Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Slacht een kip (en eet 'r op)

Groen

Amber Dujardin

© ThinkstockPhotos
Slachten

Ex-vegetariër Amber Dujardin wilde weleens weten hoe dat was: eigenhandig een dier slachten, klaarmaken en opeten. 'Ik ben bang dat ik ga huilen.'

Met trillende handen veeg ik het bloed af aan mijn schort. "Ze is nu dood en voelt hier niets van", verzekert Niek me terwijl hij de spartelende kip ondersteboven houdt. "Kippen hebben een autonoom zenuwstelsel." Voorzichtig legt hij het dier in een provisorische slachttrechter: een kartonnen doos met een gat onderin. Een blauwe regenton vangt het bloed op dat uit de hals naar beneden druipt. In een soort roes zie ik de poten ongecontroleerd heen en weer maaien en vleugels fladderen. Ik denk aan een verkeersongeluk. Zouden mensen dan ook zo bewegen? Langzaam wordt het stil.

Nog geen vijf minuten eerder had ik het bijltje er bijna bij neergegooid. Letterlijk, want daarmee moest ik de kip met een rake klap om zeep helpen. Ik fixeer mijn blik op de hals van het dier dat nietsvermoedend op een boomstronk ligt, en stel me voor hoe het bloed in stralen uit het schriele lijfje spuit. Mijn maag draait zich om. Wat ik uit alle macht probeer te voorkomen, gebeurt toch: terwijl ik de bijl omhoog breng, springen de tranen in mijn ogen. "Ik ben bang dat ik ga huilen", zeg ik ontdaan tegen Niek. "Dan huil je", antwoordt hij droog. "Als het niet lukt, maak ik het af."

Eigenhandig een kip slachten, klaarmaken en opeten. Het idee ontstond maanden geleden tijdens terloopse borrelpraat, maar groeide al snel uit tot een oprechte wens. Ik ben tien jaar vegetariër geweest en zal waarschijnlijk nooit een carnivoor worden. Aan motivatie had ik in mijn vleesloze jaren geen gebrek: milieuvervuiling, dierenleed, resistente bacteriën. Op de automatische piloot draaide ik de voordelen af van een vegetarisch dieet, met het onuitstaanbare moreel superieure toontje dat eigen is aan ex-rokers en herbivoren.

De reden dat ik na al die jaren toch overstag ging, was een reis door Zuid-Amerika. Het vleescontinent bij uitstek, constateerde ik iedere avond mistroostig boven mijn bord met bonen of slapgekookte pasta met tomatensaus (terwijl mijn tafelgenoten zich tegoed deden aan een alpacabiefstuk). Toen een serveerster op een dag twee gerechten had verwisseld en ik mijn tanden per ongeluk in een stuk kip zette, was ik haar stiekem dankbaar voor deze barmhartige daad. Ik besloot mijn vegetarische aspiraties de rest van de reis overboord te zetten, en kreeg prompt mijn gezonde eetlust weer terug.

Lees verder na de advertentie
Ik denk aan een ver­keers­on­ge­luk. Zouden mensen dan ook zo bewegen? Langzaam wordt het stil

Niek van Dijk toont het geslachte kippetje, het schoonmaken kan beginnen. © Amber Dujardin

Hypocriet

Jaren vond ik dat prima, totdat er iets begon te knagen. Was het niet hypocriet wat ik deed? Wel vlees eten als ik er geen dier in herken, maar wegblijven van kluifjes, beenham en alles wat duidt op een vorig leven? Het leek me tijd om onder ogen te zien dat ook anoniem supermarktvlees afkomstig is van dieren met een gezicht en gevoel. Niet door een portie kippepoten klaar te maken, maar terug te gaan naar de basis: zelf een dier slachten en opeten.

