Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Schubdieren komen graag op palmolieplantages, waar ze een geliefde prooi zijn voor jagers

Groen

Anne Broeksma en Alexis de Roode

Schubdier met zendertje op een palmolieplantage op Borneo. © Jamie Owen

Het regenwoud maakt steeds vaker plaats voor palmolieplantages. In die nieuwe omgeving kan het schubdier goed aarden. Maar het beest is er ook extra kwetsbaar. 

 Het gekwaak van kikkers vult de plantage, boven het pad zweven wolken muggen. Onderzoekster Elisa Panjang werpt met haar hoofdlamp lange banen licht in de gangen tussen de palmen. Overal staan dezelfde brede stammen op gelijke afstand van elkaar, daarboven reusachtige waaiers van bladeren. Elisa hoort iets en richt snel haar lamp naar links. Een Maleise stinkdas schiet weg achter een boom, zijn witte kuif is in een flits zichtbaar.

Lees verder na de advertentie

“Schubdieren komen hier graag. Met gps-tracking heb ik ontdekt dat ze vanuit het regenwoud regelmatig de Kinabatangan-rivier overzwemmen, om hier op de plantage naar mieren te zoeken.” Ze schijnt met haar licht vlak onder de kruin van een boom, waar trossen onrijpe palmvruchten hangen. “Daar, daar heb ik ze weleens zien slapen. Veel dieren, zoals civetkatten, komen alleen naar de randen om wat vruchten te stelen, maar schubdieren gaan er dieper in. Het zijn echte opportunisten. Als er maar mieren of termieten te vinden zijn.”

Wie een schubdier vangt, kan in één klap zijn maandinkomen verdubbelen

Elisa Panjang (34) is de enige schubdieronderzoeker van Maleisië en werkt bij het Danau Girang Field Centre, in het oerwoud van Sabah, Borneo. Schubdieren zien er met hun geschubde uiterlijk uit als draakjes, maar behoren gewoon tot de orde der zoogdieren. Het zijn pure nachtdieren en ze leven voornamelijk in bomen, waar ze met hun lange, kleverige tong elke nacht tienduizenden mieren en termieten oplikken. Helaas zijn ze ernstig bedreigd. Panjang volgt ze in het regenwoud en op palmolieplantages, om te ontdekken hoe ze zich aanpassen in landschappen die door de mens zijn aangetast. Meer kennis over hun gedrag en ecologie moet betere bescherming mogelijk maken.

Elisa Panjang © Alexis de Roode

“In deze plantage heb ik op wel honderd verschillende plekken wildcamera’s geplaatst. Het leverde voornamelijk foto’s van luipaardkatten op, en een paar schubdieren. Dat is al heel wat, want het zijn enorm moeilijke dieren om te onderzoeken.” Panjang zucht. “Het probleem is dat schubdieren een groot territorium hebben van tientallen hectares, en geen vaste verblijfplaats of vaste looproutes. En het grootste deel van de dag verbergen ze zich in bomen.”

Van het regenwoud op Borneo is nog de helft over, de rest is plantage geworden. Nederland is als vierde palmolie-importeur ter wereld een van de drijvende krachten achter dit proces. Voor de meeste diersoorten vormt het verdwijnen van het regenwoud de grootste bedreiging, maar voor het schubdier ligt dit anders. Dat blijkt zich prima thuis te voelen op de plantages en laat als insecteneter de vruchten met rust.

Zwarte markt

Het probleem is dat er op de plantages gejaagd wordt, vertelt Panjang. Schubdieren zijn veel geld waard op de zwarte markt. Hun vlees wordt verkocht als delicatesse in China en de schubben worden vermalen tot traditionele medicijnen tegen de meest uiteenlopende kwalen.

Alles wat ze zien schieten ze neer, omdat ze geen bewijs van bedreigde diersoorten rond hun terrein willen

Elisa Panjang

Sinds Panjang als tienjarig meisje voor het eerst een schubdier zag achter haar huis, is ze verliefd op de dieren en heeft ze zich voorgenomen ze in Maleisië voor uitsterven te behoeden. Maar ze voert een eenzame strijd.

De jacht is in Maleisië officieel streng verboden, op straffe van boetes of gevangenisstraf, maar in de praktijk blijkt dat nauwelijks een rem.

