Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Nederlandse onderzoekers terug van Antartica

Groen

Joep Engels

Antarctica. © epa

Nu op Antarctica de donkere winter nadert, komen de onderzoekers van het Nederlandse lab, dat begin dit jaar werd geopend, terug. Morgen presenteren ze de eerste resultaten van hun klimaatonderzoek.

Geluksvogels, dat zijn ze. Zeker, het zijn lange werkdagen en de omstandigheden kunnen zwaar zijn. Twintig graden vorst, zware stormen. Maar als ze na een dag werken aan het avondeten zitten en genieten van het wonderschone landschap, van de zon die niet ondergaat, dan weten ze weer: het is een voorrecht hier te mogen werken. Terwijl toeristen grif tienduizend euro neertellen voor twee weken Antarctica, verblijven zij er een half jaar. En krijgen ze er nog voor betaald ook.

Corina Brussaard herinnert zich nog goed hoe ze de eerste keer op het continent landde en overweldigd werd door de aanblik. "Vooral het zeeijs, dat was zo mooi. Die grillige vormen, de vele kleuren wit. Maar de piloot haalde mij uit mijn droom. Het is niet meer wat het geweest is, zei hij. Het ijs heeft zich de afgelopen decennia flink teruggetrokken."

Efficiënt
Sinds begin dit jaar heeft Nederland een eigen onderzoekstation op het Antarctisch Schiereiland. Helemaal éigen' is het niet. Het Dirck Gerritsz Laboratorium huist in bij Rothera, de Britse post op Antarctica. Daar is een docking station neergezet, dat vier Nederlandse zeecontainers, omgebouwd tot laboratoria, voorziet van elektriciteit, water, internet en beschutting.

Een typisch Nederlandse oplossing, luidde de kritiek. We wilden weer eens voor een dubbeltje op de eerste rang zitten. Helemaal niet, zegt Brussaard, marien bioloog bij het Koninklijk Nederlands Instituut voor Zeeonderzoek (NIOZ) op Texel en hoogleraar virusecologie aan de Universiteit van Amsterdam. "Dit is gewoon heel efficiënt. Bij onderzoek op Antarctica komt zo veel logistiek kijken, dat het handig is dat we bij de Britten inwonen en gebruik maken van hun infrastructuur."

Antarctisch Verdrag
Bijna nergens ter wereld is de opwarming van de aarde zo goed zichtbaar als op Antarctica, zegt ze. "Daar gebeurt het. Wij willen weten wat de effecten zijn van smeltend ijs en opwarmend zeewater voor de voedselketen. Bovendien is het een ongerept gebied dat door weinig andere invloeden wordt verstoord. Je kunt de effecten dus goed meten. Alles draait om de temperatuur. In de tropen maken twee graden niet zo veel uit, daar is het een wereld van verschil."

Het onderzoek heeft alles te maken met het Antarctisch Verdrag. Dat stamt uit 1959 en had als doel het continent ongerept te houden. Niemand mocht claims leggen op Antarctica, bijvoorbeeld om naar olie te boren of kernproeven te houden. Nederland ondertekende het verdrag in 1990 en verplichtte zich tot het doen van wetenschappelijk onderzoek. Eindelijk, 24 jaar later, is het zo ver.

Ho even, zegt Hein de Baar, eveneens verbonden aan het NIOZ en hoogleraar mariene biologie aan de Rijksuniversiteit Groningen. "We doen dit onderzoek al ruim dertig jaar. De geschiedenis gaat eigenlijk terug tot de jaren zestig toen er een Belgisch-Nederlands programma draaide op Antarctica. Maar dat is stilgevallen. In 1982 zette Duitsland een ijsbreker rond de Zuidpool in en daar zijn wij meteen opgesprongen. In de loop der jaren groeide ook de samenwerking met de Britten."