In mijn hoofd ontvouwden zich twee scenario's. Of ik zou na de slachtpartij van de weeromstuit vegetariër worden, of verder door het leven kunnen als onverschrokken kok die ook 'echte dieren' durft klaar te maken. Hoe dan ook zou het een eerlijke ervaring zijn die mijn eetgedrag een nieuwe dimensie zou geven. Maar wie kreeg ik zo gek om een kip toe te vertrouwen aan een bleekneuzig stadsmeisje? Ik heb geen bevriende pluimveehouders in mijn adresboekje, en zomaar bij een poelier binnenlopen leek me te brutaal. Dan wijst een vriend me op de Boeletuin. Daar runnen eigenaren Niek van Dijk en Ellen Smit een kantine die omgeven is door moestuintjes, en houden ze kippen. Ik stuur een mail en mag tot mijn verbazing hetzelfde weekend al langskomen. "Jij en ik doden de kip samen", stelt Niek voor. "Jij plukt 'r en maakt 'r van binnen schoon en daarna gaat ze in haar geheel de pan in."

Vol zenuwen stap ik die zaterdag op de fiets. Ik durf nauwelijks een vlieg of muis dood te slaan. Door mijn hoofd spoken bloederige beelden die ik tevergeefs probeer te verdringen. Waar ben ik aan begonnen? Ik spreek mezelf streng toe. Terugkrabbelen kan niet meer, en dit is per slot van rekening mijn eigen plan. Was het niet Nelson Mandela die zei dat de dappere man niet hij is die geen angst voelt, maar die zijn angst overwint? Nou dan. Ik zet mijn fiets vast en loop de tuin in. Daar ontmoet ik Niek, een zachtaardige man die jaren als schooltuinmeester heeft gewerkt. Hij heeft eerder kippen geslacht als ze ziek waren of haans werden. Dat laatste gebeurt soms als er geen haan tussen de dames rondloopt, legt Niek uit. "Ze krijgt dan een grotere kam en gaat kraaien. Dat vinden de buren niet leuk."

We lopen naar de kippenren, waar Niek een mager kippetje aanwijst dat half is kaalgeplukt door zijn soortgenoten. "Die wordt het", zegt hij resoluut. "Ze wordt gepest door de anderen en heeft echt geen leuk leven. Daar hoef je je dus geen zorgen over te maken." Even daarvoor heeft hij me uitgelegd wat ik precies moet doen. Achter de kantine - uit het zicht - staat een hakblok. Met een scherpe bijl laat Niek me een paar takken doormidden hakken om te oefenen. Ik moet echt hard slaan, zegt hij, zodat het in één keer gedaan is.

Was het niet hypocriet wat ik deed? Wel vlees eten als ik er geen dier in herken, maar wegblijven van kluifjes, beenham en alles wat duidt op een vorig leven?

© Amber Dujardin

De genadeklap

Als ik genoeg heb geoefend nemen we de kip mee naar achteren.

Met zijn handen houdt Niek haar stevig vast - ondersteboven, zodat het bloed naar de kop stroomt en de kip rustig wordt. Uit mijn eigen gezicht is al het bloed inmiddels weggetrokken. Ik kijk naar het dier dat nietsvermoedend voor me ligt. Kan ik dit wel? Ik schakel mijn gedachten uit en laat de bijl met een klap vallen.

Niet hard genoeg! De bloedende kip begint wild te fladderen en ik raak in paniek. Wat nu? "Nog een keer slaan. Kom maar", zegt Niek zacht maar dwingend. Ik herpak mezelf en probeer het dier met al mijn kracht de genadeklap toe te brengen.

Dit keer is het hard genoeg - al is de kop er niet helemaal af. "Is ze echt dood?", vraag ik stukken harder dan de bedoeling is. "Ja", zegt Niek. "Je hebt het gedaan."

Verdwaasd staar ik naar de bloeddruppels op mijn witte gympen (niet de beste schoenkeuze, besef ik rijkelijk laat). Terwijl Niek de kip in de slacht-trechter legt, zoek ik met trillende handen mijn telefoon om een foto te maken. Een mengeling van verdriet en opluchting overspoelt me. Het ergste is voorbij. "Ik vind het heel dapper", zegt Ellen terwijl ze uit de keuken naar buiten komt lopen. "Dit zouden meer mensen moeten doen. Het is goed om te zien waar je eten vandaan komt."

Niet hard genoeg! De bloedende kip begint wild te fladderen en ik raak in paniek. Wat nu?

