Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Minister Schouten boos om frauderende Brabantse en Limburgse mestbedrijven

Groen

Emiel Hakkenes

© ANP XTRA

Mestbedrijven uit Brabant en Limburg moeten zich maandag melden bij minister Schouten van landbouw. De minister heeft hen ontboden naar aanleiding van een bericht in NRC Handelsblad. 

De krant meldde zaterdag dat bijna twee op de drie mestverwerkers in Oost-Brabant en Noord-Limburg ooit zijn beboet voor of worden verdacht van mestfraude. Het gaat daarbij om fraude met mesttransporten, het vervalsen van administraties en het omzeilen van gps-controles.

Lees verder na de advertentie

Omdat te veel mest op akkers slecht is voor de bodem en het grondwater (en dus de volksgezondheid) gelden er in Nederland wettelijke normen voor bemesting. Boeren die meer mest hebben dan er op hun land mag, moeten dit afvoeren. Daar zijn flinke kosten mee gemoeid. De Nederlandse boeren kostte het in 2015 naar schatting 500 miljoen euro. Al jaren zijn er vermoedens dat degenen die geen zin hebben in een dure legale afzet van hun mest, zoeken naar goedkopere illegale wegen.

Volgens Schouten, die de zaak hoog opneemt, is het “een cultuurkwestie”

Dit voorjaar publiceerde het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) een evaluatie van het mestbeleid van de Nederlandse regering. Daarin werd de inschatting opgenomen dat 25 tot 40 procent van de Nederlandse mest 'in het zwarte circuit' zou zitten. En in het Nationaal Dreigingsbeeld 2017 van de politie werd mestfraude zelfs geschaard onder de noemer ‘georganiseerde criminaliteit’. “Het is relatief eenvoudig om fraude te plegen”, aldus de politie.

Een vorm van fraude is rapporteren dat mest is afgevoerd, terwijl dit in werkelijkheid op het land gebracht is. Dat is misschien goed voor het groeien van de gewassen, maar drinkwaterbedrijven merken de gevolgen: ongeveer vier op de tien winpunten van grondwater bevat te hoge doses meststoffen. Het uitzuiveren daarvan wordt steeds lastiger en dus duurder.

Tumult

De PBL-publicatie zorgde voor tumult in de agrarische sector en in de Tweede Kamer. Het planbureau sprak eerder wel van ‘overbenutting’ van mest en het risico van fraude, maar de vaststelling dát er gefraudeerd wordt en op welke schaal was nieuw. Het Mesdag-Zuivelfonds vermoedde dat het PBL op een ‘missie tegen de boeren’ was en sprak van een ‘heksenjacht’. Aan toenmalig staatssecretaris Martijn van Dam werden Kamervragen gesteld: kon hij de cijfers van het PBL bevestigen? Dat kon de staatssecretaris niet, want fraude voltrekt zich in het verborgene. De Kamer vroeg het Bureau Onderzoek en Rijksuitgaven (BOR) om het PBL-rapport onder de loep te nemen. Conclusie van deze second opion: het BOR vindt dat het planbureau de schatting niet kan staven.

"Met het bestaan van mestfraude zijn wij bekend", zei een woordvoerder van boerenbelangenorganisatie LTO Nederland dit jaar in Trouw. "Wij proberen het te voorkomen." Op basis van gegevens van het Openbaar Ministerie en de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit komt NRC Handelsblad nu tot de conclusie dat 64 procent van de mesttransporteurs en –verwerkers in Oost-Brabant en Noord-Limburg fraudeert of van fraude wordt verdacht. Volgens de krant bleef de Rabobank frauderende bedrijven financieren.

Minister Schouten neemt de zaak hoog op. Ze zei in een reactie dat er meer aan de hand is dan alleen maar het aan de laars lappen van de regels. Volgens haar is het “een cultuurkwestie”. Schouten staat voor de taak om bij de Europese Unie de Nederlandse ‘derogatie’ – de uitzonderingsbepaling om meer mest te mogen aanwenden dan veel andere lidstaten – verlengd te krijgen. Mocht de EU daar door berichten over fraude niet aan willen meewerken, dan is dat voor de Nederlandse boeren een strop van naar schatting 200 miljoen euro.

Lees ook: Hoe zit het nou precies met die mestfraude?
Lees ook: 
Waterbedrijven slaan alarm: mest bedreigt drinkwaterwinning

Deel dit artikel

Volgens Schouten, die de zaak hoog opneemt, is het “een cultuurkwestie”