Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Over verdwijnende insecten

Groen

Gerbrand Bakker

Gerbrand Bakker © Maartje Geels
Tuin in de Eifel

Gerbrand Bakker is schrijver en hovenier. Hij verhaalt over zijn huis, tuin en buren in de Duitse Eifel.

De heren Van Waardhuizen uit Apeldoorn en Van Haren uit Rossum hebben mij in de rubriek Lezersreacties van deze krant twee aangename dagen bezorgd. Aangenaam, omdat ik een boek aan het schrijven ben over ‘de natuur’ en ‘de tuin’, in het kader van het thema van de Boekenweek 2018. Hun ingezonden brieven van 31 oktober en 1 november kwamen me goed van pas.

Lees verder na de advertentie

Alles begon met het artikel over het Duitse onderzoek waaruit bleek dat in 27 jaar tijd driekwart van de insecten in 63 natuurgebieden in Duitsland verdwenen bleek te zijn. Dat was zulk groot en verontrustend nieuws dat zelfs ‘DWDD’ twee wetenschappers van de Radboud Universiteit uitnodigde om erover te praten.

Weidevogels waren verdwenen

Wim van Waardhuizen schreef naar aanleiding van dit onderzoek een brief over zijn vakantie-ervaringen in Overijssel, waar hij sinds 1992 komt. Hem was opgevallen dat de weidevogels waren verdwenen. Ook waren er geen insecten meer in het toiletgebouw waren en hij had nooit meer een muggenbult. Hij had dus zelf al bespeurd wat de Duitse wetenschappers beweerden.

Hoe gretig grijpt men (delen van) een onderzoek aan om een eigen punt te maken

Hij had een A en een B en was zelf tot conclusie C gekomen: ‘De weidevogels vonden in 25 jaar tijd steeds minder insecten en gingen andere broedplaatsen zoeken.’ Weidevogels - kieviet, grutto, tureluur, wulp, watersnip, scholekster - overleven prima zonder insecten aangezien ze heel andere dingen eten, onder andere wormen. (Ja, ik weet dat jonge gruttootjes insecten eten. Maar het gaat hier om weidevogels in z’n algemeenheid.)

Een dag later volgde de brief van Paul van Haren. Mooi, dacht ik, iemand gaat het rechtzetten. Niks hoor. Van Haren gaat in op de ‘andere broedplaatsen’. Hadden ze dat maar gedaan, schrijft hij. In plaats daarvan blijven ze terugkomen en ‘de hoogbejaarde vogels zien we elk najaar met slechts een handjevol nakomelingen naar het zuiden trekken’.

Tweede onzorgvuldigheid 

Van Haren wijst Van Waardhuizen inzake eetgewoonten van de weidevogels niet alleen niet terecht, hij voegt zelfs een tweede onzorgvuldigheid toe. De herfst. In de herfst kun je allerlei vogels naar het zuiden zien trekken, zelfs kraanvogels als je in het oosten woont. Maar weidevogels niet. Die vertrekken massaal in juli en augustus. In de zomer. Net zoals - in elk geval voor mijn gevoel - de zomer definitief ergens in augustus al voorbij is met het vertrek van de gierzwaluwen, zullen er mensen zijn in bijvoorbeeld Waterland of westelijk Friesland die met de tureluur de zomer zien vervlieden.

Ik schrijf met opzet hierboven ‘onzorgvuldigheid’ omdat me bij het schrijven opgevallen is hoe gretig men (delen van) een onderzoek aangrijpt om een eigen punt te maken. Zo zag ik overal een petitie voor behoud van biodiversiteit opduiken, waarin het Duitse onderzoek werd aangehaald. Toen brak mijn klomp: er wordt in het Duitse onderzoek nu juist níet gedifferentieerd, de onderzoekers hebben geen idee wélke insecten de grootste klappen krijgen. Er zijn 27 jaar lang insecten gewogen. Niet meer en niet minder. Nou ja, in letterlijke zin steeds minder, dat wel.

Het archief van deze rubriek vindt u hier. 



Het e-mailadres bij dit profiel is nog niet bevestigd. Een link om te bevestigen kunt u vinden in uw inbox.
Bent u de link kwijt? Vraag hier een nieuwe aan.

Wachtwoord is niet correct

tonen

Wachtwoord komt niet overeen

tonen

U moet akkoord gaan met de gebruiksvoorwaarden


Deel dit artikel

Advertentie
Hoe gretig grijpt men (delen van) een onderzoek aan om een eigen punt te maken