Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

In de nieuwe Duurzame 100 staan burgers centraal

Groen

Redactie Duurzaamheid & Natuur

Studenten planten plantjes waar eerst stenen lagen bij de Universiteit Nijmegen. © Koen Verheijden

Dit jaar geen lijst van invloedrijkste duurzame doeners en denkers maar een Duurzame 100 van onderop, van mensen die gewoon een project beginnen.

Zet een energiecoöperatie op voor groene stroom, mobiliseer buurtgenoten om dat stuk natuur in de buurt te redden, ga de voedselverspilling tegen met een eetclub. Er zijn in Nederland duizenden van dit soort duurzame initiatieven. Burgers die als vrijwilliger het heft in eigen handen nemen. Terwijl politiek en overheden soms eindeloos steggelen over welke maatregelen, beginnen deze mensen gewoon.

Lees verder na de advertentie

Na tien edities van de lijst met de invloedrijkste duurzame doeners en denkers, pakt Trouw de elfde editie anders aan: het wordt een lijst van zulke burgerinitiatieven, de ‘Duurzame 100 van onderop’. Niet omdat invloed niet meer belangrijk zou zijn, maar om nu de andere kant van die veranderende maatschappij te laten zien. Lezers kunnen daarbij helpen (zie kader).

Onbekend terrein

Compleet onderzoek naar de duurzame beweging van onderop is er niet. “Het is niet haalbaar dat voor heel Nederland in kaart te brengen”, constateert Arjen Buijs, onderzoeker aan Wageningen University & Research. Buijs inventariseerde met collega’s de groene projecten, op het gebied van landbouw en natuur, in een aantal gemeenten en wijken. “We telden er tientallen per plaats, in één relatief kleine gemeente zelfs 61. Dat er in heel Nederland duizenden van zulke initiatieven zijn, staat buiten kijf.”

Dat heeft volgens Buijs verschillende oorzaken. “Nederland is altijd sterk geweest in vrijwilligerswerk en de laatste jaren groeit ook het aantal groene initiatieven. Dat is een beweging van onderop. Daarnaast speelt de terugtrekkende overheid een rol. Er wordt meer aan burgers zelf overgelaten.”

De motieven van mensen om een groen plan uit te gaan voeren, zijn divers. “Soms uit onvrede of boosheid, vaker zijn de motieven sociaal en moreel. Mensen willen de sociale cohesie in hun omgeving vergroten of willen bijdragen aan een duurzamer samenleving of allebei.”

De projecten gaan van heel klein – zoals een moestuin in de buurt aanleggen – tot groot. Buijs: “Een omvangrijk project is Mooi Binnenveld, het herstel van een strook natuur in de Wageningse uiterwaarden, gefinancierd met 400.000 euro uit crowdfunding. Sommige initiatieven hebben een voorbeeldfunctie en groeien uit, zoals de voedselbossen of de ‘tiny forests’, het aanplanten van kleine bosjes in de stad. Andere hebben vooral een sociaal effect en zijn minder in ‘vierkante meters groen’ uit te drukken.”

Nerveus

Ook Jan Rotmans, hoogleraar transitiekunde aan de Erasmus Universiteit Rotterdam, constateert dat er duizenden burgerinitiatieven bestaan. “Er zijn alleen al vijfhonderd energieprojecten. Dat is formidabel als je het functioneel bekijkt. Ze zetten druk op energiebedrijven en die worden daar behoorlijk nerveus van. Wat betreft capaciteit wekken ze niet zoveel op, nauwelijks een half procent van het totaal. Maar daar gaat het niet om. Zij zetten druk op het systeem en daardoor versterken ze de vergroening.”

De overgang naar een duurzamer samenleving kan volgens Rotmans niet zonder de inzet van burgers. “De beweging van onderop is een essentieel onderdeel van de transitie. Het gaat niet alleen om capaciteit en macht, voor het veranderproces is invloed belangrijker. Macht wil zeggen dat je een formele positie hebt en belangen, invloed is ongrijpbaar. In feite zijn het allemaal kleine energiebedrijfjes. Dat was niet de bedoeling. Daarom zeggen energiebedrijven: we gaan het wel samen doen.”

Sneuvelen

Zowel Buijs als Rotmans ziet de burgerbeweging niet als vervanger van nationaal of breder beleid. Stroom is makkelijk lokaal op te wekken, maar warmte is een veel grotere opgave, constateert Rotmans. Iets soortgelijks speelt bij natuur. De lokale projecten kunnen niet de functie overnemen van het Nationaal Natuur Netwerk, dat grote gebieden aan elkaar verbindt.

Buijs constateert dat de overheid niet echt oog heeft voor de eventuele schaduwkanten van de beweging van onderop. “Je ziet bijvoorbeeld dat meestal een vrij selecte groep mensen actief wordt: zij die al kennis hebben of netwerken. Dat is ook een voordeel, maar je zou je vanuit democratisch oogpunt kunnen afvragen hoe dat uitpakt. Daar is de overheid nog niet mee bezig.”

Geen wondermiddel

Ook is de beweging van onderop geen wondermiddel tegen de toenemende angst voor klimaatbeleid, denkt Rotmans. “Angst leidt zelden tot actie. De mensen die iets beginnen zijn niet van die schreeuwers. Op lokaal niveau zouden burgerinitiatieven wel een verbindende functie kunnen hebben. Actie kan laten zien hoe het wel kan.”

Dat projecten dan het stadium van ‘burgerinitiatief’ weer voorbij gaan, is niet erg, stelt Rotmans. Ze worden groter en daarmee professioneel of redden het niet. “Het merendeel gaat sneuvelen. Maar het effect is dat ze het speelveld veranderen. Die druk van onderop is nodig.”

