Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Nieuwe spelregels voor de koeienboer

Groen

Emiel Hakkenes

'Koeien in de wei dragen bij aan het karakteristieke Nederlandse cultuurlandschap.' © ANP

Kan de melkveehouderij in Nederland duurzamer en minder intensief werken? Jazeker, zegt een commissie van boeren, natuurorganisaties en de zuivelindustrie: al in 2025. En er is niet eens een radicale revolutie voor nodig.

Noem het een ideaalbeeld, een wens. Of: een toverwoord. Een dogma. Zo'n begrip waar niemand op tegen is, waar iedereen naar wil streven, maar waar ondertussen niet een onomstreden definitie van bestaat. Voor koeienboeren in Nederland is dat 'grondgebondenheid'. Dat klinkt heel prettig, en iedereen weet globaal wel wat ermee wordt bedoeld: een balans tussen de hoeveelheid grond die een boer tot zijn beschikking heeft en het aantal koeien dat hij houdt.

Lees verder na de advertentie

Na deze globale overeenstemming lopen de meningen uiteen. Want wanneer is er eigenlijk sprake van een balans? En is een boer verplicht om die balans te bereiken? Volgens de een werkt een melkveehouder 'grondgebonden' als hij alle mest van zijn koeien kwijt kan op zijn eigen grond. Een ander vindt dat de boer bovendien al het voer voor de koeien moet verbouwen op eigen grond.

Grond­ge­bon­den­heid is de basis van een duurzame melk­vee­hou­de­rij. Daar willen wij graag over meepraten.

Natasja Oerleman, WNF

Vroeger, zegt Ton Loman, was het vanzelfsprekend dat een boer de mest van zijn koeien kwijt kon op eigen grond. Maar in de afgelopen decennia is het aantal koeien per boer harder gestegen dan de hoeveelheid grond. Die intensivering pakt nadelig uit voor natuur, milieu en het landschap.

Loman, voorheen directeur van een grote veevoerfabrikant, was het afgelopen half jaar voorzitter van een adviescommissie die voor eens en altijd moest vaststellen wat 'grondgebondenheid' nu eigenlijk is. Want als dat zo'n gewenste filosofie is, wat hoort er dan wel en niet bij, en wat moeten boeren doen om eraan te voldoen?

Aan de tienkoppige commissie-Loman vallen drie dingen op. Ten eerste: zij is niet ingesteld door de minister van landbouw, maar door de zuivelsector zelf. Ten tweede: de opdrachtgevers, boerenbelangenorganisatie LTO Nederland en de Nederlandse zuivelbedrijven, hebben vooraf beloofd dat het advies voor hen 'bindend' zal zijn. Ten derde: niet alleen boeren maar onder andere ook het Wereld Natuur Fonds (WNF) maakte deel uit van de commissie. "Grondgebondenheid is de basis van een duurzame melkveehouderij", zegt Natasja Oerlemans van het WNF. "Daar willen wij graag over meepraten."

Boerenorganisatie LTO en de Nederlandse Zuivelorganisatie, de club van zuivelbedrijven, werken al samen in de zogeheten Duurzame Zuivelketen, die allerlei doelen heeft gesteld om zo milieuvriendelijk mogelijk melk te produceren. Er zijn afspraken gemaakt over koeien in de wei, over dierenwelzijn en het klimaat. Die doelen zouden baat hebben bij grondgebonden boeren. Hoe werkt dat?

Koeien in de wei

"In ons advies", zegt Natasja Oerlemans van het WNF, "is gras de hoeksteen." Dat is niet zomaar een voor de hand liggende opmerking. Want gras is eten voor de koeien en grasland geeft de kans de koeien buiten te laten lopen. Dat laatste ziet het publiek graag, en zuivelbedrijven betalen een 'weidepremie' aan boeren die hun koeien buiten laten lopen.

Desondanks komt ongeveer een derde van de Nederlandse koeien nooit buiten. Op gezette tijden klinkt de roep om weidegang bij wet te verplichten maar in de politiek zijn er ongeveer evenveel voor- als tegenstanders van een weidewet. Ook de tienkoppige commissie wil niet dat weidegang verplicht wordt. "Maar we willen het wel stimuleren", zegt Natasja Oerlemans. "Daarom stellen wij dat een boer 65 procent van het eiwit die hij zijn koeien voert van zijn eigen land moet halen. Koeien eten vooral gras en mais, maar omdat gras veel rijker is aan eiwit, verwachten we dat deze norm ervoor zorgt dat op veel plekken waar nu mais wordt verbouwd, straks weer gras groeit. En meer beschikbaar gras maakt weidegang makkelijker. "Koeien in de wei", zegt Oerlemans, "dragen bij aan het karakteristieke Nederlandse cultuurlandschap."

