Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Nog spannender dan de wielewaal te horen, is hem te zien

Groen

Jelle Reumer

© Buiten-beeld
Jelle's weekdier

Op Utrecht CS hangt sinds twee jaar een matrixbord dat geen treinvertragingen of aanrijdingen aangeeft, maar kleine weetjes uit de natuur. In het kader van een kunstproject van de Britse kunstenaar Marcus Coates wordt de reiziger geattendeerd op andere dingen die komen en gaan, net als treinen en reizigers. 

Arrivals/Departures heet het project, en elke dag wordt onder het kopje ‘Vandaag in de natuur’ vermeld welke dier- of plantensoort arriveert, vertrekt, het eerste ei legt of gaat bloeien. Met behulp van diverse bronnen, waaronder de fenologische databestanden van de Wageningse bioloog Arnold van Vliet, heeft uw weekdier-chroniqueur er destijds als een soort schrijvende onderaannemer de teksten voor gemaakt. Toen het bord op 7 mei vermeldde ‘De eerste wielewaal laat van zich horen’, liep ik er toevallig onderdoor, zette er een foto van op Twitter en voegde daar kortweg ‘dudeljoo!’ aan toe.

Lees verder na de advertentie
Op een of andere manier zijn de woorden wielewaal en dudeljo(o) bijna synoniem

Tientallen mensen hebben dat berichtje ‘geleukt’, want op een of andere manier zijn de woorden wielewaal en dudeljo(o) bijna synoniem. Dat danken we aan een wandelliedje op tekst van Andries Hartsuiker (1903-1993), die het als canon componeerde. ‘Kom mee naar buiten allemaal, dan zoeken wij de wielewaal. En horen wij die muzikant, dan is zomer weer in ’t land. Dudeljo klinkt zijn lied (2x), dudeljo en anders niet.’ Het liedje stamt uit 1927, een interessant tijdvak waarin als gevolg van toenemende vrije tijd de natuurbeleving als hobby populair werd. Het was de tijd van de Verkade-albums van Jac.P. Thijsse. Men trok erop uit, paden op en lanen in en dikwijls in groepsverband. Zang vormde daarbij een verbindend element. Wij kunnen dat tegenwoordig wat kneuterig vinden, maar het heeft ons in elk geval dat liedje over de wielewaal opgeleverd. Ik heb trouwens het sterke vermoeden dat meer mensen de wielewaal kennen van het dudeljoo-lied dan dat ze hem ooit in het echt hebben horen roepen.

Zwakke benadering

Dudeljoo is een nogal zwakke benadering van het geluid van de wielewaal. Mijn vogelgids vermeldt een luid, sonoor jodelfluitend ‘wiela-wieoo’ of ‘tjuk-tjuk-wieoo’. In dat geval is de naam van de vogel een onomatopee, maar woordenboeken menen dat ‘wiel’ middeleeuws is voor bos en ‘waal’ roepen betekent, bosroeper dus. Geen andere taal gebruikt iets dat op wielewaal lijkt; het Engelse ‘golden oriole’ komt rechtstreeks van de Latijnse naam Oriolus oriolus, Duitsers zeggen ‘Pirol’ en Fransen ‘loriot’.

Nog spannender dan de wielewaal te horen, is hem te zien. Hem inderdaad, want de vrouwtjes zijn groenachtig en wittig en licht gestreept, wat ze een goede camouflage oplevert. De mannetjes daarentegen zijn flitsend geel met zwarte vleugels en staart. Een knalgele paardenbloemkleurige flits in het bos verraadt de dudeljoo-roeper en brengt de vogelaar in extase.

Overigens heeft het dudeljoo ook een literair vervolg gekregen. In de roman ‘Kandy’ van F. Springer wordt de kreet gehanteerd als geheime herkenningsroep van een stel kinderen in een repatriëringskamp op Ceylon. De kinderen gingen ervan uit dat op Ceylon niemand ooit de roep van de wielewaal had gehoord. Dat klopt niet, want de vogel komt daar ook voor. Maar vaker in Europese bossen - en nu ook heel even op Utrecht CS.

Jelle Reumer is paleontoloog. Voor Trouw bespreekt hij iedere week een dier. Lees al zijn bijdragen in ons dossier.

Deel dit artikel

Op een of andere manier zijn de woorden wielewaal en dudeljo(o) bijna synoniem