Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Insecten verdwijnen, wat nu? Drie vragen en antwoorden

Groen

Joop Bouma

Slapende schubhaarkegelbijen. Foto gemaakt door Wim Dimmers © ANP Communique

Onderzoekers uit Nederland en Duitsland komen in een wetenschappelijk artikel tot de slotsom dat in de voorbije 27 jaar driekwart van de insecten in 63 Duitse natuurgebieden is verdwenen

Het bewijs is er niet, maar er zijn sterke aanwijzingen dat dit in hoofdzaak het gevolg is van nieuwe bestrijdingsmiddelen die in de landbouw worden gebruikt, de neonicotinoïden. Drie vragen naar aanleiding van het onderzoek.

Lees verder na de advertentie

Wat zijn dat eigenlijk?

Neonicotinoïden, het woord zegt het al, zijn stoffen die verwant zijn aan nicotine. Het zijn zogenoemde systemische middelen, die zich via sapstromen door de hele plant verspreiden. Niet alleen de vrucht, maar ook het blad en de steel zijn giftig voor insecten. Bij veel gewassen zit er al een ‘coating’ van dit bestrijdingsmiddel om het zaadje heen. Het betekent dat deze pesticiden niet, zoals vroeger, pas worden ingezet als de boer plaagdieren in zijn gewas signaleert, maar al vanaf de eerste groei van het gewas.

Dus wordt het middel preventief, op grote schaal en in hoge concentraties toegepast. Voor een hectare mais werd lange tijd ongeveer 75 gram van de neonicotinoïde imidacloprid (Gaucho) toegepast. Omgerekend was de coating om één maiszaadje in theorie al genoeg om meer dan 200.000 bijen te doden. Eind 2013 werd deze toepassing in Europa verboden.

Er zijn inmiddels genoeg aanwijzingen voor een volledig verbod op het gebruik van neonicotinoïden

Wetenschappers Frank Berendse en Jeroen van der Sluijs

In betrekkelijk korte tijd zijn de neonicotinoïden, die onder meer worden gemaakt door Bayer en Syngenta, de meest gebruikte bestrijdingsmiddelen geworden. Er zijn inmiddels meer dan 1000 registraties van deze middelen in de EU. Ze zijn extreem giftig, zelfs in uiterst lage concentraties, hoeveelheden die alleen in een laboratorium nog te meten zijn. Het gif verstoort de prikkels tussen zenuwcellen in de hersenen van insecten, waardoor ze dood gaan.

Maar omdat neonicotinoïden inmiddels bijna overal voorkomen (in het oppervlaktewater, in urine en poep van koeien (onder meer omdat stallen ermee worden ontsmet en in pollen en nectar van wilde planten) worden veel meer dieren dan alleen de plaaginsecten die boeren willen bestrijden, er door getroffen. Berekend is dat 80 tot 96 procent van het gif uiteindelijk uitspoelt naar de bodem en het oppervlaktewater.

Kunnen er ook andere oorzaken zijn van de sterfte onder insecten?

De wetenschappers van de Duits-Nederlandse studie hebben niet gekeken naar de oorzaak van de dramatische teruggang onder insecten. Er zijn vrij sterke aanwijzingen dat de nieuwe insecticiden een grote rol spelen. Dit is onder meer al aangetoond bij weidevogels, vlinders, hommels, bijen en beestjes die in sloten leven.

Maar er zijn meer mogelijke oorzaken. Zoals de stikstof die ook op natuurgebieden neerdaalt. Die stikstof komt deels van het verkeer, van energiecentrales, maar ook van de intensieve veehouderij. De ammoniakdampen uit varkensstallen dalen ook neer in op natuurgebiedjes in de omgeving. Door die stikstof verandert de plantengroei in een gebied. Veel bloeiende planten verdwijnen. Dat heeft ook gevolgen voor insecten die leven op of van die planten. Juist in natuurgebieden kan in theorie de rol van stikstof wel eens groter zijn dan die van bestrijdingsmiddelen, denkt oud-hoogleraar natuurbeheer Frank Berendse (Wageningen).

Als het toch de neonicotinoïden zijn? Wat moet er dan gebeuren?

Er zijn inmiddels genoeg aanwijzingen voor een volledig verbod op het gebruik van deze groep van pesticiden, vinden zowel Berendse als Jeroen van der Sluijs, hoogleraar in de wetenschapstheorie van natuurwetenschappen aan de Universiteit van Bergen (Noorwegen). Van der Sluijs was jaren geleden de eerste wetenschapper die, samen met de toxicoloog Henk Tennekes, alarm sloeg over de effecten van neonicotinoïden.

Zowel Berendse als Van der Sluijs aarzelen geen moment als het om de toelating van deze middelen gaat. Ze moeten direct van de markt, vinden zij. Berendse: "Elke week is er wel een nieuwe publicatie over de schadelijkheid."

Volgens Van der Sluijs kan de landbouw ook best zonder neonicotinoïden. "Er zijn genoeg studies waaruit blijkt dat deze middelen geen invloed hebben op de opbrengsten van gewassen. Sinds enige tijd mogen neonicotinoïden in de EU niet meer worden gebruikt in gewassen die bijen aantrekken, zoals koolzaad. Dit seizoen hadden de boeren die koolzaad verbouwden een hogere opbrengst, zonder neonicotinoïden. Een totaal verbod zou een begin van een oplossing bieden. De landbouw zal uiteindelijk moeten verduurzamen." Fabrikanten Bayer en Syngenta wilden niet ingaan op de studie. 

'Insecten zijn aan het verdwijnen'

- Hoe zeker is die insectensterfte eigenlijk?

Deel dit artikel

Er zijn inmiddels genoeg aanwijzingen voor een volledig verbod op het gebruik van neonicotinoïden

Wetenschappers Frank Berendse en Jeroen van der Sluijs