Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Ook mode kan zero waste zijn: met kant van boomschors en stof van douchegordijn

Groen

Sacha Bouma

© Giulia Squillace

Paddestoelenleer, gescheurde panty’s, tweedehands spijkerbroeken en versleten sokken. De tentoonstelling van de Redress Design Award laat zien dat je alles mag gebruiken om een originele jurk te ontwerpen, zolang je maar niets verspilt.

Midden op het Rokin in Amsterdam, tussen de modeketens die om de haverklap van collectie wisselen, staat het Fashion for Good Experience-museum. Wie zich door de tentoongestelde kleding in de etalage laat misleiden en naar binnen stapt om snel die leuke jas op de kop te tikken, wordt bij binnenkomst met de neus op de feiten gedrukt.

Lees verder na de advertentie

Op de spiegels in de hal staat in dikgedrukte letters: ‘Wist je dat er ieder jaar 70 miljoen fusten olie worden gebruikt bij de productie van polyester?’ en: ‘Een gemiddeld huishouden verspilt 51.000 liter water per jaar aan het doen van de was. Dat is gelijk aan drie jaar douchen’.

Alternatieven

Afgelopen najaar opende het museum zijn deuren om bewustzijn te creëren over de barre werkomstandigheden en vervuiling in de mode-industrie. Het presenteert niet alleen vele feiten, maar geeft ook inzicht in alternatieven. Een zonnebril gemaakt van visnetten, een tas van overgebleven zalmleer, garen van oceaanplastic. Alles lijkt mogelijk.

Het pand van het Fashion for Good Experience-museum lijkt van buiten op een Amsterdams pakhuis. Binnen is het daarentegen strak en modern ingericht. Het bestaat uit drie verdiepingen. In de kelder wordt het verhaal van de mode-industrie van vroeger tot nu verteld. Aan de muren is stapsgewijs het productieproces van een T-shirt te zien. ‘15 tot 20 procent van het textiel gaat bij het knippen en naaien van een T-shirt verloren’, staat bij stap 4. Het ontstane schuldgevoel van de niet zo duurzame kleren die je aan hebt, kun je afkopen op de begane grond. Daar kun je voor een redelijke prijs duurzame kleding van bekende en onbekende merken scoren.

Op de bovenste verdieping van het museum huist de tentoonstelling van de Redress Design Award 2018. De competitie, waarvan de elf ­beste ontwerpen op de tentoonstelling te zien zijn, staat onder kledingontwerpers bekend als de grootste internationale duurzame mode-ontwerpwedstrijd.

“Elke jonge ontwerper wil meedoen aan deze wedstrijd”, zegt de Taiwanese finalist Hung Wei Yu (26). “Door alleen al mee te doen, zet je jezelf als innovatieve ontwerper op de kaart.” Als assistent bij een bruidswinkel in Taiwan verbaasde Hung Wei Yu zich steeds meer over de grote hoeveelheden overgebleven stof die in de container belandden. “Ik begon me meer af te vragen hoe ik stoffen en tweedehandskleding een nieuw leven kon geven en besloot mee te doen aan de wedstrijd.”

Doordat je niets mag verspillen en elk lapje stof moet gebruiken,
werd ontwerpen een soort puzzel

Competitie

Hij nam met 55 andere kledingontwerpers uit verschillende landen deel aan de competitie, vorig jaar september. De ontwerpers kregen twee opdrachten: verspil zo min mogelijk stof en geef weggegooide en nutteloze producten een nieuwe functie binnen je ontwerp. “Doordat je niets mag verspillen en elk lapje stof moet gebruiken, werd ontwerpen een soort puzzel”, vertelt Hung Wei Yu uitgelaten.

De bijzondere ontwerpen in het museum, eerder te zien in Hongkong en Taiwan, zijn niet het soort dat je in de etalage van H&M vindt. Niet alleen omdat ze voor dagelijks gebruik ietwat oncomfortabel of gewaagd zijn, maar ook omdat ze met de duurzaamste technieken en stoffen zijn gemaakt. Douchegordijnen, versleten sokken, stoffige panty’s, gebruikte schroeven en spijkers vormen de basis. Zelfs over de paspoppen en kledinghangers is nagedacht: alles bestaat uit natuurlijke producten en is compact.

