Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

'Het verwondert me hoe weinig we weten van paddestoelen'

Groen

Willemien Groot

Jorinde Nuytinck © Inge van Mill
Interview

Wekelijks worden er nog nieuwe soorten paddestoelen ontdekt, door vrijwilligers die in het bos op hun knieën liggen, en door genetici in het lab.

Jorinde Nuytinck is een van de weinige paddestoelendeskundigen in Nederland. De Vlaamse mycologe, verbonden aan Naturalis Biodiversity Center in Leiden, doet onderzoek naar het DNA van paddestoelen en zit in de commissie die paddestoelen een Nederlandstalige naam geeft. "Paddestoelen zijn evolutionair gezien ouder dan planten en toch weten we er nog weinig over. Dat verwondert me nog elke dag."

Lees verder na de advertentie

Van jongs af aan had Jorinde Nuytinck (1978) belangstelling voor de natuur. "Zodra ik oud genoeg was, vroeg ik mijn ouders lid te mogen worden van een natuurclub voor jongeren. Ik wilde alles weten over planten en dieren." Een studie biologie was vervolgens een logische keuze. Aan de Universiteit van Gent kreeg ze college van de bevlogen hoogleraar en paddestoelenkenner Mieke Verbeken die het vervolg van haar carrière bepaalde.

Heel soms vinden we een fossiel in amber, maar wereldwijd zijn er minder dan tien van dit soort fossielen ontdekt

Nuytinck specialiseerde zich in het onderzoek naar schimmels en zwammen. Mycologie is een vrij jong onderzoeksterrein en mycologen zijn dun gezaaid. "Je moet alles zelf uitzoeken", zegt Nuytinck. "Er is heel weinig bekend over de evolutie van schimmels. We weten dat ze heel oud moeten zijn. Ouder dan planten, omdat die de voedingsstoffen nodig hebben die schimmels leveren. Maar hoe is die evolutie verlopen en hoe is die diversiteit ontstaan?" Paddestoelen leven kort en verspreiden zich via sporen. Die vruchtlichamen vergaan snel en laten geen tastbare resten achter als botten of versteend hout. "Heel soms vinden we een fossiel in amber, maar wereldwijd zijn er minder dan tien van dit soort fossielen ontdekt. We hebben niets om op terug te vallen."

DNA-onderzoek

Toen Jorinde Nuytink met haar promotie-onderzoek in Gent begon, stond DNA-onderzoek naar paddestoelen nog in de kinderschoenen. Er was bijvoorbeeld geen geneticalab. Identificatie gebeurde op basis van waarneming: hoe ziet de paddestoel er uit? "Door mijn onderzoek heeft identificatie op basis van DNA wel een zetje in de goede richting gekregen. Er is nu ook een aparte studierichting voor."

Vier jaar geleden maakte de paddestoelenkenner de overstap naar Naturalis Biodiversity Center. "Wat me het meest heeft aangetrokken bij Naturalis is dat het biodiversiteitsonderzoek heel breed is. De cultuur in Nederland is ook veel opener. Als een onderzoek mislukt, kun je dat gewoon zeggen. Vervolgens denken wetenschappers mee over een andere aanpak. In België is dat niet zo gebruikelijk."

"Mensen uit verschillende disciplines werken hier samen, waardoor je wordt gedwongen buiten je eigen vakgebied te kijken. Daardoor ben ik als onderzoeker enorm gegroeid. We kijken hoe we onze kennis van paddestoelen kunnen toepassen, bijvoorbeeld in de landbouw." Schimmels verbeteren de bodemkwaliteit, maar er zijn ook soorten die schadelijk zijn. Nuytinck: "Als we precies weten wat de goede schimmels zijn, kunnen we de bodem verrijken. De goede schimmels verdrijven de schadelijke, waardoor we gewassen kunnen beschermen tegen ziekten. Dat is een heel natuurlijke manier van bodemveredeling."

Samenwerking

Een bekend voorbeeld van de beschermende werking van paddestoelen is de symbiose tussen sommige boleten en naaldbomen. Uit onderzoek blijkt dat het schimmelnetwerk van de boleten de naaldbossen beschermt tegen de effecten van bodemvervuiling. Sommige boletenpopulaties hebben zich aangepast en zijn bestand tegen schadelijke zware metalen. Ze helpen de naaldbomen waarmee ze in symbiose leven, te groeien in deze giftige bodems. Schimmels zijn dus een belangrijk wapen tegen bodemvervuiling.

Alleen al in Nederland duiken zo'n zeven nieuwe soorten per maand op

Schimmels die daarvoor geschikt zijn, behoren tot de groep die samenleeft met planten en bomen, de zogenoemde symbionten. Symbionten zijn een van de drie grote functionele groepen in het rijk van de paddestoelen. Ondergrondse schimmelnetwerken geven water en nutriënten als stikstof en fosfor af aan plantenwortels, en in ruil daarvoor krijgen ze suikers en koolstof. Dat zijn de voedingsstoffen die de schimmels nodig hebben om te groeien. Zo'n 90 procent van de planten werkt samen met schimmels. Ze kunnen niet zonder elkaar.