De plantagemedewerkers zijn voornamelijk gastarbeiders uit Indonesië die een hongerloon krijgen. Wie een schubdier vangt, kan in één klap zijn maandinkomen verdubbelen. Met speurhonden en grote netten worden de dieren uit de boomgaard gevist. Panjang spreidt haar armen en kijkt om zich heen. “Deze plantage is 4 kilometer bij een halve kilometer, relatief klein. Maar hoe wil je dat in de gaten gaan houden? De arbeiders wonen op het terrein, terwijl de managers en de bazen elke avond terug naar de stad rijden.”

Schieten

Bij de rand van de plantage wijst Panjang naar een soort hutje van takken en oude bladeren, in een wilde boom. “Een orang-oetannest!” De onderzoekster is opgetogen. “Dit nest is zo te zien verlaten, maar ik had er hier nog nooit een gezien.” Ze wijst naar de andere kant van de weg: “Op dit soort plekken aan de rand zetten plantagehouders soms bewakers neer. Alles wat ze zien schieten ze neer, ook orang-oetans. Niet vanwege die paar palmvruchten die ze opeten, maar omdat ze geen bewijs van bedreigde diersoorten rond hun terrein willen. Anders kunnen ze de plantage niet uitbreiden.”

RSPO-certificatie blijkt geen enkele garantie te bieden op een betere omgang met beschermde dieren of minder pesticidengebruik. Panjang: “Het is eerder andersom. Op de kleine plantages is het werk beter te overzien en wordt het onkruid vaak met de hand tussen de bomenrijen weggehaald. Juist de RSPO-plantages, die veel groter zijn, doen alles chemisch.”

Haar grootste succes in de strijd voor schubdieren haalde Panjang in 2018. In februari werd een wet aangenomen voor hogere straffen, waarvoor ze vier jaar gelobbyd had. Wie nu gepakt wordt met een schubdier in Sabah, krijgt een gevangenisstraf van minimaal zes maanden of een boete van minimaal 10.000 euro. Maar anno 2019 is er nog niet één gevangenisstraf uitgedeeld, ondanks veel arrestaties. De syndicaten, die miljoenen verdienen met wildhandel, betalen lachend de boetes.

Toch blijft Panjang hoop houden. “Ik ga langs scholen en zie dat kinderen na mijn verhaal er een nieuw lievelingsdier bij hebben. Ik geloof in die nieuwe generatie.” Ook krijgt Sabah volgend jaar zijn eerste reddingscentrum voor schubdieren, dankzij een Maleis-Amerikaanse filantroop. Hij heeft Panjang ingeschakeld als deskundige, ze glundert als ze het vertelt. “Ik ga door met mijn werk tot de schubdieren van Sabah gered zijn.”

Boycotten of niet?

In een poging het regenwoud dat nog over is te behouden, besloot het Noorse parlement op 6 december 2018 biobrandstof gemaakt van palmolie uit te bannen voor 2020. Ook de Britse supermarktketen Iceland kondigde aan geen palmolie meer te gaan gebruiken in voedselproducten. Maleisië stond op de achterste benen en betichtte boycotters van ‘crop apartheid’. Ook Maleise natuurbeschermers staan er kritisch tegenover.
Shavez Cheema, oprichter van wildlifeclub 1StopBorneo, legt uit waarom. “Jullie willen ons straffen voor iets wat je zelf tot stand hebt gebracht. Alle welvaart die we hier nu hebben, steunt op palmolie. En de vraag komt uit het Westen. Als er een boycot komt, stort de economie totaal in. Dan staan die arbeiders op straat en gaan ze met verdubbelde kracht het bos leeghalen.” Een ander argument dat vaak wordt genoemd, is dat vervangers voor palmolie, zoals soja-olie, nóg schadelijker voor het milieu zijn.

Lees ook: 

Ieder schubdier telt voor Madelon Rusman

Het schubdier is het meest gestroopte dier ter wereld. Alle acht soorten worden nu met uitsterven bedreigd. Madelon Rusman probeert in Vietnam het tij te keren.

Het schubdier: Leer Chinezen nu eerst maar eens nagelbijten

Het is alsof de schepper even niet wist te kiezen tussen vlees of vis en dus werd het ogenschijnlijk van allebei wat, een zoogdier met een huid vol kolossale schubben. 

Deel dit artikel

Wie een schubdier vangt, kan in één klap zijn maandinkomen verdubbelen

Alles wat ze zien schieten ze neer, omdat ze geen bewijs van bedreigde diersoorten rond hun terrein willen

Elisa Panjang