Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

In Tofu City is het fijn wonen voor witte en welgestelde Almeerders

Groen

Naïm Derbali

De Buitenkans wordt ook Tofu City genoemd; een verwijzing naar het feit dat duurzame projecten snel dezelfde soort mensen aantrekken: wit, welgesteld, hoogopgeleid en type wereldverbeteraar. © Jean-Pierre Jans

De Buitenkans in Almere is geen gemiddelde nieuwbouwwijk. Naast het groene element staat gemeenschapsvorming centraal. 

Geen strakke lanen en op de millimeter afgeperkte voortuin-tjes, wel ongemoeid gelaten planten, welig tierende struiken en brandnetels. Ook de warme kleuren van de met hout begevelde huisjes passen precies in het idyllische beeld van de Buitenkans. De wijk, gelegen in de Stripheldenbuurt in Almere Buiten, is een van de grotere ecologische wijken van Nederland. 

Lees verder na de advertentie
‘Van idealisten moesten we realisten worden. Dat kon niet iedereen verkroppen.’

Een ‘droomwijk’, ‘een genot om in te wonen’, Michiel Babeliowsky (68) komt superlatieven tekort om zijn woonervaring te omschrijven. De man, die een eigen onderzoeksbureau over onderwijs runt, was er al vanaf het begin bij toen verschillende burgers die graag duurzamer wilden wonen elkaar vonden. “Het is precies geworden wat ik voor ogen had toen we eind jaren negentig met een werkgroep vol ambitieuze plannen naar de gemeente stapten.”

Een krioelende lianenstructuur van klimop heeft zich danig aan een lantaarnpaal vastgeklampt dat alleen de bolvormige lichtbron zichtbaar is. In de flauwe bocht van de met riet gevulde vijver verbindt een klein houten bruggetje met golvende leuningen de ene oever met de andere. Auto’s ontbreken. Wat rond de millenniumwisseling begon met een advertentie in de krant is hier uitgegroeid tot een burgerinitiatief met een hoog sprookjesgehalte.

Toch is het ook een wijk waarin idealisten tegen hun grenzen zijn aangelopen, zegt Babeliowsky. “Van idealisten moesten we realisten worden. Dat kon niet iedereen verkroppen.” Volgens de eerste plannen zou hier ook een boerderijtje komen – dieren incluis – en de buurt zou geheel zelfvoorzienend zijn. Maar die onderdelen zijn van tafel verdwenen. “Al snel kregen we te maken met de knellende ­regelgeving waardoor we niet alles konden realiseren. We wilden ook kleine lantaarnpalen, die oplichten zodra we langsliepen. Dat kon niet volgens de gemeente. Dat soort dingen zorgden ervoor dat mensen op een gegeven moment afhaken.”

© Jean-Pierre Jans

Hij laat zijn eigen huis zien. Het ecologisch denken is tot in de puntjes uitgewerkt. Onder de kraan in de keuken staat een emmer, laat Babeliowsky zien. “We zijn zuinig met water.”

Van de drie oorspronkelijke initiatiefnemers bleef er geeneen over: nog voor de eerste steen er kwam te liggen, in mei 2005, haakten zij af. “Het duurde te lang”, zegt Babeliowsky. “En ze voelden zich niet serieus genomen door de gemeente. Dingen als de boerderij en een beoogde vijver met zelfreinigende bacteriën namen toch te veel ruimte in beslag, daar was geen plek voor. Veel werd een tussenvorm. Maar door die aanpassingen en nieuwe doorrekeningen werd het ook allemaal duurder.”

De daken van de 59 houtskeletbouwwoningen zijn bedekt met de diverse tinten groen van sedum: een combinatie van zacht mos en vetplanten. Dat houdt veel vocht vast, waardoor het huis ’s zomers koel en ’s winters warm blijft. De woningen zijn naar elkaar toe gebouwd, ter versterking van de sociale ­cohesie. “Want ook dat is duurzaamheid”, zegt Babeliowsky.

