Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

In de glazen bol van de Duurzame 100

Groen

Marten van de Wier

© idris van heffen
Duurzame 100

Kopstukken uit de Duurzame 100 deden mooie beloftes en tekenden duurzame vergezichten. Maar wat is daar werkelijk van terechtgekomen de afgelopen jaren?

De duurzame visionairs in onze lijst blikten de afgelopen negen jaar graag vooruit. Ze zetten een stip op de horizon, gaven een advies of waagden zich aan een voorspelling. Soms bezorgde een duurzame belofte ze zelfs een mooie plek in de lijst. We stelden vijf uitspraken uit de geschiedenis van de Duurzame 100 op de proef: kwamen ze uit?

Lees verder na de advertentie

"In 2030 bestaat afval niet meer, vinden we benzineauto's alleen nog in het museum en zijn drijvende steden een feit." (Jan Rotmans, nummer 14 in 2012)

Hoever zijn we onderweg naar dit toekomstbeeld, zes jaar na deze voorspelling van hoogleraar duurzame transities Rotmans? Er zijn drijvende wijkjes in onder andere Dordrecht, Delft, Deventer, Amsterdam en Woerden. "Maar tien, dertig, vijftig woningen, dat kun je nog geen drijvende stad noemen", vindt 'waterarchitect' Koen Olthuis. Volgens hem worden er nu jaarlijks in Nederland 100 tot 150 waterwoningen gebouwd. Maar dat gaat nu snel veranderen, denkt Olthuis. In 2030 voorziet hij de eerste 'hybride stad', met een grote uitbreidingswijk van zo'n tienduizend woningen op het water.

De door Rotmans voorziene ban op de benzineauto lijkt er in Nederland te komen in 2030: het kabinet-Rutte III streeft ernaar dat alle auto's dan emissieloos zijn. Groot-Brittannië en Frankrijk willen een einde aan benzine en diesel in 2040, Noorwegen mikt op 2025.

En afval? In ons land recyclen we nu ongeveer de helft van de afvalstroom, volgens cijfers uit 2016. Maar in absolute cijfers brengen we dit jaar weer meer naar de stortplaats, meldde het Financieele Dagblad.

Ook is er kritiek op de manier van recyclen: veel plastic wordt bijvoorbeeld gerecycled tot een basisproduct van matige kwaliteit, waardoor de milieuwinst beperkt is. Van een wereld zonder afval lijken we nog ver verwijderd.

"In 2010 willen provincies en gemeenten 50 procent duurzaam inkopen, de landelijke overheid zelfs 100 procent." (Annemarie Rakhorst, nummer 62 in 2009)

Prominent duurzaam ondernemer Annemarie Rakhorst was negen jaar geleden enthousiast over de duurzame ambities die de overheid bekend had gemaakt. Terecht? In 2011 concludeerde het Rijk zelf van wel. Het was op een haar na gelukt: 99,8 procent van de inkoop was 'duurzaam'.

Maar vorig jaar maakte de Algemene Rekenkamer nog gehakt van de laatste duurzaamheidscijfers van het kabinet. Rutte III kijkt alleen naar de duurzaamheid van aanbestedingen. Die vormen maar een klein deel van de totale inkoop. En bij het gros van die aanbestedingen zijn milieucriteria 'niet relevant', volgens het kabinet. Blijft over: slechts 63 aanbestedingen in 2016, waarvan 90 procent voldeed aan de milieucriteria.

Dat een directeur van een multinational een ecologisch vergezicht durfde te formuleren getuigde van lef, vond de jury van de Duurzame 100 in 2011

En de gemeenten? Die verhoogden zelf de lat: ook zij willen 100 procent duurzaam inkopen. Maar of dat lukt, is sinds 2010 niet meer landelijk gemonitord. De tien grootste gemeenten denken dat ze ruim 90 procent duurzame inkoop halen, zo rapporteerden ze in 2015 aan De Groene Zaak, een platform voor duurzame ondernemers. Maar, tekent De Groene Zaak aan: de gemeenten hanteren dan wel vrij slappe en verouderde criteria.

Uit onderzoek in opdracht van Greenpeace bleek dat nog geen 50 procent van de inkoop voor catering en groenvoorziening van de grootste gemeenten een duurzaam keurmerk heeft. Rakhorst blijft optimistisch. "De discussie over wat je meet en hoe, is belangrijk. Maar de intentie ook. Er wordt nu meer naar het effect elders en later gekeken, in plaats van vooral naar het hier en nu, zoals tien jaar geleden. Maar het kan en moet 100 procent worden."

"Ons doel is om de ecologische voetafdruk van de productie en het gebruik van onze producten te halveren" (Paul Polman, nummer 23 in 2010) (Bron: Unilever Sustainable Living Plan)

Dat een directeur van een multinational een ecologisch vergezicht durfde te formuleren getuigde van lef, vond de jury van de Duurzame 100 in 2011. "Een revolutie in het bedrijfsleven", schreef Trouw. Polman presenteerde een plan om zijn milieu-impact voor 2020 met de helft terug te brengen. Het zorgde ervoor dat hij op plek 23 in de lijst belandde.

Sindsdien maakt Unilever jaarlijks de balans op. De CO2-uitstoot van de fabrieken ligt inmiddels bijna 50 procent lager. Maar dat was een van de makkelijkste opgaven, vindt ook het bedrijf zelf. Het grootste deel van de milieu-impact hebben de producten bij het gebruik door de consument. Daar is de uitstoot met 9 procent gestegen, onder andere door het koken, wassen en douchen met producten van Unilever.