Dierenwelzijn

"Onze commissie had niet de opdracht om aanbevelingen te doen voor het verbeteren van het dierenwelzijn in de melkveehouderij", zegt commissielid Simon Ruiter, die zelf boer is in Noord-Holland. "En ook al denken veel boeren daar anders over, in de samenleving heerst het gevoel dat koeien beter af zijn in de wei. Zo bezien zou weidegang bijdragen aan het dierenwelzijn." De commissie wil dat voor elke tien koeien er minimaal een hectare grasland rond de stal aanwezig is om koeien te kunnen weiden. Die norm hanteren zuivelbedrijven nu ook al als voorwaarde voor 'weidemelk'.

Biodiversiteit

Volgens Ton Loman en zijn negen collega's zullen boeren straks meer grasland rond hun bedrijf hebben. Wat dat betekent voor andere dieren en planten? "Voor het verbouwen van mais is veel meer bestrijdingsmiddel nodig dan voor gras", zegt Natasja Oerlemans. "En gras is ook beter voor de bodemvruchtbaarheid." Maar, zegt ze, het is van belang verder te kijken dan de grond in Nederland. De commissie stelt namelijk nog een belangrijke voorwaarde: uiterlijk in 2040 zouden boeren geen veevoer meer van buiten Europa, zoals soja en palmpitschroot, meer mogen importeren. "Als de vraag naar soja uit Latijns-Amerika afneemt, vermindert daar de druk op de natuur." Oerlemans bedoelt: de commissie wil bereiken dat er geen regenwoud verdwijnt om plaats te maken voor plantages die veevoer voor de Nederlandse boer maken.

Klimaat

Als Nederlandse boeren verplicht meer gras moeten aanhouden, is dat gunstig voor het klimaat, legt Simon Ruiter uit. "Grasland is namelijk in staat om het broeikasgas CO2 vast te leggen. Net als bossen trouwens. Dus als we ontbossing kunnen verminderen door Nederlandse koeien meer gras en minder geïmporteerd voer te geven, is ook dat gunstig voor het klimaat."

Gisteren hebben Loman en zijn commissie het adviesrapport aangeboden aan hun opdrachtgevers, de boeren en de zuivelbedrijven. Die moeten nu duidelijk maken wat het betekent dat het advies voor hen 'bindend' is. Om de vaart erin te houden, heeft de commissie alvast op een rijtje gezet wie wat moet gaan doen nu. En allerlei mogelijke bezwaren pareert de commissie alvast.

Zo heeft Wageningen Universiteit berekend dat er in Nederland voldoende grond is om meer gras te laten groeien en om koeien op te laten lopen. Maar Nederland heeft de duurste landbouwgrond van heel Europa, weet de commissie, en voor boeren die in de toekomst grond tekort komen is aankopen wellicht lastig. Daarom zouden zij 'buurtcontracten' kunnen afsluiten met collega-boeren, bijvoorbeeld om mest en voedergewassen uit te wisselen. Zo ontstaat er alsnog een vorm van kringlooplandbouw, in een straal die van de commissie niet groter mag zijn dan 20 kilometer.

"Die afstand is niet zomaar gekozen", zegt Ton Loman. "In de mestwet wordt dezelfde afstand genoemd. Daarbinnen mag mest zonder veel rompslomp worden vervoerd." Boer Simon Ruiter: "En een afstand van 20 kilometer is op de tractor nog goed te doen."

Natasja Oerlemans: "Als je zaken doet met iemand die binnen 20 kilometer van jou woont, is het heel waarschijnlijk dat je hem persoonlijk kent. Dat is belangrijk, want het gaat hier om ons voedsel. Daarbij draait alles om vertrouwen."

Lees ook: Melkveehouders stellen zelf nieuwe regels op om duurzamer te werken

Nieuwe, zelfopgestelde regels moeten melkveehouders duurzamer laten werken. Natuurorganisaties zijn er blij mee.

Deel dit artikel

Grond­ge­bon­den­heid is de basis van een duurzame melk­vee­hou­de­rij. Daar willen wij graag over meepraten.

Natasja Oerleman, WNF