Ondernemingszin

In het centraal gelegen buurthuis loopt het wekelijkse koffiemoment van de buurtbewoners op zijn eind. Er wordt druk gegesticuleerd, gepraat en gelachen. Naast het houten interieur geven het televisiehoekje, een ouderwetse piano, en een grote kamerplant de ruimte een warme huiskamersfeer.

‘Je moet hier een bijdrage leveren aan het geheel, maar daar krijg je wel
veel voor terug’

Met een zelfvoldane grimas houdt wijkbewoner André Bakker (58) zijn ruwe handpalmen in de lucht. Bij de bouw van zijn huis waren dat zijn belangrijkste hulpmiddelen. “Met mijn bloedeigen handen heb ik het gebouwd. Ja, dat vergt ondernemingszin. Dat betekent heel veel voor mij. We konden hier ons eigen huis ontwerpen, dat sprak me ook heel erg aan.”

Heeft hij ook iets moeten opgeven? Heel even houdt Bakker de wijsvinger peinzend aan zijn grijzende slaap. “Het comfort dat je je auto niet voor de deur hebt. Dat is alles. Dat is het grootste ongemak. Maar je krijgt er een prachtige wijk voor terug zonder blik voor de deur. Ook het groenonderhoud vraagt altijd veel energie. Daar moet je moeite in steken. Eigenlijk heb ik alleen maar gewonnen door hier te komen wonen.”

Laatst stuurde een van de nieuwe bewoners een mailtje naar de gezamenlijke e-mailbox van de wijkbewoners met de vraag om een ladder te lenen. Het aanbod was overdonderend, vertelt Ellis Booi (69), een vertaalster Frans die net een theezakje in haar kopje hangt. “Hij viel bijna achterover.”

© Jean-Pierre Jans

Hier in de wijk kent men elkaar. Naast dit wekelijkse koffiemoment worden tal van activiteiten georganiseerd: boekenruil, samen eten, muziekmiddagen, filmavonden en bakwedstrijden. Voor Babeliowsky en zijn vrouw speelde dat gegeven ook mee. Zijn forse handen omklemmen geheel een olijfgroene mok waaruit hij zuinige, kleine teugjes koffie drinkt. “Voorheen woonden we in een anonieme wijk. De Buitenkans is een gesloten gemeenschapje waar mensen elkaar helpen. Zo delen we tijdschriften met elkaar, en is er een deelauto in de wijk.”

Wit en welgesteld

De wijk wordt ook wel, gekscherend, ‘Tofu City’ genoemd. Een verwijzing naar het feit dat duurzame projecten al snel dezelfde soort mensen aantrekken: wit, welgesteld, hoogopgeleid en het type wereldverbeteraar. Of ze aan ballotage doen, wordt hun weleens gevraagd, zegt Booi. “Ach, we zijn niet streng. Als je er maar mee kunt leven dat je auto niet voor de deur staat, dat je meebetaalt aan de bouw van het buurthuis en aan de sociale huurwoningen, en een handje helpt in de gezamenlijke tuin. Wie dat wil, hoort hier thuis. Zo selecteert het zichzelf. En ja, je bent natuurlijk ook wat meer geld kwijt.”

Er is wel een keerzijde aan die gemeenschapsvorming: de integratie van nieuwkomers is soms lastig, zegt André Bakker. “Je bent aan elkaar gebonden. Dat schrikt mensen af. Veel mensen zijn liever op zichzelf, en willen geen bemoeienissen. Je moet hier een bijdrage leveren aan het geheel, maar daar krijg je wel veel voor terug.”

Waren er bij het opzetten van de wijk mensen die de duurzame ambities niet ver genoeg vonden gaan, dat is ook een terugkerende kwestie bij het beheer en verder ontplooien van de wijk. Het is moeilijk iedereen op een lijn te krijgen. Die samenwerking is de zegen, maar tegelijk de vloek, zegt Bakker. Zijn stem wisselt luide met zachte klanken af. “Als eentje van de 59 huishoudens tegen is, kan het niet doorgaan. Bedenk je iets nieuws, dan is er altijd wel iemand die er bezwaar tegen heeft.” Booi valt hem bij. “Of iemand bedenkt dingen die helemaal niet voor elkaar te krijgen zijn.” 

