Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Over cosmetica, marketing en het mysterie van de Nijl

Groen

Robin van Wechem

De crèmes van LXMI worden gemaakt van sheanoten uit Oeganda. © x
groen doen

Cosmeticamerk LXMI heeft als motto ‘Beauty for humanity’, schoonheid voor de mensheid. Een ambitieus streven met een flinke scheut marketing.

Het verhaal van LXMI begint in Oeganda, waar social entrepeneur Leila Janah, die eerder softwarebedrijf Samasource opzette, over de markt liep. Ze was diep onder de indruk van de crèmes die de lokale vrouwen als huidverzorging verkochten. De boterzachte textuur verzorgde en hydrateerde haar huid en deed hem er stralend uitzien. Janah was meteen verkocht en wilde het ‘mysterie van de Nijl’ delen met de rest van de wereld.

Lees verder na de advertentie

De crème in kwestie bleek een geperste noot, ‘nilotica’. Nilotica is volgens Janah afkomstig van de Vitellaria nilotica, een subsoort van Vitellaria paradoxa, ook wel sheaboom. Sheanoten zijn vooral in West-Afrika bekend als grondstof voor sheaboter, een populair ingrediënt in de voedsel- en cosmetica-industrie.

Of het nou zonnebloem-, olijf- of arganolie is, in principe doen al deze stoffen in cosmetica hetzelfde

Ewa Delezuch-Ntambala

De variant uit Oeganda heeft alleen een heel andere textuur dan die uit West-Afrika, zegt Janah. “Nilotica heeft een hogere concentratie oleïnezuur dan West-Afrikaanse sheaboter, daarom heeft het zo’n zacht en boterig gevoel. Bovendien is nilotica goed voor de huid door de hoge concentraties vitamine A en E. Zie het als het verschil tussen wijnen. Rode wijn is gemaakt van rode druiven, maar er zijn grote verschillen in de smaak en prijs van wijn. Of neem tomaten. Een tomaat die is geteeld in een kas smaakt anders dan een tomaat van het open veld.”

De niloticanoot die in LXMI’s producten wordt gebruikt, is dus gewoon sheaboter, maar ook weer niet. “Shea is de overkoepelende soort, maar er zijn grote verschillen tussen de subsoorten in verschillende regio’s”, zegt Janah. “Het systeem om planten te definiëren is nogal gedateerd en reflecteert in de naamgeving niet de botanische complexiteit van planten.”

Emeritus hoogleraar plantentaxonomie Jos van der Maesen is het daar niet mee eens. “Het taxonomiesysteem is bepaald niet grof en zeker niet gedateerd. Met de huidige moleculaire methoden zouden taxonomen een scherpere uitspraak over de ondersoorten kunnen doen, maar we zijn met te weinig. Niet alle planten(boom)soorten zijn recent bestudeerd en ze krijgen ook lang niet allemaal voldoende aandacht.”

Onzin

Tinde van Andel, hoogleraar geschiedenis van de botanie en tuinen aan de Universiteit Leiden, sluit zich bij Van der Maesen aan. “Er zijn hele goede onderzoekers op het gebied van de Afrikaanse flora en de Sapotaceae familie (waar de sheaboom onder valt), dus dat lijkt mij onzin. Lokale mensen onderscheiden wel verschillende types van de boom, maar dat komt doordat mensen erop selecteren.”

Doordat de sheaboom zowel in het wild voorkomt als door mensen wordt aangeplant, kunnen er verschillen in de eigenschappen zitten, legt ze uit. “Mensen selecteren de bomen met de voor hun beste eigenschappen en die planten ze aan achter hun huis. De wilde variant kan dus andere eigenschappen hebben dan de gekweekte variant. Dat geldt ook voor de wilde sheabomen in West-Afrika.”

De Vitellaria nilotica bestaat niet als aparte botanische soort, zegt ze. “Het is een ondersoort die biologisch hetzelfde is als Vitellaria paradoxa. De naam Vitellaria nilotica vind je alleen op commerciële sites. Overigens wordt de West-Afrikaanse sheaboter meer in de chocolade-industrie gebruikt en de Oegandese meer in cosmeticaproducten, maar ook in Ghana staan bomen met ‘zachte’ sheaboter die prima geschikt zijn voor cosmetica.”

Selecteren en kweken

De vergelijking tussen de kastomaat en de tomaat van het open veld om het verschil tussen verschillende sheaboters mee te illustreren vindt Van Andel niet helemaal juist. “Je zou moeten vergelijken tussen een gekweekte tomaat en een wilde tomaat uit het hooggebergte van Peru. Dan heb je het over dezelfde soort, maar er zit verschil in omdat mensen honderden jaren hebben zitten selecteren en kweken.”

Dat verschil is precies waar het LXMI om te doen is, vertelt Janah. “Wij zoeken grondstoffen die wild groeien, duurzaam worden geoogst en hoge concentraties hebben van stoffen die goed zijn voor de huid.”

In het geval van Oegandese sheaboter leest Van der Maesen in de wetenschappelijke literatuur inderdaad dat de concentraties oleïnezuur hoger zijn dan in de West-Afrikaanse variant, zoals LXMI claimt, maar hij ziet niets over vitamines. In de studies die LXMI op verzoek aanlevert, wordt dit beeld bevestigd.

Ewa Delezuch-Ntambala, chemisch scheikundige en consultant voor cosmeticabedrijven, zegt dat de chemische samenstelling van de vetzuren in alle plantaardige oliën en boters kan verschillen, zelfs als ze van dezelfde plant afkomstig zijn. Dat komt doordat planten elk seizoen opnieuw worden gezaaid en geoogst, waarbij de omstandigheden altijd net iets anders zijn.

Net zo effectief

Als cosmetica-ingrediënt is sheaboter niet superieur aan andere plantaardige opties, zegt ze. “Zonnebloemolie kan net zo effectief zijn, of olijfolie, dat twintig jaar geleden een enorme hit was. Arganolie is ‘het’ ingrediënt van de laatste jaren, maar in principe doen al deze stoffen in een cosmeticaproduct hetzelfde: ze voorkomen dat er water uit de buitenste laag van de huid verdampt waardoor de huid gehydrateerd aanvoelt.”

De sheanoten in Oeganda worden in het wild geplukt door vrouwen die samenwerken in coöperaties. Volgens LXMI draagt dat bij aan behoud van het landschap, omdat de sheabomen economische waarde krijgen. Dat klopt, zegt Van Andel. “Door de bomen te laten staan, ontstaat een bos-parklandschap dat anders kaal zou zijn gekapt. De vrouwen verdienen hun inkomen met de oogst en verwerking van sheanoten. Sheaboter is dan ook een veel duurzamer ingrediënt dan palmolie.”

LXMI zegt dat de vrouwen drie keer het gemiddelde lokale loon krijgen uitbetaald. Volgens Janah is de leider van de coöperaties fairtrade-gecertificeerd en wordt hij elk jaar gecontroleerd. Van Andel vindt de lonen niet transparant. “Volgens de website kun je alleen achterhalen hoeveel er van een potje van 22 euro naar de vrouwen gaat als je eerst zo’n potje koopt.”

In de serie Groen Doen worden als duurzaam aangeprezen producten kritisch bekeken. Lees hier meer afleveringen.

Deel dit artikel

Of het nou zonnebloem-, olijf- of arganolie is, in principe doen al deze stoffen in cosmetica hetzelfde

Ewa Delezuch-Ntambala