Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Koeien staan te vaak in de stal, maar in Noord-Holland komen ze wél buiten

Groen

Emiel Hakkenes

Vorig jaar mochten op driekwart van de melkveebedrijven alle koeien naar buiten. © ANP

Grazende melkkoeien horen in het Hollandse landschap. Maar soms is weidegang te lastig voor de boer en het is niet altijd goed voor de koe.

Wie koeien in een weiland wil zien grazen, kan het best gaan kijken in het veenweidegebied in Noord-Holland, Zuid-Holland en Utrecht. In die provincies doen de meeste boeren al hun koeien naar buiten. In de provincie Flevoland blijven relatief de meeste koeien op stal, blijkt uit cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek.

Lees verder na de advertentie

Het aantal melkkoeien in de wei is in 2017 iets gestegen. Vorig jaar liepen 1,16 miljoen melkkoeien buiten. Dat komt overeen met 68 procent van de koeien en is ongeveer 2 procent meer dan het jaar daarvoor. Maar in bijvoorbeeld 2010 kwam nog 75 procent van de koeien uit de stal.

Een koe hoort in de wei

Het weiden van koeien is een punt van discussie in de Nederlandse landbouw. Een koe hoort in de wei, zeggen voorstanders, omdat het dier buiten beter af is dan binnen. Bovendien horen grazende koeien bij het Hollandse cultuurlandschap.

Zui­vel­fa­bri­kan­ten betalen weidepremies om meer koeien naar buiten te krijgen

Maar, dat buiten grazen goed voor de gezondheid is, staat niet vast. Een koe kan bijvoorbeeld ziek worden van mest op het gras dat hij eet. En voldoen aan het beeld van het Hollandse cultuurlandschap is voor veel boeren gemakkelijker gezegd dan gedaan. Als een wei ver van de melkstal ligt, of aan de overkant van een drukke weg, is het weiden van de koeien lastig te organiseren.

In de politiek klinkt op gezette tijden de roep om weidegang bij wet te verplichten, maar er zijn ongeveer evenveel voor- als tegenstanders van zo’n weidewet. Boeren zien er niets in. Een principieel bezwaar is dat de regering zich niet met hun bedrijfsvoering moet bemoeien – er is toch ook geen wettelijke plicht voor ouders om hun kinderen te laten buitenspelen?

'Weidepremie'

Om toch aan de maatschappelijke wensen tegemoet te komen, heeft de Nederlandse zuivelsector zelf doelen geformuleerd: in 2020 moet 81,2 procent van de koeienboeren hun dieren buiten laten grazen – minstens zes uur per dag, 120 dagen per jaar. Ter stimulering betalen zuivelfabrikanten de boeren een ‘weidepremie’. Bij FrieslandCampina, is 1,5 cent per liter melk. Die bonus is ook weer een argument tegen verplichte weidegang: als iedereen het doet, is het voordeel verdwenen.

Uit CBS-cijfers blijkt dat het zelfgestelde doel van de zuivelsector nog niet is gehaald. In 2017 laat driekwart van de melkveebedrijven alle koeien buiten grazen. In Noord-Holland doet 94 procent van de boeren de koeien naar buiten, in Flevoland is dat 39 procent.

Lees ook: 

Nieuwe spelregels voor de koeienboer

Kan de melkveehouderij in Nederland duurzamer en minder intensief werken? Jazeker, zegt een commissie van boeren, natuurorganisaties en de zuivelindustrie: al in 2025. En er is niet eens een radicale revolutie voor nodig.

De Staat van de boer

Fipronil-eieren, het melkquotum, bijengif, mestfraude; het agrarisch bedrijf haalt met grote regelmaat de kolommen van de krant, vaak in negatieve zin. Vaak wordt er vooral over de boer gesproken, niet mét hem. Tijd om die boer eens op te zoeken. Hoe gaat het anno 2018 met hen? U leest het in De Staat van de Boer.

Deel dit artikel

Zui­vel­fa­bri­kan­ten betalen weidepremies om meer koeien naar buiten te krijgen