Of sommige mensen de Buitenkans wel-eens gedesillusioneerd verlaten? Ze knikt krachtig. “Die zijn er ook. Voor sommigen doen we niet genoeg. Zo zijn er mensen die heel teleurgesteld waren dat het buurthuis niet met strobalen is gebouwd, zoals initieel het plan was. Het onderhoud van de gezamenlijke tuin is ook voer voor discussie. Wel of niet maaien? Wat voor natuurverf gebruiken we? En wat is dat dan precies? Voor sommigen is die grens harder dan anderen. Daar kan ­weleens teleurstelling uit voortkomen.”

Drijfveer

Het taaie ontstaansproces, vertellen de wijkbewoners, schiep een sterke onderlinge band. Babeliowsky: “Als we destijds niet zo’n blindelings vertrouwen in elkaar hadden gehad, was de wijk nooit tot stand gekomen. We hebben allemaal een behoorlijk financieel risico genomen. Alle neuzen stonden een kant op – dat komt nu nog zelden voor.”

Booi schudt wat met het hoofd. “Je stelt het nu wel heel rooskleurig voor, Michiel.” De over elkaar geslagen armen maken haar houding stelliger. “Toen waren er ook conflicten. De groep was kleiner, dat scheelt. En in de beginfase hadden we een gezamenlijk doel: de wijk van de grond krijgen. Je wilde hier gaan wonen. Dat is een heel sterke drijfveer die verenigend werkt. Dan vind je sneller overeenstemming en ben je ook bereid eventueel concessies te doen. Nu we hier eenmaal wonen, is dat effect een beetje weggeëbd.”

Er zijn in Tofu City problemen en conflicten net als in alle andere wijken, zegt Booi. “Wat dat betreft zijn het net mensen hier. Ja, we hebben veel contact met elkaar in de buurt, maar er zijn ook wrijvingen. Ik denk dan: zonder wrijving geen glans. Discussie is een teken van betrokkenheid, dat je erom geeft. Laten we niet doen alsof het hier een rozentuin is.”

Groene dakbedekking, wandverwarming, zonneboiler en autovrij

Alle woningen zijn houtskeletbouwhuizen: de huizen kunnen met hetzelfde materiaal op een andere plaats opnieuw in elkaar worden gezet. De daken zijn bedekt met sedum, een met vetplanten en mos bedekte oppervlakte wat voor een optimale isolatie zorgt. De bewoners maken gebruik van een zonneboiler die het water voor de lage temperatuurverwarming voorverwarmt, dat wordt ingezet voor wandverwarming. Ook is de wijk autovrij. De keuze voor groene erfafscheidingen in plaats van schuttingen biedt ruimte voor groen. De bewoners van de wijk bezitten gezamenlijk het buurthuis en het binnengebied met de vijver. 

Duurzame 100

De Buitenkans is een voorbeeld van het soort projecten dat kans maakt op een notering in de vernieuwde Duurzame 100 van Trouw. De elfde editie wordt een lijst van onderop, van burgers die het heft in eigen handen nemen en zelf een duurzaam initiatief opzetten. Trouw zoekt die mensen en initiatieven en u kunt helpen. Nomineer een burgerinitiatief voor de Duurzame 100 van onderop. Meer  informatie: www.trouw.nl/duurzame100.

De spelregels voor de nieuwe Duurzame 100

Trouw vernieuwt de Duurzame 100. De elfde editie wordt een lijst van onderop, van burgers die het heft in eigen handen nemen en zelf een duurzaam initiatief opzetten.

Een supermarkt hebben ze helemaal niet nodig in het Overijsselse Broekland

In het Overijsselse buurtschap Broekland kopen inwoners gezamenlijk hun eten in bij lokale boeren. Alleen bier vonden ze niet, dus dat brouwen ze nu zelf. Een reportage

Deel dit artikel

‘Van idealisten moesten we realisten worden. Dat kon niet iedereen verkroppen.’

‘Je moet hier een bijdrage leveren aan het geheel, maar daar krijg je wel
veel voor terug’