De door Samsom gepropageerde stroom uit biomassa kreeg ondertussen een steeds slechtere reputatie

Unilever ligt niet op schema met het terugdringen van het watergebruik bij de consument, dat in 2020 gehalveerd zou moeten zijn. Ook grondstoffen uit duurzame landbouw gebruikt Unilever nog onvoldoende: pas ruim de helft, terwijl dat over twee jaar 100 procent zou moeten zijn. "Het verminderen van de milieu-impact van hoe consumenten onze producten gebruiken, blijft een enorme uitdaging", laat een woordvoerder weten. "Zo hebben we het waterverbruik met slechts 2 procent kunnen verminderen sinds 2010." Unilever heeft vanwege deze 'uitdagingen' het doel bijgesteld: het bedrijf wil zijn ecologische voetafdruk nu pas in 2030 gehalveerd zien.

"Neem een jaar de tijd, zou ik tegen Essent willen zeggen. Denk na over een nieuwe strategie en zet er over een jaar of vier de modernste biomassacentrale van Europa neer." (Diederik Samsom, nummer 10 in 2011, over de plannen voor een kolencentrale in de Eemshaven)

Dat er in zeven jaar tijd veel kan veranderen, weet Diederik Samsom als geen ander. Het toenmalig PvdA-Tweede Kamerlid (later partijleider, en sinds 2016 weer politicus-af) kwam niet zozeer met een voorspelling, als met een goede raad. Essent trok er zich weinig van aan: die nieuwe kolencentrale aan de Eemshaven kwam er gewoon. Een jaar na Samsoms advies kreeg Essent de bouwvergunning en sinds 2015 is de omstreden centrale operationeel. Uiterlijk in 2030 moet ze weer dicht, zo besloot het kabinet eerder dit jaar.

Ondertussen kreeg de door Samsom gepropageerde stroom uit biomassa een steeds slechtere reputatie. Nederland importeert bijvoorbeeld bomen uit Canada en de VS om op te stoken, die hier per schip naartoe komen. Bovendien dreigt er ontbossing in de landen van herkomst. En zelfs als je de bomen vervangt, duurt het jaren voor de jonkies weer zoveel CO2 opnemen als een gekapte reus. Biomassa is dus niet altijd duurzaam.

"Het doel is om binnen Ahold Nederland uiterlijk in 2015 alleen nog maar duurzaam geproduceerde eigen-merkproducten in onze winkels te hebben." (Dick Boer, nummer 41 in 2010) (Bron: Levensmiddelenkrant)

Ahold-CEO Boer specificeerde dit streven nog: zes grondstoffen voor huismerken wilde hij volledig 'duurzaam gecertificeerd' inkopen: koffie, thee, cacao, palmolie, soja en vis. Welk deel van het huismerkassortiment van Albert Heijn is inmiddels 'duurzaam'? Een woordvoerder kan het niet zeggen. In elke 'productgroep' zijn 'stappen gezet', maar het eigen merk telt niet uitsluitend duurzame producten. Niet alle vis heeft bijvoorbeeld een keurmerk voor duurzame kweek (ACS) of vangst (MSC). Wel bijna alle vis.

In 2020 moeten ook deze producten aantoonbaar duurzaam zijn

Een keurmerk is ook niet het eindpunt, zegt de woordvoerder. "Het is een proces. Als de chocolade een keurmerk heeft, moet je ook kijken naar de chocoladesoesjes. En vervolgens naar de verpakking, en het transport." Boer stelde begin 2015 dat inmiddels 80 procent van de huismerkproducten 'duurzaam' was. Deze zomer vertrok hij bij het inmiddels gefuseerde Ahold-Delhaize.

Op dit moment heeft al het varkensvlees een ster van het Beter Leven Keurmerk. Alle koffie, thee en chocolade van het Albert Heijn-huismerk heeft het UTZ-certificaat. Bij producten met chocolade als ingrediënt, ligt het anders: daarvan is volgens Ahold maar 38 procent gecertificeerd. In 2020 moeten ook deze producten aantoonbaar duurzaam zijn.

Ieder jaar publiceert Trouw de Duurzame 100, een ranglijst van de personen die zich in dat jaar het meest hebben ingezet voor duurzaamheid. Hier leest u alle artikelen en profielen.

Lees ook:

Wereldverbeteraar Anna Chojnacka geeft grote bedrijven een zetje

Hoe gaat het met de veelbelovende initiatieven uit de Duurzame 100 van de afgelopen 10 jaar? In deze serie blikken we terug en vooruit met personen uit de lijst. Aflevering 1: Anna Chojnacka,oprichter van de 1%club en GoodUp.

Het hoofd duurzaamheid bij PwC kijkt verder dan de portemonnee

Wie veroverde het afgelopen jaar voor het eerst een plaats in de Duurzame 100 van Trouw? Een kennismaking met vijf nieuwkomers. Vandaag aflevering 4: Wineke Haagsma, hoofd van de afdeling duurzaamheid en verantwoord ondernemen van PwC, nummer 75. Een interview.

Deel dit artikel

Dat een directeur van een multinational een ecologisch vergezicht durfde te formuleren getuigde van lef, vond de jury van de Duurzame 100 in 2011

De door Samsom gepropageerde stroom uit biomassa kreeg ondertussen een steeds slechtere reputatie

In 2020 moeten ook deze producten aantoonbaar duurzaam zijn