Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Op de eerste klimaattop ging het niet over opwarming, maar over grillig weer

Groen

Paul van der Steen

Bij de top in Geneve lagen de eerste rapporten over klimaatverandering op tafel. © RV
Déjà Vu

Het was schitterend weer tijdens de opening van de eerste wereldklimaatconferentie ooit, in februari 1979 in Genève. Veel te heet voor de tijd van het jaar. Toch ging het er – anders dan op de klimaatconferentie deze week in Bonn – niet over stelselmatige opwarming van de aarde.

Heel tegenstrijdige weersignalen vormden de aanleiding tot zorgen en het houden van de bijeenkomst: van de droogte die voor onmetelijke ellende zorgde in de landen in de Sahel tot een aantal opeenvolgende opvallend koude winters op het noordelijk halfrond. Was die grilligheid toeval of het gevolg van almaar toenemende productie en consumptie? Velen neigden naar laatstgenoemde mogelijkheid. Die sloot aan bij de sombere toekomstvoorspellingen van de Club van Rome eerder dat decennium. Haar rapport heette niet voor niets 'De grenzen aan de groei'.

Lees verder na de advertentie

Een deel van de klimatologen op de door de Wereld Meteorologische Organisatie georganiseerde conferentie kwam met een andere verklaring. Misschien was het relatief milde klimaat op het noordelijk halfrond tussen 1910 en 1960 wel een uitzondering geweest en moesten de mensen maar gewoon wennen aan 'normaal' kouder weer. Zelfs in dat geval was er echter ook aanleiding voor pessimisme: want als die theorie klopte, hadden de rijke oogsten van voorgaande decennia wellicht meer te maken met een tijdelijk prettig klimaat dan met verbeterde landbouwtechnieken.

De leider van de delegatie van de USSR geloofde in meer maakbaarheid: kunstmatige bergketens als bescherming tegen hardnekkige winden.

Koude Oorlog

De Koude Oorlog liet zich ook voelen tijdens de top. Oost en West verschilden er flink van mening. De Amerikaanse conferentievoorzitter Robert White zei dat afzonderlijke staten nog te vaak projecten startten die een negatieve invloed hadden op de klimaat- en leefomstandigheden in andere landen. Dat was een duidelijke sneer richting de Sovjet-Unie, waar plannen bestonden om noordwaarts stromende rivieren in Siberië te verleggen naar het zuiden. Die ingreep zou, vreesden sommigen, tot gevolg kunnen hebben dat een deel van de ijskappen op de Noordpool zouden smelten. Jevgeni Fedorov, leider van de delegatie van de USSR, zei dat er geen enkel onderzoek bestond dat zulke effecten aantoonde. De geleerde geloofde in meer maakbaarheid: kunstmatige bergketens als bescherming tegen hardnekkige winden en zelfs het verleggen van klimatologisch invloedrijke oceaanstromen.

Volgens de Zwitserse medicus Wolf Weihe zorgde veranderend weer voor een verminderd voort­plan­tings­ver­mo­gen.

White geloofde niet in klimaatvoorspellingen voor de lange termijn. Fedorov deed dat wel. Veel meer mensen voerden het woord. 53 landen en 24 organisaties hadden zo'n honderden deelnemers gestuurd. Ze hadden heel verschillende wetenschappelijke achtergronden en al even diverse inzichten. De Zwitserse medicus Wolf Weihe koppelde bijvoorbeeld klimaatverandering en impotentie aan elkaar. Veranderend weer zorgde volgens hem voor een verminderd voortplantingsvermogen.

Aan keiharde afspraken over klimaatdoelen was de wereld nog lang niet toe, maar de top werd toch een belangrijke stap op weg naar een eerste besef en een grondige wetenschappelijke onderbouwing van zorgen. De deelnemers werden het eens over drie zaken: het zoveel mogelijk profiteren van alle aanwezige kennis over klimaat, proberen om die kennis nog zoveel mogelijk te verbeteren, het trachten te voorspellen en voorkomen van door mensen veroorzaakte klimaatverandering. Dankzij samenwerking in het Wereldklimaatprogramma bleef het niet bij woorden.

Bij de verdere bewustwording van de opwarming van de aarde speelde een toespraak van James Hansen, hoofd van het Godard Institute for Space Studies van de NASA op een congres in Washington op 23 juni 1988 een belangrijke rol. De natuurkundige voorspelde dat de opeenhoping van broeikasgassen voor meer droogtes en overstromingen zou gaan zorgen. Een direct verband met menselijk handelen kon hij niet leggen. Maar zijn speech maakte indruk, mede dankzij het weer. Het was de heetste dag van 1988 en het Midwesten was getroffen door verschrikkelijke droogteperiode.



Het e-mailadres bij dit profiel is nog niet bevestigd. Een link om te bevestigen kunt u vinden in uw inbox.
Bent u de link kwijt? Vraag hier een nieuwe aan.

Wachtwoord is niet correct

tonen

Wachtwoord komt niet overeen

tonen

U moet akkoord gaan met de gebruiksvoorwaarden


Deel dit artikel

Advertentie
De leider van de delegatie van de USSR geloofde in meer maakbaarheid: kunstmatige bergketens als bescherming tegen hardnekkige winden.

Volgens de Zwitserse medicus Wolf Weihe zorgde veranderend weer voor een verminderd voort­plan­tings­ver­mo­gen.