Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Piet bleek de missing link

Groen

Jelle Reumer

De kies, het dijbeen en de schedelkap van 'Piet'. © TRBEELD

Twaalf topfossielen met mooie verhalen koos paleontoloog Jelle Reumer uit musea. Hij schreef er het boek ‘Natura Morte’ over. Een voorproefje.

De eerste keer dat ik Piet zag, woonde hij in Leiden, in een neogotisch pand dat volgens een gevelsteen ooit gebouwd was als ‘Rijks Zuivelstation’. Er werd al jaren geen melk en boter meer onderzocht en het nogal utilitaire gebouw was door de directie van het toenmalige Rijksmuseum voor Natuurlijke Historie gehuurd om het schrijnende ruimtegebrek in het oude museumpand aan de Raamsteeg te verhelpen. Een deel van de collectie met de bijbehorende conservatoren en preparateurs was erheen verhuisd en Piet hoorde daar ook bij. Piet is echter geen conservator of preparateur, Piet is een object. Piet bestaat uit een paar schamele onderdelen: een schedelkap, een dijbeen en een kies. Restanten, een beetje iets, dat ooit iemand was. Het stuk schedel, het beenbot en de kies behoren toe aan de eerste oermens. Voluit heet hij Pithecanthropus erectus, letterlijk: de rechtoplopende aapmens, maar in de wandeling wordt dat deftige Pithecanthropus afgekort tot het oerhollandse Piet. Voor intimi, en ik prijs mij gelukkig dat ik tot de intimi mag behoren.

Lees verder na de advertentie

Zacht bedje

Toen ik Piet trof, zat hij in een met een sleuteltje afgesloten houten kistje in een brandkast, onzichtbaar voor de museumbezoekers die er trouwens in die tijd überhaupt niet waren, want het oude museum was een onderzoeksinstituut zonder publieksfunctie. Netjes verpakt in kartonnen doosjes, gewikkeld in zacht tissuepapier, de kiezen tussen katoenen watten. In de brandkast stond verder een oud geweer, dat toch ook ergens moest staan en daar wel veilig stond. Er zullen vroeger wel vogeltjes mee zijn ‘verzameld’ voor de museumcollectie. De conservator, inmiddels is hij reeds lang met pensioen, hield wel van een beetje show en hij maakte een stuk tafel vrij, legde er een paars kleedje op als betrof het een huisaltaartje en haalde Piet uit de kluis en uit de verpakking. De schedelkap. Het dijbeen. Het doosje met het kiesje. Ik mocht Piet vasthouden, met handschoenen uiteraard. Dat kon nog in die tijd. 

Tegenwoordig verblijft Piet in een bomvrije glazen vitrine, zichtbaar voor het museumpubliek maar onbereikbaar voor wie dan ook. Het is als een reliekschrijn: de museumbezoeker als de pelgrim die de heilige komt vereren. De bewaking houdt Piet angstvallig in de gaten, alsof hij een levensgevaarlijke gedetineerde is die ieder moment per helikopter kan worden bevrijd. Disclaimer: dit wás de situatie in Naturalis tot 2017. Toen ging het museum tijdelijk dicht voor verbouwing. Ergens in de toekomst zal een heropening plaatsvinden, waarna Piet – zo mogen we hopen – weer zichtbaar wordt. Op Piet rust trouwens een beetje de smet van het kolonialisme. Piet is gevonden in de tijd dat Indonesië nog Nederlandsch-Indië heette, met ‘-sch’, en dat maakt zijn verblijf in Leiden in sommige ogen een beetje suspect. Piet wordt wel eens vergeleken met de Elgin Marbles. Ze houden hem daarom liever in zijn bomvrije reliekschrijn. En zelf vasthouden is uit den boze.

Tekst loopt door onder foto

De afgraving aan de oevers van de Solo in Trinil (1894), waar de botten door Eugène Dubois zijn gevonden. De foto is gemaakt door Dubois. copyright Naturalis © TRBEELD

Piet is in 1891 gevonden door Eugène Dubois, langs een rivieroever op midden-Java. Dubois, geboren in Eijsden met uitzicht op de St-Pietersberg, verzamelde als kind al fossielen. Dat mag weinig verbazing wekken wanneer je temidden van de belemnieten en zee-egels ter wereld komt, maar bij de meeste kinderen gaat zoiets tijdens de puberteit wel weer voorbij. Bij Eugène niet en bij gebrek, destijds, aan een opleiding tot paleontoloog ging hij medicijnen studeren. De oorsprong van de mens vinden, de missing link, dat was zijn doel. Nadat in 1856 bij Düsseldorf de eerste Neanderthaler was gevonden en Charles Darwin in 1871 zijn boek over de afstamming van de mens publiceerde, was de zoektocht naar de ‘oermens’ losgebarsten. Maar waar te zoeken? Aan de mens gerelateerde mensapen komen voor in Afrika (de chimpansee, de bonobo en twee gorilla-soorten) en in Azië (tegenwoordig drie soorten orang-oetans en ook de nauw verwante gibbons), die continenten liggen daarmee dus voor de hand. Tegenwoordig weten we dat de bakermat van Homo sapiens in Afrika ligt, maar in de negentiende eeuw werd vooral naar Azië gekeken. Tropisch Azië, en laat nou toevallig een groot deel van tropisch Azië aan Nederland toebehoren.

