijf trekt een emotionele wissel op het gezin, merkten Herman en José. Herman: “Met tachtig uur werken raak je je leven, je gezin kwijt. Dat is veel erger dan het financiële verlies. Je probeert het te combineren: kalfjes voeren samen met de kinderen, ze laten meerijden op de tractor. Maar je kunt niet tegelijkertijd je kinderen en je werk alle aandacht geven.”

José: “Onze dochter van 4 zei: ‘Papa, jij hebt nooit vakantie hè?’ En onze zoon van 5 zei tegen­­ een vriendje: ‘Zullen we koetje verkopen spelen, want ik wil niet alleen maar werken en geen geld verdienen.’”

Herman: “Echt. Dat emotioneert mij nu nóg.” Hij veegt een traan uit zijn ooghoek.

José: “Boer zijn is een beroep waarmee je doorgaat totdat je erbij neervalt. Maar zo staat Herman er niet in.”

Herman: “Vorig jaar augustus was het heel warm en de kinderen wilden graag een keer naar het strand. De loonwerker was voor mij aan het maaien, en de schilder was ook aan het werk. Wij zijn de auto gestapt naar Scheveningen. Ik weet dat mijn vader zich zou omdraaien in zijn graf. Maar ik dacht: dat maaien en schilderen kan iederéén, de vader zijn die met mijn kinderen naar het strand gaat kan ik alleen.”

'Dat jij wilde stoppen, zag ik niet aankomen.'

Nachtmerrie

José: “Dat jij wilde stoppen, zag ik niet aankomen. Ik was in shock, maar voor jou stond het vast.”

Herman: “Het speelde voor mij al drie jaar. Steeds brokkelt er wat af. De eerste buitenstaander die ik het vertelde was de veearts. Stond ik te janken over de rug van een koe. Ik wilde heel graag boer worden en heb er veel voor gedaan om dat te bereiken. Nu ik me gedwongen­­ voel om te stoppen, ervaar ik dat niet als falen. Ik heb mijn droom waar gemaakt, maar het moet geen nachtmerrie worden. Je kunt je er niet aan blijven vastklampen.”

José: “Je vertelt het allemaal berekenend, maar je was er best verdrietig om. Ik ook.”

Herman: “We hebben echt wel nagedacht over alternatieven. Over biologisch produceren hebben we heel serieus gesproken met een adviseur. Het zou een flinke investering vergen. En er zou maar een manier zijn om dat geld bij elkaar te sparen: de komende vijf jaar loeihard melken. Want massa is kassa. Een andere optie was fuseren met een andere boer en dan samen een groot bedrijf beheren. De vraag is of dat financieel kan – misschien wel. En of wij dat willen. Eigenlijk niet.”

José: “Ik dacht eerst: ik wil die veehouderij uit, het is een nare wereld.”

Herman: “Maar ja. Mijn opleiding, mijn kennis en ervaring is allemaal agrarisch. Daar voel ik mij gelukkig.”

José: “Er zijn nog altijd jongens die graag boer willen worden. Maar als je niet het bedrijf van je ouders erft of krijgt, is het vrijwel onmogelijk.”

Herman: “Alleen al de grond van ons bedrijf is 1,8 miljoen euro waard. Er moet per jaar 70 duizend euro aan rente en aflossing worden betaald. Wie kan dat financieren? Het meest reële lijkt me dat we het verkopen aan iemand die zijn bedrijf wil vergroten.”

José: “Zo’n grote stal is als een grote school voor je kinderen. Niet per se slecht, wel heel anders. Een koe is dan meer een nummer. Over een tijd, voorspel ik je, hebben we in heel Nederland nog tien melkveehouderijen – megakoeienfabrieken. Ik wil dat niet, het publiek volgens mij ook niet, maar als niemand bereid is een hogere prijs te betalen, gaat het onvermijdelijk die kant op.”

Herman: “Dat is gek hè – wij stoppen omdat we niet meewillen in de ratrace van schaalvergroting. Maar juist door te stoppen werken we die schaalvergroting verder in de hand. Die trein raast door en is niet te stoppen. Maar wij zijn eruit gestapt en kijken hem na. Nu zoeken we een manier om weer thuis te komen.”

Dialoog over landbouw- en voedsel

Herman en José Bongen zijn 14 maart te gast op de tweede avond in de serie landbouw- en voedseldialogen ‘It’s the food my friend’ in Amsterdam. Ook te gast: Cor Pierik (Centraal Bureau voor de Statistiek, hij presenteert actuele cijfers en trends over de landbouw in Nederland), Jeroen Candel (Wageningen UR, over Europese ontwikkelingen en de rol van het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid) en Adrian Langereis, melkveehouder aangesloten bij Boerengilde, over een nieuw verdienmodel voor realistische en gezonde landbouw.

De Rode Hoed, Keizersgracht 102, Amsterdam. Aanvang: 19 uur. Toegang­­ 12 euro. Studenten en Trouw-lezers betalen 7 euro.

Trouw.nl is vernieuwd. Ter kennismaking mag u nu gratis onze artikelen lezen.

Deel dit artikel

Advertentie
'Ik vind het schokkend dat er boeren zijn die het normaal vinden om altijd te werken en nooit iets te verdienen.'

'De koeien, de buitenlucht, eigen baas zijn – dat is het mooiste beroep van de wereld.'

'Dat jij wilde stoppen, zag ik niet aankomen.'