Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Ook sociale woningbouw kan duurzaam

Groen

Annelies Roon

Strowijk Iewan in Lent is gebouwd met natuurproducten hout, stro en leem. © Koen Verheijden

Ecologisch bouwen voor de sociale woningbouw is nieuw voor corporaties én huurders. Een goede voorbereiding helpt, zo leert een project in Nijmegen.

Ecologisch wonen, dat kan ook voor de smalle beurs, zo bewijst Strowijk Iewan, een uit hout, stro en leem ­opgetrokken wooncomplex langs de Waal, in een nieuwe woonwijk van Nijmegen-Lent. Dit eerste ecologische woonproject voor de sociale huursector, nu tweëenhalf jaar oud, inspireert huurgroepen, bouwers en woningcorporaties. 

Lees verder na de advertentie

“Ik loop al twintig jaar rond met plannen voor een ecologische woongroep”, zegt Katinka Brand, lepelend uit een kop gele kokoslinzensoep. “Maar nu ga ik het echt in gang zetten.” De eerste helft van de informatiebijeenkomst in De Kleine Wiel, de gezamenlijke ruimte van Strowijk Iewan, heeft haar woondromen nieuw leven ingeblazen. “Ik woon in Duitsland. Daar moet zoiets toch ook van de grond te trekken zijn?”

Ook Sylvia Cieremans is enthousiast. Als zelfbenoemd ‘leemvrouw’ voelt deze kunstenares zich extra aangetrokken tot de bouw­wijze van de Initiatiefgroep Ecologisch Wonen Arnhem-Nijmegen. “Lijkt me geweldig, zelf je eigen woning leemstucen”, zegt ze in reactie op het introductiefilmpje dat net is vertoond. “Maar het gaat mij vooral om het gezamenlijk opzetten van een duurzame woongroep, op welke manier dan ook. Als het maar in de ­sociale huursector is. Anders is het voor mij echt niet haalbaar.”

‘In een eigen project is de betrokkenheid van huurders veel groter, en dat vergroot de sociale samenhang en de leefbaarheid’

Strowijk Iewan komt aan die wens tegemoet. Ecodorpen en -wijken bestaan al langer, maar daarbij gaat het vooral om koopwoningen of huurwoningen in de vrije sector, al dan niet op gepachte grond. In Lent (gemeente Nijmegen) wist een groepje doorzetters met een strak plan voldoende financiers bij elkaar te krijgen voor een wooncomplex in de sociale huur. Provincie en gemeente verleenden ­subsidie uit potjes voor projecten in de sfeer van zelfredzaamheid en sociale cohesie; woningcorporatie Talis is formeel eigenaar en ­investeerde in het project door de eigen uren niet in de kostprijs door te berekenen.

De eerste corporatie waar initiatiefnemers Mare Nynke Zijlstra en Hanneke Beld op af stapten met hun plannen, hapte meteen toe, vertellen zij tijdens de informatiebijeenkomst. “Nou ja, meteen… na een jaar of drie. Maar dat is een heel normale doorlooptijd, begrepen we achteraf.”

Goed doortimmerd

Op advies van Woningbouwvereniging Gelderland (WBVG), die gespecialiseerd is in het werken met woongroepen en die het project begeleidt, waren de plannen voor Strowijk Iewan goed doortimmerd. “Je moet laten zien dat je een serieuze samenwerkingspartner bent”, ­adviseren Zijlstra en Beld het volle zaaltje belangstellenden. Dat betekent dat je als huurdersgroep een heldere interne en externe visie moet hebben en een programma van eisen dat past binnen de kaders van het Bouwbesluit en de rekenregels en rendementseisen van de corporatie. “Wij hebben die basis gelegd met een kerngroep van zes, zeven mensen. Dat is klein genoeg om het onderling eens te kunnen worden. Pas nadat we de zekerheid hadden dat het project door zou gaan, zijn we bewoners gaan zoeken die pasten in het plaatje.”

Duurzame verwarming door middel van een pelletkachel. © Koen Verheijden

Die gedegen aanpak was voor Talis doorslaggevend om zich aan het project te willen verbinden, zegt Clemens Nolten, die als projectleider vanuit de corporatie optrad. “We kwam er al snel achter dat Iewan heel goed over de plannen had nagedacht. Voor ons was het helemaal nieuw om iets met ecologisch bouwen te doen. Iewan had zelf specialisten aangetrokken die alles wisten over strobouw, leemstucen, helofytenfilters en dergelijke.”

