Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Moet de koe nu echt weg uit de veenweide?

Groen

Emiel Hakkenes

Afgelopen december gingen boze boeren met de tractor naar het provinciehuis in Haarlem. © Hollandse Hoogte, Michel Utrecht

Onder drassige veengrond willen boeren graag een lage grondwaterstand. Dat levert een nieuw probleem op: uitdrogend veen zorgt voor broeikasgas. Wat te doen?

Zijn voorouders streken bijna een eeuw geleden neer aan de oevers van de Lek. In Brandwijk, een dorp in de Alblasserwaard, betrokken ze een boerderij. Ad van Rees is nu derdegeneratieboer op deze plek. De locatie is uitzonderlijk, zegt hij: de boerderij staat op een rivierduin, terwijl de rest van het gebied vooral laaggelegen veen is. Het maakt, zegt Van Rees, dat hij iets minder dan collega's verderop in de waard te kampen heeft met een van de grootste ruimtelijke vraagstukken in West-Nederland: de bodemdaling in het veenweidegebied.

Lees verder na de advertentie

“Al sinds de eerste bewoning daalt de bodem in dit gebied", zegt Van Rees. “Kinderdijk met zijn molens is opgericht om het hier droog te houden. Maar door al dat malen is het verschil tussen de waterspiegel en het weiland nu bijna twee meter.”

Zuurstof

Om verschillende redenen is die dalende bodem een probleem. Het zorgt voor een hoge grondwaterstand, waardoor de grond drassig is en het lastig is om er vee te laten lopen. Daarom wordt met pompen en gemalen het grondwaterpeil laag gehouden. Maar door het wegpompen van het grondwater komt de veenbodem in contact met zuurstof in de atmosfeer. Dat leidt tot de vorming van CO2, het broeikasgas dat verantwoordelijk wordt gehouden voor opwarming van de aarde en verandering van het klimaat.

Alsof de enige oplossing is: stoppen met veehouderij en het gebied vernatten

Sjaak Hoogendoorn, melkveehouder

De uitstoot van CO2 komt dus niet alleen maar van het verbranden van fossiele brandstoffen, maar is óók een natuurlijk proces. "De oxidatie van veengrond is goed voor twee tot vier procent van de emissie in Nederland", weet Sjaak Hoogendoorn. Hoogendoorn is net als Ad van Rees melkveehouder, maar dan in Waterland, ten noorden van Amsterdam. “Ook hier daalt de bodem", zegt hij. "Maar van dag tot dag merk je dat niet. Het gaat om een paar millimeter per jaar, zeker in een weiland zie je daar niets van. Ons verharde erf moeten we wel ongeveer een keer in de tien jaar ophogen. Door het gewicht van de bestrating zakt het veen in. Je ziet dat ook bij de stoepen en straten in West-Nederland."

Nu Nederland voor de opgave staat de uitstoot van CO2 drastisch te verminderen, wordt er - logischerwijs - ook gekeken naar het oxiderende veen. Aan de Klimaattafels van Ed Nijpels werd geformuleerd dat de veenweidegebieden voor 2030 een miljoen ton CO2 moeten reduceren. Dit jaar moeten provincies samen met boeren en andere grondgebruikers duidelijk maken hoe ze dat denken te halen.

Paludicultuur

De provincie Noord-Holland vulde het alvast in. De provincie wil de komende vier jaar onderzoeken of er op veenweidegebied economisch winstgevend 'paludicultuur' mogelijk is. Dat betekent: op natte grond gewassen verbouwen als azolla, lisdodde en veenmos. Als dat een goed alternatief kan zijn voor melkveehouderij hoeft de grondwaterstand niet telkens laag gehouden te worden. Maar als de rietsigaar zijn belofte niet waarmaakt, is een van de opties volgens het provinciebestuur: 'opheffen van de agrarische functie'. Menig boer las hierin: de koe moet hoe dan ook weg uit de veenweide. Het zorgde voor protest, in december gingen boze boeren op de tractor naar het provinciehuis in Haarlem.

Sjaak Hoogendoorn denkt dat de woede is gewekt door 'framing' van het probleem. “Alsof de enige oplossing is: stoppen met veehouderij en het gebied vernatten."

Wat de provincie Noord-Holland niet handig heeft gedaan, reageert Ad van Rees die de discussie ook heeft gevolgd, is dat ze de oplossing van bovenaf oplegt. "Dan krijg je een ouderwetse opstand. Je moet juist met de agrarische sector in gesprek."

Hoogendoorn: "De boeren zijn wel wakker geschrokken. Het is duidelijk geworden dat er beleid wordt gemaakt en dat we aan de slag moeten."

Van Rees ís al aan de slag. Hij doet mee aan een pilotproject met 'peilgestuurde drainage'. Het is een soort finetunen van de grondwaterstand, legt hij uit. "Ik heb hier een proefveld, met een pomp die werkt op zonne-energie. Ik kan die bedienen via een app: met een tikje op mijn tablet kan ik het grondwaterpeil laten stijgen of dalen. Voor sommige van mijn percelen is het wenselijk om het waterpeil te verlagen, zodat het vee in het voorjaar eerder de wei in kan. Op andere percelen mag het water wel wat hoger staan. Dat is dan een vorm van natuurbeheer: bij een hoger grondwaterpeil zitten de wormen hoger in de grond en zijn ze gemakkelijker te vinden voor weidevogels. Zo stimuleer je de biodiversiteit. En als de veengrond natter blijft, scheelt dat CO2-uitstoot, het zorgt voor minder inklinking en minder bodemdaling."

