Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Optocht van duizenden krabben

Groen

Jelle Reumer

© Lighthouse Providencia
Jelle's weekdier

Terwijl wij ons in ons kikkerlandje jaarlijks bekommeren om de paddentrek, hebben ze elders in de wereld andere problemen aan hun hoofd. De krabbentrek bijvoorbeeld. Het eilandje Providencia, gelegen in de Caribische Zee voor de kust van Nicaragua maar behorend tot Colombia, telt zesduizend inwoners. 

Jaarlijks strijkt er een eenheid van het Colombiaanse leger neer om trekkende krabben te beschermen. Sinds mensenheugenis - en ook al ruim daarvoor - wordt het eiland bewoond door tienduizenden zwarte krabben (Gercarcinus ruricola). De krabben leven op land. Dat is contra-intuïtief. Jaarlijks gaan ze terug naar zee om eitjes te leggen en om een tijdje op de miljoenen jonge krabbetjes te letten. Weinig dingen moeten zo bevreemdend overkomen als een krioelende optocht van duizenden krabben - niet op de bodem van de zee, maar over asfaltwegen en landerijen. Waarom zitten ze niet gewoon in het water, wat gedragsmatig veel meer des krabs zou zijn?

Lees verder na de advertentie

Krabben behoren tot de kreeftachtigen of Crustacea, in gastronomisch jargon ook wel schaaldieren genoemd. Het is een zeer vormenrijke groep. Tot de Crustacea behoren zulke uiteenlopende dieren als Oosterscheldekreeften en slijkgarnaaltjes, pissebedden, langoustines en scampi, watervlooien, eendenmossels en zeepokken. De groep is al oud, honderden miljoenen jaren geleden in zee ontstaan.

Maar zoals ooit vissen longen ontwikkelden en het land veroverden, zo hebben ook diverse kreeftachtigen het land ontdekt als prima leefomgeving. De bekendste landkreeftjes zijn ongetwijfeld de ongeveer vijfduizend soorten landpissebedden, maar het aantal zeepissebedden is even groot. Nog onlangs viste een expeditie van het Instituut voor Onderzoek der Zee reuzenpissebedden van wel bijna 50 centimeter op uit de diepzee.

De krabbentrek op het eilandje Providencia, gelegen in de Caribische Zee voor de kust van Nicaragua maar behorend tot Colombia. © Lighthouse Providencia

Het landleven is riskant, want kreeftachtigen hebben nooit longen ontwikkeld. Ze hebben kieuwen, wat de reden is dat ze permanent in een vochtige omgeving moeten verblijven om te voorkomen dat die kwetsbare kieuwen uitdrogen.

Wij Nederlanders kennen krabben voornamelijk van de grote Noordzeekrabben die de vishandel verkoopt en de veel kleinere zwemkrabben die dood op het strand aanspoelen. Maar er zijn ook terrestrische krabben die voor een leven op land hebben gekozen. De beroemdste daarvan is de Aziatische kokoskrab of klapperdief die wel 30 centimeter lang en vier kilo zwaar kan worden en kokosnoten eet.

En dan zijn er de zwarte krabben van Providencia. Voor de voortplanting moeten de dieren tijdelijk terug naar zee en daarom lopen er tussen april en juli duizenden grote krabben over het eiland. Eeuwenlang bestond er een duurzame relatie met de mensen, die krabben vingen en consumeerden als soep en gevulde broodjes, maar de bevolking is geëxplodeerd en er komt jaarlijks een kleine miljoen toeristen. De krabben worden nu door overbevissing (overbekrabbing?) bedreigd; daarnaast worden er ettelijke door het verkeer vermorzeld. Op sommige trajecten is autorijden in het seizoen verboden en mag er alleen gewandeld worden. En zo lopen er dus duizenden krabben over de wegen, gadegeslagen door de bewoners die moeten opletten dat ze er niet over struikelen of ze onder de wielen van hun brommer krijgen. Het blijft riskant.

Het is me onbekend of er op Providencia net als voor onze paddentrek speciale verkeersborden zijn ontwikkeld: let op, krabbentrek!

Jelle Reumer is paleontoloog. Voor Trouw bespreekt hij iedere week een dier. Lees hier eerdere artikelen.

Deel dit artikel