Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Koniks: geen oerpaarden, wel robuuste paarden

Groen

Seije Slager

Twee konikpaarden. © EPA

Het blijken helemaal geen oerpaarden te zijn. Wat doen die konikpaarden dan in onze natuurgebieden?

In veel natuurgebieden in Nederland lopen ze rond: konikpaarden. Stoere wilde grazers, die speciaal zijn uitgezet om het landschap een beetje open houden.

Maar is het stiekem niet een beetje onzin dat ze daar lopen? In februari promoveert bioloog Cis van Vuure op de konikpaarden. Die blijken, anders dan lang gedacht is, helemaal geen kort genetisch lijntje te hebben met de oorspronkelijke wilde paarden die ooit over Eurazië uitzwermden. "De konik is niet meer verwant aan wilde paarden dan welke boerenknol ook", vertelde hij vanochtend in de papieren Trouw.

Bovendien twijfelt hij aan hun functie. "Paarden en runderen houden het bos niet open. Ze volgen het landschap, ze maken het niet."

Zijn de koniks dus kitschpaarden die bij een verouderd idee over 'oernatuur' passen? Nee, dat toch niet, vertelt Leo Linnartz van Ark, een organisatie die zich bezig houdt met natuurontwikkeling, en daarbij onder andere koniks gebruikt.

Terwijl die koniks gewoon boerenknollen blijken?
Ooit geloofde men inderdaad dat ze direct afstamden van het wilde paard, en dat verhaal sprak natuurlijk tot de verbeelding. Maar de reden dat we nu met koniks werken is niet hun afstamming, maar vooral het feit dat ze al generaties lang succesvol verwilderd zijn. De paarden die nu in Nederland rondlopen kunnen supergoed overleven zonder hulp. Je hoeft ze niet vol te stoppen met medicijnen, ze hoeven 's winters niet binnen te staan, en je hoeft ze geen manicure-behandeling voor hun hoeven te geven.

En hoe zit het dan met de bewering dat ze het landschap volgen, en niet vormgeven?
Dieren en vegetatie leven in een voortdurend wisselend evenwicht met elkaar, en zo zijn er nog talloze factoren die van invloed zijn op de begroeiing. Maar uit veel experimenten blijkt: zonder grote grazers groeit het landschap wel degelijk dicht. Is het eenmaal bos geworden, dan is het erg lastig om het weer open te krijgen.

Waarom moet het landschap dan per se halfopen zijn?
Halfopen landschappen kennen veel biodiversiteit. In Nederland bestaan tachtig soorten inheemse struiken. Maar die kunnen niet in een beukenbos groeien.

Uw critici verwijten u dat u met die halfopen landschappen terug wilt naar een geïdealiseerde 'oernatuur'.
Wij willen niet terug naar de oertijd, wij willen vooruit naar een wildernisnatuur. Daar horen een aantal componenten bij. Onder andere een combinatie van verschillende soorten grazers en fourageerstrategieën, om het grasland open te houden. En daar passen konikpaarden prima in.

'Fourageerstrategie', dat klinkt niet echt naar wildernis.
Tja, natuur bestaat haast overal bij gratie van wat wij toestaan. Tenzij je naar de Zuidpool gaat, heeft de mens heeft nu eenmaal altijd een dikke vinger in de pap. Maar die koniks, daar hoeft de mens nou juist weinig aan te doen, die kunnen zichzelf goed redden.

Deel dit artikel