Wadjak-schedel

Dubois nam zich voor daar te gaan zoeken. Met een aanstelling als legerarts vertrok Dubois op 29 oktober 1887 in gezelschap van vrouw en dochter met het stoomschip Prinses Amalia naar de oost. Hij begon zijn zoektocht in Sumatraanse grotten, maar verlegde zijn focus al snel naar Java. De reden daarvoor was onder andere het feit dat kort tevoren op Java een mensenschedel was gevonden, de zogenoemde Wadjak-schedel. Na eerst ook in Javaanse grotten te hebben gezocht en gegraven, verlegde hij zijn aandacht naar rivierafzettingen die ook dikwijls rijk zijn aan fossielen. Vanaf augustus 1891 werkte Dubois in een rivierafzetting bij Trinil, langs de oevers van de Solo-rivier op Java. Zijn opgravingsteam bestond uit twee militairen van het geniekorps, de korporaals Gerardus Kriele en Anthonie de Winter en een forse hoeveelheid dwangarbeiders, koelies. Zo ging dat toentertijd. Al na een maand werd een menselijke kies gevonden, en in oktober werd ‘een fraai schedelgewelf uitgegraven, dat, even ontwijfelbaar als de kies, aan het geslacht Anthropopithecus (Troglodytes) moet worden toegeschreven’. De naam Anthropopithecus (letterlijk: mensaap) was eerder door een Britse paleontoloog aan een Pakistaans fossiel mensenbot gegeven, en werd door Dubois dus ook toegepast. Het graafseizoen 1891 kwam ten einde toen de regentijd losbarstte, maar het volgende jaar werd weer verder gegraven. Ongeveer vijftien meter stroomopwaarts van de plek waar kies en schedeldak waren gevonden, kwam toen een dijbeen tevoorschijn. Dubois was ervan overtuigd dat kies, schedelkap en dijbeen aan hetzelfde individu hadden toebehoord. Tot op de dag van vandaag is het tegendeel niet vastgesteld.

Over het dijbeen en de oorspronkelijke eigenaar ervan schreef Dubois het volgende:

‘Dit wezen was (…) geenszins ingericht tot het klimmen in boomen (…). Integendeel blijkt uit den geheelen bouw van het femur [= dijbeen, jr], dat dit been dezelfde mechanische rol als in het lichaam van den mensch vervulde (…). Met volkomen zekerheid volgt uit die beschouwing van het dijbeen, dat de Javaansche Anthropopithecus in dezelfde opgerichte houding stond en ging als de mensch (…).’

Tekst loopt door onder foto

De route die Dubois volgde in langs de rivier Solo in Trinil. copyright Naturalis © TRBEELD

AapMensaap

Daarmee was de conclusie al getrokken: het ging om een rechtoplopend wezen: een erectus dus. Dubois heeft vervolgens zichtbaar geaarzeld over de juiste wetenschappelijke benaming van zijn fossiel. Het was in zijn ogen een missing link, een overgangsvorm: eine menschenähnliche Übergangsform. Was het daarmee een aap die een beetje menselijk was geworden, of een mens die nog iets aapachtigs had? Een mensaap of een aapmens? Een Anthropopithecus of een Pithecanthropus? Hij had eerst Anthropopithecus in zijn manuscript gezet maar dat woord later doorgestreept en vervangen door Pithecanthropus. Die doorhaling en vervanging weerspiegelen de worsteling van Dubois. Hij besloot dat Piet geen mensaap is, maar een aapmens. Een mens dus! Tegenwoordig is de soort erectus ondergebracht in hetzelfde geslacht als die andere mensachtige: sapiens. Sindsdien gaat Piet door het fossiele leven als Homo erectus.

Sinds Dubois’ ontdekking is het met de studie van fossiele mensachtigen, de paleoantropologie, snel bergopwaarts gegaan. Al enkele decennia later, in de twintiger jaren van de vorige eeuw, werden de eerste Australopithecus-fossielen ontdekt in Zuid-Afrika, en later werden er nog veel meer gevonden in de oostelijke delen van Afrika die kunnen worden samengevat onder de term Rift Valley, de grote depressie die van de Rode Zee in zuidelijke richting doorloopt tot voorbij de grote meren. Ook op Java werd nog meer gevonden; in China kwam de Peking-mens tevoorschijn; in Europa de Heidelbergmens en de fossielen van Atapuerca in Spanje. De vondsten van Dubois kunnen worden gezien als de grondslag voor dit alles. Om die reden is Piet een topstuk en wordt hij terecht gekoesterd. De schedelkap is het zogenoemde holotype van Homo erectus, het exemplaar waarop de soortnaam is gegrondvest. De bruinachtig verkleurde schedelkap omvat de bovenkant van de hersenpan vanaf de wenkbrauwboog tot en met de aanhechtingsplaats van de nekspieren. Helaas ontbreken de jukbeenderen, de bovenkaak, de gehoororganen en het achterhoofdsgat. Piet’s dijbeen is redelijk intact, ook al zijn enkele botsplinters die bij de opgraving waren losgeraakt en die de dag erna tijdens het lijmen in het veld waren weggewaaid met het boomblad waarop ze lagen, nu verloren. Het bot vertoont een vreemde woekering als gevolg van een niet-kwaadaardig gezwel. De kies is om te zien het minst spectaculaire onderdeel van de rechtoplopende aapmens, ook al was hij eerder gevonden dan Piet’s schedel en zijn dijbeen. Naast de documentatie van onze voorouder tonen de drie fossielen vooral ook het genie van de man die ze vond en beschreef, Eugène Dubois, uit Eijsden.

Jelle Reumer, Natura morte, een ­korte reis langs paleontologische topstukken, Historische Uitgeverij, 80 blz., €12,50


Het e-mailadres bij dit profiel is nog niet bevestigd. Een link om te bevestigen kunt u vinden in uw inbox.
Bent u de link kwijt? Vraag hier een nieuwe aan.

Wachtwoord is niet correct

tonen

Wachtwoord komt niet overeen

tonen

Door een profiel aan te maken ga je akkoord met de gebruiksvoorwaarden en geef je aan het privacy statement en het cookiebeleid te hebben gelezen.

Deel dit artikel