Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Sperziebonen uit Egypte, wat is daar nou erg aan?

Groen

Leonie Breebaart

© Lisette van Boxel

Vroeger wisten we nog waar de sperziebonen vandaan kwamen: van ons eigen landje, of tenminste uit ons eigen land. Maar zo is het voor de meeste Nederlanders allang niet meer.

De sperziebonen komen uit Egypte, de aardbeien uit Spanje en de kiwi's uit Nieuw-Zeeland: het staat er in de supermarkt keurig bij. Al ga je daar wel van piekeren. Want het kopen van fruit en groente is voor stedelingen (en dat zijn veel Nederlanders) nou net hét moment om herinnerd te worden aan wat er zoal groeit en bloeit.

Als je dan leest dat zo'n tomaat helemaal uit Spanje komt, dan dringen zich minder idyllische beelden op: van vieze vrachtwagens in de file, van energieverslindende koelcellen. En van pesticiden, want wie weet wat ze daar in het buitenland allemaal op de groente spuiten.

Eigen groenten te verbouwen
Geen wonder dus dat sommige Nederlanders ernaar verlangen hun eigen groenten te verbouwen. En zij niet alleen: urban farming is wereldwijd in opkomst. Op braakliggende terreinen van Chicago tot Berlijn leggen 'biofiele' stedelingen tegenwoordig groentuinen aan.

De trend werd laatst op Trouws Podium-pagina nog toegelicht door Inez Flameling, universitair docent ecologie en evolutie, en warm voorstander. Stadsboeren, schreef ze, zijn al bezig zich te 'organiseren in informele verbanden', om samen de hele buurt van voedsel te voorzien.

Goed voor het milieu (minder uitstoot!), maar ook voor de mens, denkt Flameling. Want farming is een gezellige, ontspannen vrijetijdsbesteding. En minder modieus dan we denken: "Lang geleden, tijdens de economische crisis in de jaren dertig, hadden veel stadsbewoners een moestuin, uit pure noodzaak."

Die laatste opmerking schudde mij opeens wakker uit die mooie moestuinidylle. Noodzaak, inderdaad! Dát drijft de mens naar zijn landje. Want hoe ontspannend is moestuinieren nou echt? Ja, als hobby: als je genoeg hebt aan twee aardbeien en drie druifjes per dag.

Maar een hele buurt voeden van een paar lieve tuintjes, dat is andere koek. Dat is spitten, poten en ploeteren, het hele jaar rond. Dat is je eten zien verkommeren door droogte, kou en agressieve luizen, waar schattige lieveheersbeestjes echt niet tegenop kunnen. Dat is de hele winter aardappels eten, en nooit eens aubergine, mango of een smakelijke kiwi.

Ecosatire
Wie wil weten welke offers de fanatieke moestuinideoloog van ons vraagt, zou de verrukkelijk ecosatire 'Het jaar van de vloed' moeten lezen, van Margaret Atwood. In die nabije-toekomstfantasie heeft een kleine sekte, 'de Hoveniers van de Heer', weten te ontkomen aan de verwoesting van de aarde door zich terug te trekken op met noeste arbeid onderhouden daktuinen.

Geregeld krijgen ze een preek van hun leider, Adam Eén: "Op de Scheppingsdag, vijf jaar geleden, was onze Dakhof van Eden nog een snikhete woestenij, ingesloten door rottende achterbuurten en poelen van verderf, maar nu bloeit hij als een roos."

Om dat voor elkaar te krijgen hebben de Hoveniers heel wat moeten opgeven: mode, vlees, films, ijsjes, bananen, speelgoed ('De natuur is onze speeltuin') en vooral veel vrije tijd.

Het klinkt idyllisch, dat moestuinieren, maar zonder kiwi's, mango's en sperziebonen uit Egypte wordt het bestaan toch erg schraal.



Het e-mailadres bij dit profiel is nog niet bevestigd. Een link om te bevestigen kunt u vinden in uw inbox.
Bent u de link kwijt? Vraag hier een nieuwe aan.

Wachtwoord is niet correct

tonen

Wachtwoord komt niet overeen

tonen

U moet akkoord gaan met de gebruiksvoorwaarden


Deel dit artikel

Advertentie