Den Haag onderschat volgens de hoogleraar de omvang van de burgerbeweging en maakt er ook te weinig gebruik van. “De overheid wil bijvoorbeeld de omschakeling van het gas af van bovenaf uitrollen. Dat gaat mislukken. Begin daar waar mensen al bezig zijn, bij de welwillenden. Daarmee creëer je draagvlak.”

In Nijmegen bouwen burgers hun eigen ‘energielandschap’

Bewoners slagen waar een groot energiebedrijf stuk loopt

Windmolen van het Windpark Nijmegen. © Koen Verheijden

Leden van coöperatie WindpowerNijmegen lopen met een bijzondere app op zak. Daarmee kunnen ze op hun mobiel live volgen hoeveel energie de windmolens langs de A15 produceren. Dat zijn hun eigen windmolens, vier stuks van 150 meter hoog. De twee miljoen euro die ze hebben gekost, werd bijna volledig opgebracht door regiobewoners. Wie meebetaalde, vanaf 2015, werd mede-eigenaar.

Kort daarvoor had de rechter een windmolenplan van een groot energiebedrijf bij Nijmegen afgekeurd, na lokale bezwaren. Dan gaan we het zélf doen, met oog voor iedereen, bedacht een handvol bewoners. Het zou zonde zijn als het nooit meer van plaatselijke windenergie zou komen, vonden die initiatiefnemers, die elkaar kenden uit de lokale milieufederatie.

“Inmiddels draaien we met succes”, vertelt coöperatielid Ineke de Jong, ook betrokken als adviseur bij de koepel ‘Burgers geven energie’. De windmolens leveren stroom voor ruim zevenduizend huishoudens. Klant worden kan via een kleine, lokale energieleverancier.

De aanpak smaakt naar meer, zegt De Jong. De coöperatie wil een vijfde turbine plaatsen. Maar de wensen gaan verder. Rond het windpark wil de burgergroep 17.000 zonnepanelen laten leggen, goed voor de stroomlevering aan nog eens 1245 huizen. De vergunning is rond, de plannen zijn klaar voor uitwerking. De geproduceerde zonne- en windenergie wil WindpowerNijmegen in de toekomst ook gaan opslaan. De Jong: “Zo creëren bewoners hun lokale energielandschap.”

Een heel enkel keertje, zegt De Jong, staan de wieken expres stil, ondanks prima windkracht. “In uitzonderlijke gevallen doen we dat, om overlast van slagschaduw te voorkomen.” Deelnemers kunnen dat zien in de app.

Zulk maatwerk hoort erbij, zegt ze, als molens het belang van de omgeving dienen. Verder wordt een deel van de winst uitgekeerd aan lokale projecten. In Nijmegen krijgt een theatergezelschap geld, in Bemmel een kerktuin.

Weg met de tegels, welkom insecten

Operatie Steenbreek voert een onstuimige groene stadsguerilla

© Koen Verheijden

Het idee ontstond op een bijeenkomst van afgezwaaide biologen op de Wageningen Universiteit. Ze spraken daar bezorgd over de verstening van Nederland: al die dichtgelegde tuintjes vol met stoep- en grindtegels, die eindeloze bedrijfsterreinen met onafzienbare klinkervlaktes.

Geen streepje groen te zien. Gevolg: regenwater zakt niet in de bodem, maar stroomt in het riool, waardoor het grondwaterpeil almaar meer daalt en hele woonwijken bij heftige regenbuien onder water komen te staan.

Wout Veldstra, gepensioneerd stadsecoloog van Groningen, was erbij in Wageningen en besloot er iets aan te doen. Hij zocht contact met collega-ecologen in andere steden en na een jaar piekeren en proberen was daar de Operatie Steenbreek. Gemeenten, waterschappen, provincies konden zich aansluiten. Het idee: iedere particulier die een tegel en klinker uit de eigen tuin inlevert bij de gemeente, kreeg in ruil daarvoor een gratis plantje.

Inmiddels is Veldstra een paar jaar verder, zijn initiatief heet nu Stichting Steenbreek en is onstuimig gegroeid: 120 gemeenten, drie waterschappen en een provincie (Overijssel) doen al mee. Met een legertje vrijwilligers van natuurorganisaties en de vereniging van volkstuinders wordt in al die gemeenten een netwerk overeind gehouden dat de vergroening van de publieke en particuliere ruimte coördineert. “Wij bemoeien ons er verder niet mee, tenzij ze onze hulp nodig hebben. Het is in feite heel simpel”, zegt Veldstra.

Kleine, lokale maatregelen zijn het effectiefst, weet hij: zo’n 40 procent van het stedelijk gebied is particulier eigendom, daar moeten we het van hebben als we ons op grote schaal willen voorbereiden op klimaatverandering.

Dit jaar is de koers iets verlegd: de nadruk komt meer te liggen op het verlies aan biodiversiteit en natuur in bebouwde gebied. “Het zit dicht tegen elkaar aan: als je tegels ruimt, krijgt je vanzelf meer ruimte voor natuur en dus ook voor bodemdieren en vliegende insecten”, zegt Veldstra.

Wilt u mensen en initiatieven nomineren voor de Duurzame 100? Graag. Lees hier hoe dat kan.

Lees ook:

Het hooiland van vroeger keert terug

Particulieren hebben 400.000 euro bijeengebracht om vijftig hectare natuur te kopen in het Binnenveld, een agrarisch gebied tussen Ede en Wageningen. Nooit eerder werd in Nederland met crowdfunding op deze schaal nieuwe natuur ontwikkeld.

Jong en oud naar het soepcafé

Elke maand wordt in het Overijsselse dorp Olst voor zo’n zestig mensen soep gekookt van groenten die de supermarktschappen niet meer halen.

Deel dit artikel