Met de zuivelfabriek bekijken de boeren of er een markt is voor zoiets als 'bodemdalingskaas’

Van Rees maakt deel uit van een zogeheten Groene Cirkel, waarin onder meer het waterschap, de provincie, de bank, boeren en de zuivelfabriek samenwerken. Het waterschap moet toestemming geven voor de precisiebemaling per perceel, en de bank moet boeren de mogelijkheid geven om in de apparatuur te investeren. Van Rees: "Het aanleggen van pompen en drainage kost een paar duizend euro per hectare, dus voor een individuele boer is de investering al gauw een ton".

Met de zuivelfabriek bekijken de boeren of er een markt is voor zoiets als 'bodemdalingskaas': kaas waarbij duidelijk is dat die is geproduceerd door boeren in het veenweidegebied die de biodiversiteit in hun omgeving willen vergroten. "Kinderdijk is hier vlakbij", zegt Van Rees. "Daar komen miljoenen toeristen. Díe moeten we vertellen hoe we hier voedsel maken."

Boeren bij het protest in Haarlem. © Hollandse Hoogte, Michel Utrecht

De 'Groene Cirkel Kaas en Bodemdaling' heeft zichzelf vorige week in Bleskensgraaf gepresenteerd met de ondertekening van een convenant, en Van Rees is vol vertrouwen. Bodemdaling, denkt hij, kan van een nood een deugd worden. "Door het grondwaterpeil op sommige stukken te verhogen, zou de bodem zelfs CO2 kunnen opvangen in plaats van uitstoten. En daar kun je dan weer een verdienmodel van maken: grote bedrijven die hun emissie moeten compenseren zouden van ons certificaten kunnen kopen, omdat wij als het ware hun verplichting uitvoeren."

Begin bij jezelf

Dat gaat Hoogendoorn wat te snel. "Je kunt alleen geld verdienen met certificaten als je zelf je uitstoot hebt teruggebracht en daarna nog méér kunt doen, voor anderen. Maar ik zou zeggen: begin eerst maar eens bij jezelf."

Welke mogelijkheden Hoogendoorn zelf ziet om de uitstoot van broeikasgas door veenbodems te verminderen? "Laten we eens vijf of tien of vijftien jaar de tijd nemen om oplossingen te onderzoeken. Sommigen pleiten voor onder water zetten van het veen. Er is dan geen plaats meer voor vee, wel kun je er natte gewassen zoals lisdodde verbouwen. Maar dat is heel ingrijpend. Ik doe zelf mee aan onderzoek naar natte teelten en dat is nog heel weerbarstig. Voordat er een markt is en boeren daaraan kunnen verdienen, zijn we tientallen jaren verder. Ik denk dat er maatwerk nodig is: het grondwaterpeil moet op sommige plekken omhoog, daar is het echt te laag gezet. We kunnen ook klei inspoelen in de veenbodem, om zo een gemixte grondsoort te krijgen die minder CO2 uitstoot."

Of dat niet erg ver gaat? Hoogendoorn: "Ik vind dat veehouderij op veengrond mogelijk moet blijven. Want als boeren op veen doen wij veel meer dan alleen maar melk produceren. We houden een Hollands landschap in stand, met weides, sloten en koeien. Dat plaatje trekt de buitenlandse toeristen naar Nederland."

Van Rees zegt: "Natuurlijk kun je besluiten veengebieden weer te vernatten. Maar voor agrarisch gebruik is dat funest, want dan kan er geen koe meer lopen. Gelukkig wil de provincie Zuid-Holland de melkveehouderij behouden, omdat ze die van waarde vindt voor het toerisme, het aanzien van het landschap en de economie."

En, zeggen Van Rees en Hogendoorn allebei: als het veenweidegebied niet meer drooggepompt wordt en een moerasachtige omgeving wordt, zorgt dat óók voor broeikasgassen. Geen CO2 misschien, maar wel methaan.

Van Rees: "Het lijkt misschien of we alles uit de kast halen om in deze lage, natte gebieden maar koeien te laten lopen. Maar volgens mij is het is niet méér kunst- en vliegwerk dan wat we in de afgelopen eeuwen hebben gedaan."

Debatavond in de reeks ‘It’s the food, my friend’

Melkveehouder Sjaak Hogendoorn is op maandag 11 februari een van de sprekers op een debatavond in de reeks It's the food, my friend. Er wordt gediscussieerd over 'Meebewegen met klimaatverandering, bodemdaling en water'. Naast Hogendoorn spreken landschapsarchitect Dirk Sijmons, geoloog Gilles Erkens en wethouder Hilde Niezen van Gouda. Aanvang debat: 20 uur, locatie: De Rode Hoed, Amsterdam. Lezers van Trouw kunnen met korting naar de discussieavond. Informatie: www.trouw.nl/exclusief

Lees ook:

Hoe boeren en bossen kunnen helpen bij de opslag van CO2

Het kabinet verwacht veel van het afvangen en opslaan van broeikasgas. Dat is technisch ingewikkeld. Een van de oplossingen ligt om de hoek: op de boerderij.

Ook rijst is straks een Hollands streekproduct

Koeien en tractoren zakken er weg in de zompige grond. Wat kun je dan nog verbouwen in het Groene Hart? De vooruitzichten lijken goed voor een verrassend gewas: rijst.

Deel dit artikel

Alsof de enige oplossing is: stoppen met veehouderij en het gebied vernatten

Sjaak Hoogendoorn, melkveehouder

Met de zuivelfabriek bekijken de boeren of er een markt is voor zoiets als 'bodemdalingskaas’