De woningbouwvereniging verwachtte veel van het project te zullen leren, volgens Nolten: een belangrijke reden om het project te ‘adopteren’. “En vertrouwen”, voegt hij daaraan toe. ”We hadden vertrouwen in de initiatiefgroep en dat is cruciaal.”

Enthousiasmeren

Zijlstra en Beld hebben inmiddels Bureau Viertel opgericht om ecologische woonprojecten in de sociale huursector ook elders in het land te helpen opstarten. Door bewoners te organiseren en corporaties en gemeenten te enthousiasmeren, zoals ze het zelf omschrijven. “Een project als dit heeft veel voordelen voor een woningcorporatie”, stellen zij. “Als huurders het initiatief nemen en betrokken zijn bij het ontwerp, leidt dat tot woningen die de huurders ook echt willen.”

Dat voordeel onderschrijft Nolten: “In een eigen project is de betrokkenheid van huurders veel groter, en dat vergroot de sociale samenhang en de leefbaarheid. Dat juichen wij natuurlijk toe.”

Ook financieel zouden dergelijke huurdersprojecten aantrekkelijk zijn voor corporaties. Zijlstra: “Normaal zijn zij veel tijd kwijt met het toewijzingsbeleid van woningen. Nu doen wij dat.” Omdat Iewan een woongroep is, kan ze zelf nieuwe huurders zoeken, iets wat bewoners van een gewone huurflat niet kunnen. “We hebben het zo georganiseerd dat WBVG een vast huurbedrag betaalt aan Talis en de huurders betalen aan WVBG. Talis is dus niet gedupeerd bij leegstand. En ook het beheer van het complex doen we zelf, in overleg met WVBG. Dat scheelt enorm.”

Ook dat beaamt Nolten: “Doordat wij minder kosten in het beheer hoeven te rekenen, is er aan de voorkant meer investeringsruimte. Wij betalen overigens wel mee aan het onderhoud.” En er waren ook kostenverhogende ­aspecten, nuanceert hij. “De bouwwijze en het proces zelf waren relatief kostbaar. ­Zonder subsidie was dit project niet haalbaar geweest.”

© Koen Verheijden

Woongroep

Aan het eind van hun powerpointpresentatie die de informatiedag inleidt, verschijnt er een lange rij namen op het beamerscherm: allemaal corporaties die de afgelopen twee jaar een kijkje kwamen nemen bij Strowijk Iewan. Ongeveer de helft van het totale aantal woningbouwverenigingen in Nederland, volgens Beld en Zijlstra. “De meesten van hen vertrekken hier met een gevoel van ‘zoiets willen wij ook wel’.”

Datzelfde geldt voor gemeenten, hebben de initiatiefnemers gemerkt. “Het past perfect in het huidige beleid van de participatiesamen­leving, de zelfredzaamheid, het terugdringen van de ecologische voetafdruk. Wees dus niet bang om je plannen voor te leggen. Je komt niet alleen iets vragen, je hebt ook iets te ­bieden.”

Dat is een hart onder de riem voor het publiek. En dat kan geen kwaad. Want ondanks alle benoemde voordelen, duurde voor Strowijk Iewan het traject tussen droom en werkelijkheid bijna acht jaar. “Een normale doorlooptijd”, vertellen Zijlstra en Beld hun toehoorders. “Reken op vijf tot tien jaar voor de realisatie van een project als dit. En het initiatief ligt bij jullie. Anders werkt het niet.”

Tiny houses

Het enthousiasme wordt er niet merkbaar minder om in het geleemstucte zaaltje. “Ik wil een project opzetten met tiny houses”, vertelt Joep Timmer uit Wateringen, voorafgaand aan de ‘matchmaking sessie’, waarin huurders met vergelijkbare ambities met elkaar in contact worden gebracht. Tiny houses worden kant en klaar aangeleverd. “Dat scheelt waarschijnlijk wel een paar jaar in de aanlooptijd.”

Zaterdag (4 november) houdt Bureau Viertel een tweede informatiedag. Kijk voor informatie op http://bureauviertel.nl

Lees ook: Welkom in mijn minihuis (reportage)
Lees meer berichten op Trouw over de woningmarkt

Deel dit artikel

‘In een eigen project is de betrokkenheid van huurders veel groter, en dat vergroot de sociale samenhang en de leefbaarheid’