Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Opmerkelijk: Ongezonde stadsmerels leven langer dan hun gezondere rurale neefjes

Groen

Jelle Reumer

© Buiten-Beeld
Jelle's Weekdier

Wie kent de merel niet? Wie heeft nooit genoten van de zang van een mannetjesmerel, die tijdens een vroege zomeravond zijn riedels laat horen vanaf een hoog punt in een boom, gezeten op de nok van een dak of de rand van de dakgoot? 

De merel is een van onze bekendste vogels en in heel het land aanwezig, zowel in de stedelijke omgeving als in het beboste buitengebied. Zo'n diversiteit aan habitats maakt de soort extra interessant. Terwijl veel vogelsoorten behoorlijk selectief zijn wat betreft hun leefomgeving, is de merel een soort alleskunner op woongebied. Was dat altijd al zo? En is er enig verschil te zien tussen een plattelandsvogel en een exemplaar in de stad?

Lees verder na de advertentie

Merels zijn oorspronkelijk bosbewoners. Pas in de jaren vanaf 1820, zo lezen we in Menno Schilthuizens 'Darwin comes to town', komen merels ook in steden voor. De ornitholoog Charles L. Bonaparte, prins van Canino (en jazeker, familie van de kleine keizer), nam destijds merels waar in Rome; het is waarschijnlijk de oudste observatie in een urbaan milieu. Merels ontdekten de stad als leefgebied. In de jaren vanaf 1920, een eeuw later dus, zaten ze ook in Londen en tegenwoordig op een enkele uitzondering na (Marseille en Moskou bijvoorbeeld) in zo ongeveer alle Europese steden. In Nederland weten we niet beter; merels eindigden bij de recente tuinvogeltelling op de vijfde plaats.

Intussen heeft de evolutie toegeslagen. Onderzoek heeft uitgewezen dat stadsmerels kortere en stompere snavels bezitten. Het heeft waarschijnlijk te maken met gemakkelijker bereikbaar voedsel waarvoor minder hoeft te worden gepeurd en gepriegeld. Ook is de zang aangepast aan het stadse achtergrondgeruis. Stadsmerels beginnen 's morgens eerder te zingen en zingen dan ook op een iets hogere toonhoogte om het aanzwellende lawaai van het ochtendverkeer voor te zijn en te overstemmen. Zo blijken de merels in Leipzig maar liefst drie uur vroeger te zingen, simpelweg om bij deze existentiële activiteit geen last te hebben van ronkende auto's en piepende trams. Ook zijn de stadse beestjes hun trekgedrag kwijtgeraakt.

Telomoren

Aan al deze evolutionaire verschillen is nu een interessant nieuw feit toegevoegd. Deze week publiceerden biologen van de Rijksuniversiteit Groningen resultaten van hun studie aan het merel-DNA. Wat bleek: stadse merels zijn ongezonder dan hun rurale neefjes, maar leven langer. Het kon worden aangetoond aan de hand van de zogenoemde telomeren - de uiteindjes van chromosomen. Telomeren hebben een bepaalde lengte, die in de loop van het leven afneemt. Ze slijten. Hoe ouder een dier, hoe korter de telomeren. Stress doet de verkorting sneller verlopen. 

Onderzoek aan merels uit Granada, Sevilla, Madrid, Dijon, Turku en het omliggende platteland wees uit dat stadse telomeren korter zijn. Het duidt op een versnelde veroudering, maar vreemd genoeg komen in steden relatief meer oude vogels voor. Kennelijk wordt het ongezonde stadsleven gecompenseerd door een geringere sterftekans.

Ondertussen kan ik niet wachten tot de lente echt gaat beginnen en ook in mijn Utrechtse stadstuintje het gezang van een merel te horen zal zijn. De kans is groot dat dat dus een oud beestje met korte telomeertjes zal zijn.

Jelle Reumer is paleontoloog. Voor Trouw bespreekt hij iedere week een dier. Lees hier meer afleveringen terug, waaronder die waarin Reumer uitlegt waarom de huismus een onterecht ondergewaardeerde vogel is.

Deel dit artikel