Maar dat inwonen op andermans boot heeft zijn beperkingen, zegt Brussaard. "Ons onderzoek vereist speciale omstandigheden. Bij een ander op de boot, heb je de regie niet in handen en is het lastig die condities te handhaven. Bovendien kun je niet heel lang op één plek blijven, en dus geen seizoenseffecten meten "

Vijf klimaatprojecten
De grote sprong voorwaarts werd in 2009 gemaakt. In het kader van het Internationale Pooljaar bracht het kroonprinselijk paar een bezoek aan Antarctica. Brussaard: "Dat bezoek van Willem-Alexander en Máxima, samen met minister Plasterk van onderwijs, gaf een geweldige impuls. Daar groeide het idee dat het goed zou zijn om beter aan de buitenwereld te laten zien wat wij daar doen."

Onderzoeksfinancier NWO en het ministerie legden 8,5 miljoen euro bijeen en financierden daarmee het Dirck Gerritsz Laboratorium en vijf projecten. Elke wetenschapper kon inschrijven, het werden vijf klimaatprojecten: van het smeltende ijs tot de bloei van algen. Het leven in zee is net als de economie, legt Brussaard uit. "Wat je ziet is het netto resultaat. Maar dat zegt niets over de productie, want je weet niet wat de verliezen zijn. Algen staan helemaal onderaan in de voedselketen van de Zuidelijke IJszee. Als je kijkt hoeveel algen er ronddrijven, lijkt het helemaal niks. Misschien is de productie wel veel groter en zijn de algen voor je het weet verdwenen in krill en vervolgens in pinguïn of walvis. Daar kom je alleen door nauwkeurige metingen achter."

Handmatig
En dus trokken de promovendus en de postdocs van Brussaard en De Baar er afgelopen maanden elke dag in hun rubberboten op uit om monsters te nemen in de baai voor Rothera. Die van Brussaard visten algen uit het water, de groep van De Baar aasde op ijzer en andere sporemetalen die essentieel zijn voor algengroei.

Geen makkelijke klus. In de eerste maand blies een flinke storm de baai vol met ijs en moesten de bootjes aan wal blijven. En aan boord was het hard werken. De Baar laat de tankjes zien waarmee de onderzoekers hun monsters verzamelen. Een handig systeem met kleppen die automatisch open en dicht gaan, en een lier waarmee alles kan worden afgezonken en opgehesen. "Dat moest eerst handmatig, nu werkt de lier op een motortje. Het klinkt misschien gemakkelijk, maar het is bitterkoud in dat bootje en de zee is niet altijd rustig. Iedereen krijgt daarom trainingen zodat je zelfstandig kunt werken. Eerst hier in Nederland, en dan denk je dat je het kunt. Maar dan leren ze je het daar nog eens echt."

En het moest zorgvuldig gebeuren. De monsters van De Baar mochten niet vervuilen - "Aan mijn vinger zitten al meer sporen dan in zo'n hele tank". En die van Brussaard moesten op de juiste temperatuur blijven: "Het zeewater waarin de algen leven, was aan het begin van het seizoen anderhalve graad onder nul. Bij die temperatuur bevriest alles in het lab. Bij een paar graden boven nul legden de algen het loodje. Daarom werken we nu bij plus een halve graad."

Gletsjers
Ze geeft een rondleiding langs de containers die op het NIOZ-terrein op Texel staan. Formaat stacaravan. Veel ruimte is er niet. Niet voor de onderzoekers - "Als je hier een paar maanden met zijn vieren werkt, moet je elkaar wel aardig vinden." - maar ook voor de experimenten is het er krap. Al je analyseapparatuur, dat past niet, zegt Brussaard. "Bovendien zijn sommige apparaten zo duur dat ik er maar één van heb en dat apparaat heb ik hier ook nodig."

In die zin is het wetenschappelijk bedrijf op Antarctica niet helemaal vergelijkbaar met het werk thuis. "Je wilt je tijd daar zo efficiënt mogelijk besteden. Dus verzamelen we op Antarctica zo veel mogelijk monsters en doen we de verdere analyse thuis. Als een apparaat hapert, loop je niet even naar de winkel voor een vervangend onderdeel. Je moet dus veel zelf repareren en kunt niet al te ingewikkelde spullen meenemen."