Daarnaast kennen we de parasieten, die levende planten aanvallen en ziek maken, zoals de tonderzwam. De laatste groep is die van de saprotrofen, die dood materiaal afbreken. Een bekende saprotroof is de stinkzwam, met zijn kenmerkende lijkengeur. Nuytinck: "Ik vind vooral de groep van de symbionten heel interessant omdat we niet precies weten hoe die samenwerking tussen schimmels en planten verloopt."

Wetenschappers hebben zo'n 100.000 paddestoelen geïndentificeerd, maar er zijn nog ontelbare onontdekte soorten. Alleen al in Nederland duiken zo'n zeven nieuwe soorten per maand op. Meestal worden die gevonden door vrijwilligers, mensen die hun vondst goed documenteren en aanmelden bij de website van de Nederlandse Mycologische Vereniging. "Die vrijwilligers zijn heel waardevol voor ons onderzoek. Zij kruipen echt op hun knieën door het bos, op zoek naar nieuwe soorten." Deskundigen kijken vervolgens of het inderdaad om een nieuwe soort gaat. "Dan letten we eerst op het uiterlijk van de paddestoel, de kleur en de geur. Daarna gaat de vondst onder de microscoop. "Sommige paddestoelen zien er op het oog hetzelfde uit, maar bij microscopisch onderzoek blijkt het dan toch om twee verschillende soorten te gaan."

Nieuwe namen

En dan is het de kunst een mooie naam te verzinnen voor de nieuw ontdekte soort. Daarvoor is de Commissie Nederlandse Namen verantwoordelijk. Nuytinck is lid van die commissie. Vroeger moesten paddestoelenliefhebbers het doen met de Latijnse benaming. Maar in 2013 maakte de commissie een flinke inhaalslag door meer dan vijfhonderd soorten te voorzien van een Nederlandse naam. Tegenwoordig bekijkt de commissie zo'n honderd nieuwe namen per jaar. "Door zo'n Nederlandse naam is het voor een breed publiek veel makkelijker een soort te herkennen. Ik denk ook dat we paddestoelen daardoor meer zijn gaan waarderen."

Bij het fijnwrattig hazenoor lijkt het of er oren met wratjes uit de grond komen

De favorieten van Nuytinck zijn de namen die tot de verbeelding spreken. "Het knoopsgat bijvoorbeeld, is een zwammetje dat op afstervende dennennaalden groeit. Het is net alsof de dennennaald een rijtje zwarte knoopjes heeft. Of het zeer zeldzame fijnwrattig hazenoor, een grote paddestoel met een vliesachtige structuur, die op de bodem in loofbossen groeit. Hij heeft een klein steeltje, waardoor het lijkt of er oren met wratjes uit de grond komen. Daar kun je toch meer mee dan met de Latijnse naam Otidea tuomikoskii."

Ondergronds

Het leven van de fungi, de wetenschappelijke naam voor schimmels of zwammen, speelt zich grotendeels ondergronds af. In de bodem ligt een groot netwerk van schimmeldraden. Paddestoelen zijn de zichtbare, bovengrondse vruchtlichamen, die de schimmel gebruikt voor de voortplanting. Aan die paddestoel kunnen we de schimmel herkennen. Pas recent is de volledige diversiteit van een eerste groep schimmels, die van de melkzwammen, in kaart gebracht met DNA-onderzoek.

Melkzwammen komen in Nederland en Europa veel voor in loof- en naaldbossen. Dankzij dit onderzoek kunnen wetenschappers nu alle soorten identificeren. "We hebben daardoor geleerd dat twee verschillende soorten precies op elkaar kunnen lijken", zegt Nuytinck. "Ze zien er hetzelfde uit, hebben dezelfde geur en kleur. Die cryptische paddestoelen, zoals we ze noemen, zijn alleen op basis van hun DNA van elkaar te onderscheiden."

DNA-onderzoek helpt bovendien schimmels te identificeren die we in de vorm van paddestoelen zelden zien. In 2011 is bijvoorbeeld onderzoek gedaan naar de aanwezigheid van schimmel-DNA in bodemmonsters uit de Nederlandse duinen. Dit DNA werd vergeleken met het DNA van bekende paddestoelen. Daaruit bleek dat er in de duinen vele soorten schimmels voorkomen, die nooit in de vorm van en paddestoel zijn aangetroffen. Soorten waarvan men dacht dat ze alleen in de Alpen voorkomen, bleken ook in de Nederlandse bodem te zitten.

In acht gram aarde werden meer dan duizend verschillende soorten schimmels aangetroffen. DNA-onderzoek heeft daarmee nieuw licht geworpen op de enorme soortenrijkdom in duingebieden.

Lees ookPaddestoelen knijpen

Deel dit artikel

Heel soms vinden we een fossiel in amber, maar wereldwijd zijn er minder dan tien van dit soort fossielen ontdekt

Alleen al in Nederland duiken zo'n zeven nieuwe soorten per maand op

Bij het fijnwrattig hazenoor lijkt het of er oren met wratjes uit de grond komen