Ook Hung Wei Yu gebruikte verrassend materiaal: “Mijn moeder maakte vroeger van boomschors allerlei houten kunstwerkjes. Ik besloot dat als mijn inspiratiebron te gebruiken en heb kant van boomschors gemaakt. In de meubelindustrie wordt boomschors niet gebruikt en blijft het meestal over, maar door de schors nat te maken en handmatig uit elkaar te trekken, kon ik het uiteindelijk bewerken tot sierlijk kant”, legt hij uit.

De ontwerpwedstrijd voor duurzame mode wordt sinds 2011 georganiseerd door de in Hongkong gevestigde goededoelenorganisatie Redress, die textielvervuiling en -verspilling binnen de mode-industrie aanpakt. Door middel van een jaarlijkse wedstrijd, probeert Redress jonge ontwerpers anders te laten denken.

“Hoe een kledingstuk wordt geproduceerd, begint bij de ontwerper. Die heeft de macht in handen om het hele productieproces te veranderen”, zegt Sophie van Duren (26) van het museum Fashion for Good terwijl ze het boomschorskant van dichtbij laat zien. Van een afstand heeft het ontwerp van Hung Wei Yu iets weg van een oncomfortabele Chinese bruidsjurk, wie het bewerkte kant van dichtbij bekijkt, ziet dat het inderdaad uit kleine houtschilfertjes bestaat.

Oud gordijn

Van Duren: “Een ontwerper denkt: ik wil deze jurk maken, wat voor stoffen kan ik daarvoor gebruiken? De ontwerper zou beter kunnen denken: ik heb een oud gordijn en versleten schoenveters, wat kan ik daarmee maken?” Door de manier van denken van ontwerpers te veranderen, kunnen vervuiling, verspilling en ook slechte werkomstandigheden worden tegengegaan, is de gedachte.

De tentoonstelling in het museum helpt hier een handje bij. “Ongeveer alle modescholen hebben al een kijkje genomen bij de expositie”, zegt Van Duren. “Vorige week hadden we nog een modeschool uit Hongkong. Maar ook bijvoorbeeld het Amsterdam Fashion ­Institute en de Gerrit Rietveld Academie gaan mee met de tijd en werken steeds meer met duurzaamheid en zero waste in hun onderwijsprogramma.”

Kant van boomschors is misschien het meest opvallende materiaal in deze competitie. Maar de andere finalisten deden daar niet voor onder, met hun poging om versleten producten om te toveren tot high fashion. Kapotte spijkerbroeken werden gebruikt voor een nieuwe denim jas en overgebleven siliconen voor een poncho.

Groot modemerk

Winnares Tess Whitfort uit Australië gebruikte voor haar ontwerp textielafval en kladderde ecologisch vriendelijke neonverf op de donkere stof. Spijkers, moeren, ritsen en knopen werden gebruikt voor de afwerking. Het eindresultaat houdt het midden tussen een overall en een punk-outfit in. Als winnares kreeg Whitfort de mogelijkheid haar duurzame collectie verder te ontwikkelen bij een groot Chinees modemerk.

De andere finalisten kregen net als Whitford carrièreveranderende mogelijkheden aangeboden door Redress. “Het zou raar zijn als zo’n innovatieve organisatie duurzame ontwerpers als ons niets te bieden zou hebben”, zegt Hung Wei Yu. “Ze wil bewustzijn verspreiden over de hele wereld. Daarom werden wij ook voorgesteld aan alle belangrijke partijen binnen de mode-industrie.”

Inmiddels volgt Hung Wei Yu een masterstudie aan ArtEZ, de Hogeschool voor de kunsten Arnhem Enschede Zwolle. De jonge ontwerper ontwikkelt zich daar verder, tot hij de duurzame top bereikt. “Redress was nog maar het begin”, zegt hij lachend.

De tentoonstelling van de Redress Design Award is tot en met 17 februari te zien in het Fashion for Good Museum en is gratis toegankelijk.

Lees ook:

Geen afval produceren, het kan: ‘Ik trek de grens bij mos als wc-papier’

Nagenoeg geen afval produceren vergt aanpassing, maar het kan wel, illustreert blogger Bea Johnson. ‘Het is een kwestie van uitproberen. Niet alles werkt.

Deel dit artikel

Doordat je niets mag verspillen en elk lapje stof moet gebruiken,
werd ontwerpen een soort puzzel