Concrete resultaten zijn er dan ook nog nauwelijks. De onderzoekers zagen wel dat in februari, toen het zeewater een recordwarmte kreeg, de algen massaal in bloei kwamen. En het ijzer navenant verdween. Die concentratie is een heel kritische factor. Maar hoe? De Baar: "Als de gletsjers zich terugtrekken en de rotsen vrijkomen, ontstaat er meer verwering en komt er meer ijzer in het water. Maar we vermoeden ook dat een deel van het ijzer uit de modderige zeebodem komt. Ongeveer net zoals dat hier in de Waddenzee gebeurt."

Brussaard: "Daar kom je alleen achter door deze processen jaar na jaar te volgen. Het jammere is dat onze reeks niet begint bij het begin van de opwarming. Maar goed, vanaf nu zitten we er bovenop."

Verschuiving
Ideeën over wat er gebeurt, zijn er wel, zegt De Baar. "Algen leven bijvoorbeeld aan de onderkant van een ijsschots. Daar komt weer krill op af. Dat is een heel ecosysteem, en als het ijs wegsmelt, verdwijnt dat ecosysteem ook."

We verwachten dat er een verschuiving in de algenpopulatie zal optreden, vult Brussaard aan. "Warmer zeewater drijft op kouder water, en ook door het smelten van het ijs mengt het water niet zo goed. Daardoor raken de voedingsstoffen eerder op en daar profiteren de kleine algen relatief van. Dat zal gevolgen hebben voor de voedselketen. Andere algen: andere begrazers. Die pinguïns zijn gewend krill te eten en houden niet zo van andere begrazers. Het is een hypothese dat zo'n proces gevolgen heeft. Iemand moet gaan kijken of die klopt."

Nu op Antarctica langzaam de donkere winter intreedt, keren de onderzoekers huiswaarts. Morgen komen ze in Amsterdam bijeen om de eerste meetronde te bespreken. Dat wordt een voorlopige conclusie. De monsters moeten nog worden geanalyseerd en vele daarvan bevinden zich nog in de boot op weg naar Nederland.

Bovendien stond niet iedereen enthousiast te trappelen voor deze bijeenkomst. Brussaard begrijpt dat wel. "Ik heb maar kort op Antarctica gezeten, bij het kwartier maken, maar die promovendi zijn maanden van huis geweest. Hoe fantastisch die ervaring ook mag zijn, na zo'n lange tijd ben je toe aan een vakantie met je familie of partner."

Dirck Gerritszoon Pomp
Eind 1599 zeilde Dirck Gerritszoon Pomp met zijn expeditie van vijf schepen richting de Straat van Magellaan. Sterke winden dreven de vloot uiteen en Dirck Gerritszoon kwam met zijn 'Blijde Boodschap' in zuidelijke regionen terecht. Daar zou hij een besneeuwd berglandschap 'als het land van Noorwegen' hebben gezien. Dat zouden de Zuid Shetland eilanden kunnen zijn geweest die bij Antarctica horen.

Als de verhalen allemaal kloppen, is Dirck Gerritszoon de (Europese) ontdekker van het continent. Er zijn meer landen die deze eer opeisen, maar de inwoners van Amsterdam kenden destijds geen twijfel. Toen ze rond 1650 hun nieuwe stadhuis op de Dam bouwden, beeldden ze in de vloer van de Burgerzaal twee halfronden van de aarde af en in één daarvan is de toen bekende kustlijn van Antarctica te zien. De vier containers van de Nederlandse basis op Antarctica zijn naar de schepen van Dirck Gerritsz vernoemd: behalve de 'Blijde Boodschap' zijn dat 'Geloof', 'Hoop' en 'Liefde'. Het vijfde schip uit de vloot heette de 'Trouw'.

Deel dit artikel