Biologieles

Honger heb ik voorlopig niet, maar het is tijd voor de bereiding. De kip gaat een warm badje in om het plukken makkelijker te maken. Onwennig houd ik het druipende beest even later bij de poten vast terwijl ik de veren uit haar lijf trek. Eerst voorzichtig, later met grote plukken. De golf van adrenaline is inmiddels uit me weggespoeld, en tot mijn verbazing krijg ik zowaar schik in dit basale klusje. Met een snoeischaar knip ik de poten los. Niek biedt tot mijn opluchting aan om het verwijderen van de ingewanden op zich te nemen. Als die in een stomende kluwen op het werkblad liggen, krijg ik een kleine biologieles van de oude schooltuinmeester.

Nu de kip geplukt, schoongemaakt en leeggehaald is, kan-ie de pan in. De bouillon moet eerst een nacht trekken. Tijdens die nacht krijg ik een boze droom waarin het me niet lukt om de kip te doden. Bloedend blijft hij kakelen, terwijl ik radeloos met de bijl in mijn handen sta. Een beetje beschroomd vertel ik Niek over mijn nachtmerrie als ik de volgende dag terugkom om de soep af te maken. Ook hij heeft over de kip gedroomd. "Het went nooit."

Onder begeleiding van zijn vrouw Ellen, een professionele kok, ga ik over tot het eindstadium: botten verwijderen, kip snijden en groente en kruiden toevoegen. Er blijft maar weinig vlees van mijn magere kippetje over, constateer ik beteuterd. Maar de bouillon is heerlijk. Met een dampende tupperwaredoos in mijn rugzak fiets ik tevreden terug naar huis - het is zoveel dat ik er dagen van kan eten.

's Avonds schotel ik de soep voor aan mijn vriend. Die eet het kippevlees tot mijn ergernis niet op omdat hij het te taai vindt. Heb ik hiervoor mijn angsten overwonnen!? "Je doet dit toch niet voor mij", werpt hij tegen. Ik verbijt mezelf, maar weet dat hij gelijk heeft. Het was mijn wens, mijn kip, mijn soep. Ik schep mezelf een tweede keer op. Mals is het vlees inderdaad niet te noemen, maar er zit veel smaak aan. Toch is dat alles voor mij bijzaak. Ik eet een dier dat ik gisteren nog in de ogen heb gekeken, en dat voelt op een verwarrende manier oprecht.

Wilt u de reacties op dit artikel lezen? Registreer u hier voor een proefperiode van twee maanden.

Het plaatsen van reacties is voorbehouden aan de betalende abonnees van Trouw. Kijk hier voor een overzicht van onze abonnementen.

Het bekijken en plaatsen van reacties is voorbehouden aan onze betalende abonnees. Kijk hier voor een overzicht van onze abonnementen.

Als betalend abonnee kunt u een reactie plaatsen op dit artikel. Deze is alleen zichtbaar voor andere (proef)abonnees.

Om uw reactie te kunnen plaatsen, hebben we uw naam nodig. Ga naar Mijn profiel


Wilt u dit artikel verder lezen?

Maak vrijblijvend een profiel aan en krijg gratis 2 maanden toegang.

Het e-mailadres bij dit profiel is nog niet bevestigd. Een link om te bevestigen kun je vinden in je inbox.
Ben je de link kwijt? Vraag hier een nieuwe aan.

Ongeldig e-mailadres

Wachtwoord is niet correct

tonen

Wachtwoord komt niet overeen

tonen

U moet akkoord gaan met de gebruiksvoorwaarden


Wij gaan vertrouwelijk om met uw gegevens. Lees onze privacy statement.

Deel dit artikel

Advertentie
Ik denk aan een ver­keers­on­ge­luk. Zouden mensen dan ook zo bewegen? Langzaam wordt het stil

Was het niet hypocriet wat ik deed? Wel vlees eten als ik er geen dier in herken, maar wegblijven van kluifjes, beenham en alles wat duidt op een vorig leven?

Niet hard genoeg! De bloedende kip begint wild te fladderen en ik raak in paniek. Wat nu?