Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Ontbossing en keiharde ruzies over grond: de schaduwkant van palmolie

Groen

Jacqueline Maris

Jonge oliepalmaanplant op Sulawesi. © Jacqueline Maris
Reportage

Palmolie zit in levensmiddelen, schoonmaakmiddelen en cosmetica. Het is grondstof voor biodiesel en groene stroom. Maar de productie leidt tot ontbossing en ruzies over grond. Steeds meer boeren komen in verzet.

De oma van Bapak Peri werd vernoemd naar koningin Wilhelmina. Daarom moet Nederland naar zijn noodkreet luisteren, vindt de Indonesische boer. Een noodkreet over landroof. Als Bapak Peri praat, zwijgen de dorpelingen. In hurkzit, gekleed in korte broek en tijgerhemd met bijbehorende fez, spreekt hij op een geïmproviseerd podium tussen houten kamponghuisjes in Centraal-Sulawesi. Hij is net uit de gevangenis.

Lees verder na de advertentie

"Ze sloten me op omdat ik mijn eigen palmnoten ging halen", zegt hij met fonkelende ogen. Hij oogstte de noten van het land dat tot twintig jaar geleden bij de kampong hoorde. Toen sloot Astra Agro Alesti, een dochteronderneming van Astra, een dealtje met Djakarta en de provincie en werden de cacaobomen van de kampong gekapt om plaats te maken voor oliepalmen. "Wij wisten van niks. Vierduizend hectare hebben ze van ons afgepakt", zegt Bapak Peri boos. "En we hebben er nooit een cent voor ontvangen. Vind je het dan gek dat we onze palmnoten gaan ophalen?" De dorpelingen op de houten bankjes onder het afdak knikken instemmend.

Overal in Rio Pakava is land ge­con­fis­queerd. Waar vroeger bos en akkers het landschap bepaalden, staan nu honderdduizend oliepalmen

Astra, dat in Hongkong zetelt, werkt met vijf dochterbedrijven in Rio Pakava, een gebied iets kleiner dan de provincie Utrecht. Het verhaal van Bapak Peri staat niet op zichzelf. Overal in Rio Pakava is land geconfisqueerd. Waar vroeger bos en akkers het landschap bepaalden, staan nu honderdduizend oliepalmen. Bapak Peri's verzet is niet uniek. Bapak Jufri - op bezoek bij zijn strijdmakker Peri - heeft voor dezelfde daad vier maanden vastgezeten. Met een paar telefoontjes regelt hij dat ook andere gearresteerde boeren naar de plaats delict komen, diep in de plantages. Op zijn brommer wijst hij de weg. Bij Block 11 staan drie mannen onder een boom te wachten; hun eigen oliepalm, zeggen ze. Ook hun land werd ingenomen toen Astra begon met de grootschalige aanleg van oliepalmplantages.

Tekst loopt verder onder de afbeelding

© Sander Soewargana

Politie

Jaren achtereen haalden de boeren de rijpe noten van hun voormalige akkers. "Het bedrijf liet zich niet zien", zegt Bapak Suparto, een kleine man met een blozend gezicht en een vlassig baardje. "Tot ze dit jaar wèl kwamen, met politie." Ze zijn net vrijgekomen; de auto van een vriend waarmee ze de palmnoten wegreden, staat nog steeds op het politiebureau.

Toen het conflict net speelde, nodigde Astra Agro Lestari de 27 boeren van de 42 hectare die nu Block 11 heten, uit om te praten. Bapak Suparto wordt er nog kwaad om: "Wij hadden eigendomspapieren, zij konden niet eens een vergunning laten zien." De boeren hopen nu op een rechtszaak die ze willen aanspannen samen met de lokale milieuorganisatie Walhi, een partner van Milieudefensie. Strijdvaardig steken ze de vuisten in de lucht, maar onder de hoge palm voelt dat gebaar als David tegen Goliath.

Toch koesteren ze hoop, want in het verderop gelegen Panca Mukti speelde óók een rechtszaak. Bapak Jufri brengt ons er op zijn brommer heen. Als de sleutel van het frisgeverfde dorpshuis is gearriveerd, nemen de mannen plaats aan tafel. De zwijgende vrouwen op de tweede rij bakten donuts en cake. Er is vers water. Een man met een rode spencer en pet in legerprint staat op. Karolus Kolum vertelt wat tientallen mensen in Panca Mukti overkwam. Hoe de oproerpolitie hun wijkje aan de rand van het dorp binnenstormde, nu twintig jaar geleden. "Ze joegen ons met geweren de huizen uit, we vluchtten en toen we later terugkeerden, waren de huizen kapot en al onze aanplant verwoest." De dorpelingen lieten het er niet bij zitten; als groep stapten ze met hulp van een mensenrechtenorganisatie naar de rechter. Anderhalf jaar geleden kwam eindelijk de uitspraak: ze kregen gelijk, het bedrijf moet hun land teruggeven. Tot op heden is er nog niets gebeurd. "En geld om het vonnis af te dwingen, is er niet", verzucht Karolus Kolum.

'Boycot', roept iemand. "Laat Europa een boycot invoeren!" De mannen zijn enthousiast over dat idee, tot een tanige boer, die net als veel andere kleine boeren palmnoten aan de industrie verkoopt, tegensputtert: "De palmnoten hebben ons ook voorspoed gebracht." Uiteindelijk worden de mannen het eens aan tafel: er moeten vaste prijzen voor palmnoten komen. "Nu krijg je hier elf cent per kilo en in een volgende plantage acht, of twintig", zegt de boer.

