Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Mag ik deze dieren eten?

Groen

Joost van Velzen

Ooit was paardenvlees voor de armen. Het is nog steeds goedkoper dan ander vlees. Maar de verkoop stijgt vooral omdat het gezond is.

Als paardenslager Wim van Beek zijn net gemaakte, nog dampende worst op het houten hakblok legt, zijn de grapjes niet van de lucht. Het platte Utrechts van sommige klanten is amper te verstaan. ,,Hier jochie’’, zegt Van Beek snedig als hij een stukje aan een klant uitdeelt, ,,dan hou je je mond ten minste even’’. De klanten in de winkel in de Utrechtse Kanaalstraat happen zichtbaar tevreden in de lekker gekruide, kakelverse worst en de hmmmm’s klinken vervolgens rondom.

Paardenvlees is weer een beetje in. Sommige supermarkten leggen het wat prominenter in hun schappen. C 1000, de grootste vleesverkoper van Nederland, ziet een kleine omzettoename en dan met name in het zuiden van het land en rondom Amsterdam, aldus de concernwoordvoerster. De zegsvrouw van Super de Boer daarentegen laat weten dat vooral filialen in het oosten van het land paardenvlees meer aandacht geven. ,,Maar het is geen landelijk beleid’’, laat ze nog weten, kennelijk bang dat de keten zich de furie van de Partij van de Dieren op de hals haalt.

De reden voor de kleine verkoopsprong is de gezondheidstrend in voedingsland. Paardenvlees is veel minder vet dan rund- en varkensvlees en is bovendien rijk aan ijzer. Dat laatste is van belang voor degenen die behoorlijk actief zijn en voor degenen die lijden aan bloedarmoede. Paarden kennen ook geen dierziekte als BSE, mkz, varkens- of vogelpesten en wordt daarom goed verkocht in tijden dat zo’n ziekte weer eens door het land raast.

Vroeger, in de tijd dat vlees een luxe was, werd paardenvlees breed geaccepteerd, met name omdat het goedkoop was. Het was vlees voor de armen. Paardenvlees is nog steeds goedkoper. Het prijsverschil kan oplopen tot wel 20 à 30 procent. Dat heeft te maken met EU-importheffingen. Die worden bij paardenvlees (bijna altijd uit Noord- en Zuid-Amerika) niet geheven en bij rundvlees uit een ver oord wel. Bij de kiloknaller, die zijn goedkope vlees altijd uit een ver oord haalt, doet paardenbiefstuk zo’n 7 euro de kilo, terwijl runderbiefstuk toch gauw 9-10 euro moet opbrengen.

Van Beek heeft een andere verklaring. ,,Er zijn in Nederland nog drie paardenslagers. Ik ben de enige die zelf nog zijn paarden op de veemarkt koopt en ze verwerkt. Ik gebruik alles. Zelfs de haren kan ik verkopen. Daar worden kleren en kwasten van gemaakt. Zo houd ik mijn producten goedkoop. Maar als ik vlees in delen moet kopen bij de grossier kan een biefstuk wel tot driemaal de prijs oplopen. Mijn klanten zien me aankomen. En wat is er nou lekkerder dan vers vlees. Ik vries niets in, ik heb niet eens een vriezer, alleen een koelkast. Ik koop elke maandag twee paarden, soms drie, die ik gelijk verwerk tot biefstukken, sucadelappen, gehakt en worst. Aan het eind van de week ben ik helemaal los.’’

Ondanks dat prijsverschil is paardenvlees een artikel in de marge. Tegenwoordig is bij grote groepen het eten ervan om emotionele redenen niet meer geaccepteerd. Het paard is op de ranglijst gestegen van landbouwhuisdier (trekkracht) naar gezelschapsdier. Zijn aaibaarheidsfactor is daarmee fors verhoogd en dus is opeten zielig, vergelijkbaar met het flappie-syndroom bij konijnen.

Die houding is terug te zien in de consumptiecijfers. Vijftien jaar geleden aten Nederlanders nog 1,4 kilo paardenvlees per hoofd per jaar. Dat is inmiddels gedaald naar 0,6 kilo. In andere delen van Europa is paardenvlees vrij populair. Fransen en Italianen vinden het heerlijk, Belgen zijn een goede derde – de ook bij Hollanders populaire Vlaamse stoverij bestaat vooral uit paardenvlees – en ook voor Zwitsers is het niet te versmaden. Voor een Brit daarentegen is het absoluut ’not done’. Nederland hangt daartussen in.

Voor de objectieve waarnemer is het lastig te begrijpen dat paardenvlees amper op het menu staat. Niet alleen is het gezonder en goedkoper, de emotie rond paardenvlees is nogal selectief. Het geldt kennelijk niet als het gaat om snacks. Onze kroketten, bitterballen, fricadellen en hamburgers zitten vol met paardenvlees. Het snel groeiende aantal paarden dat in de Nederlandse wei staat (400.000 al) worden echt niet allemaal begraven. Als het om dierenwelzijn gaat, er is geen dier dat zo’n goed leven heeft gehad als een paard. Als we eraan kunnen verdienen is er ook geen vuiltje aan de lucht. Nederland is een van de grootste paardenvleeshandelaren ter wereld. De meeste paarden komen uit Zuid-Amerika, worden hier verwerkt en in schoongemaakte delen weer uitgevoerd naar België, Frankrijk en Italië.

Intussen vliegen vooral de worsten bij Van Beek over de toonbank. Liefhebbers genoeg. ,,Tot in Groningen aan toe’’, zegt hij trots, ,,en af en toe gaan er zelfs wat naar Nederlanders in den vreemde. Ik heb klanten in Thailand en Venezuela.’’ Van Beek, wiens winkel dit jaar 70 jaar bestaat, kent alle argumenten voor en tegen het eten van paardenvlees. Het deert hem niet, hij wijst naar zijn vitrine. ,,Dit is prachtig vlees, gezond en zonder toevoegingen. Zo lang ik nog plezier heb in mijn vak – hij is 67 – ga ik ermee door. Mijn klandizie neemt in ieder geval niet af. Ik heb er een goede boterham aan.’’

Deel dit artikel