Tekst loopt verder onder de foto

© Jacqueline Maris

Afval

Op de terugweg stoppen we nog één keer bij dorpshoofd Bapak Peri, het kleinkind van Wilhelmina. Hij staat op van zijn podium en wenkt: hierheen, meekomen. Met een horde kinderen in het kielzog lopen we een zandweg met houten huisjes op. Aan weerszijden staat nog wat bos. Dan stopt Bapak Peri bij witte opengescheurde zakken met bruine poederklonten.

Volgens het dorpshoofd zijn de zakken vol afval van de palmoliefabriek gedumpt door het bedrijf dat de plantages rondom de kampong beheert. "Klagen helpt niet, ze luisteren toch niet. Zo proberen ze ons onder druk te zetten om hier weg te gaan", zegt Bapak Peri verbolgen. Bij regen sijpelt het bruine spul zo hun drinkwater in. Er zouden zelfs twee dorpelingen na een wasbeurt zijn gestorven. Misschien is dat waar, misschien niet, maar feit is dat door de kampong in vlagen een verzengende stank zweeft, iets tussen chocola en koffie in. Een geur zo scherp dat je keel in brand lijkt te staan.

Ik ben niet tégen de palm­olie-in­du­strie, maar ze moeten ons wel fatsoenlijk behandelen

Bapak Peri, dorpshoofd

Bapak Peri schudt zijn hoofd, draait zich om en loopt - toch nog fier - terug naar zijn podium om daar in hurkzit te wachten tot het recht zal zegevieren. "Ik ben niet tégen de palmolie-industrie", benadrukt hij, "de plantages brachten werk en wegen die er niet waren toen ik klein was." Hij plukt aan zijn baard, en de toehoorders spitsen de oren als hij vervolgt: "Maar ze moeten ons wel fatsoenlijk behandelen."

Tekst loopt verder onder de foto

© Jacqueline Maris

De beleggers

Nederland is met zijn grote havens het belangrijkste Europese handelsland voor palmolie. Drie miljoen ton per jaar komt er binnen. Het in Rotterdam gevestigde Wilmar Europe Holdings is de grootste afnemer van Astra's palmolie.

Maar het rommelt in Europa. Het Europees Parlement stemde in januari voor een palmolieverbod voor biobrandstoffen. Zo'n verbod zou de vraag naar palmolie met 46 procent verminderen, zeggen de experts. De Europese Commissie en de Raad van Europa hebben zich nog niet uitgesproken.

Nederlandse investeerders, zoals pensioenfonds ABP en de Rabobank trokken zich al eerder terug uit palm­olie­be­drijf Astra

Ook Nederlandse investeerders en kredietverstrekkers trekken zich terug. Tot 2016 investeerde Aegon in Astra's dochterbedrijf Astra Agro Lestari (AAL) dat de palmolieplantages op Sulawesi runt; naar eigen zeggen is Aegon bezig met het opstellen van een ethisch investeringsbeleid. Het ABP stopte een jaar eerder, nadat het fonds als aandeelhouder tevergeefs bij AAL had aangedrongen om milieuvriendelijker te gaan produceren. De Rabobank, die duurzaamheid hoog in het vaandel heeft, gaf tussen 2010 en 2013 een doorlopend krediet aan Astra van 366,5 miljoen Amerikaanse dollars. Sinds 2015 bestaat er geen zakelijke relatie meer. Het pensioenfonds Zorg en Welzijn zit, via PGGM, nog steeds in Astra Agro Lestari. Het beroept zich erop dat AAL zich volgens een erkend ratingsysteem slechts schuldig zou maken aan 'moderate controversies', bescheiden misstanden.

Het keurmerk

Astra heeft geen RSPO, het keurmerk voor palmolie dat sinds 2003 op initiatief van onder andere het Wereld Natuurfonds, Oxfam Novib en Unilever is ontwikkeld.

Dit certificaat moet garanderen dat de palmolie duurzaam is geproduceerd. Het mag niet ten koste gaan van natuurbos en de leefomgeving van bedreigde diersoorten. Ook moeten de rechten van werknemers en lokale bewoners worden gerespecteerd.

Het keurmerksysteem is zeker niet onfeilbaar maar bedrijven zonder RSPO, zoals Astra, zijn nergens aan gebonden. De laatste jaren opereert het bedrijf, niet beschikbaar voor een reactie, iets netter. Maar in het recente verleden is er volop land geconfisqueerd en werden kleine boeren tegen elkaar uitgespeeld.

Vanavond om 19.00 uur is op NPO Radio 1 bij Bureau Buitenland van de VPRO Jacqueline Maris' reportage 'De keerzijde van palmolie' te beluisteren.

Lees ook:

Acht multinationals, waaronder PepsiCo en Kraft Heinz, willen niet tegen Greenpeace zeggen bij wie ze hun palmolie kopen. 

Gewassen telen om er ‘groene’ brandstof van te maken voor voertuigen is omstreden. Het kan natuur verwoesten, door ontbossing en uitdroging. Europa blijft tóch geloven dat het verantwoord kan. Hoe dan?

Deel dit artikel

Overal in Rio Pakava is land ge­con­fis­queerd. Waar vroeger bos en akkers het landschap bepaalden, staan nu honderdduizend oliepalmen

Ik ben niet tégen de palm­olie-in­du­strie, maar ze moeten ons wel fatsoenlijk behandelen

Bapak Peri, dorpshoofd

Nederlandse investeerders, zoals pensioenfonds ABP en de Rabobank trokken zich al eerder terug uit palm­olie­be­drijf Astra