Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Hoog water stopt niet op schoolplein

Groen

Joop Bouma

Overstromingsrisico: hoe donkerder blauw hoe dieper het water © Trouw: NDV | Bron: Edugis

Ons waterbeheer geldt wereldwijd als voorbeeld, maar volgens de Oeso vinden Nederlanders het wel erg vanzelfsprekend dat ze droge voeten houden. Een aardrijkskundeleraar pleit daarom voor een nieuwe lesmethode.

Adwin Bosschaart, leraar aardrijkskunde aan het Willem de Zwijgercollege in Bussum, vroeg aan duizend 15-jarige scholieren in laag Nederland of zij denken dat de omgeving van hun school kan overstromen. Bijna 60 procent geloofde niet dat het water het schoolplein zou bereiken. Let wel: het ging om scholieren in gebieden onder de zeespiegel - soms meters - of in de omgeving van de grote rivieren.

Hij vroeg de leerlingen vervolgens naar de overstromingskans in Nederland. Het antwoord was verrassend tegenstrijdig: bijna 70 procent achtte die kans aanwezig.

Bosschaart: "Mij overkomt dat niet, zo'n overstroming. Dat is de heersende opvatting. Scholieren weten dat er een kans is, maar ze betrekken dat niet op zichzelf. Als het gebeurt, gebeurt het ergens anders. En, wat ook blijkt, ze denken dat de overheid er wel voor zal zorgen dat er hulp komt bij overstromingen. Volwassenen redeneren net zo."

Risicobewustzijn
Vandaag publiceert de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (Oeso) tijdens de Waterschapsdag in Den Haag een onderzoek naar de toekomstbestendigheid van het waterbeheer in Nederland. Er is voor het onderzoek vooral gekeken naar de werkwijze van de 24 waterschappen in Nederland en de effectiviteit van beheersmaatregelen.

Het geringe risicobesef van Nederlanders is één van de zorgpunten uit de studie. Sinds de Deltawerken voelt de Nederlander zich veilig en beschermd.

Adwin Bosschaart (51) doet onderzoek naar het gebrek aan risicobewustzijn bij overstromingsgevaar. Hij verwacht volgend jaar op het onderwerp te promoveren aan de Vrije Universiteit in Amsterdam. Bosschaart is naast leraar opleider aan de Lerarenopleiding Aardrijkskunde van de Hogeschool van Amsterdam. Hij is blij met de waarschuwing van de Oeso.

"We leven met de mythe van de droge voeten. De overheid zegt weliswaar, er ís geen honderd procent veiligheid, maar dat is voor de burger moeilijk te accepteren, die denkt: we hebben goeie dijken en als het onverhoopt een keer fout gaat, dan helpt de overheid wel. In werkelijkheid ben je op dat moment aan jezelf overgeleverd. Dan hoef je er niet op te rekenen dat het waterschap je een lunchpakketje komt brengen."

Wat nodig is, zegt Bosschaart, is dat mensen gaan nadenken over de risico's, zich op een overstroming voorbereiden, weten hoe je moet handelen bij een calamiteit. "Als je in het buitenland in een hotel bent, is het eerste wat je doet kijken waar de nooduitgang is. Dat risicogevoel moeten we ook krijgen om voorbereid te zijn op de kleine kans op een ernstige overstroming."

Lees verder na de advertentie

 
Scholieren weten dat er een kans is, maar ze betrekken dat niet op zichzelf. Als het gebeurt, gebeurt het ergens anders

Adwin Bosschaart: 'Mij overkomt dat niet, zo'n overstroming. Dat is de heersende opvatting.' ©

Sinds de orkaanramp Katrina in New Orleans en sinds in 1995 in Nederland de dijken in de Betuwe bijna bezweken onder extreem hoog rivierwater, weten overheden drommels goed dat het zomaar mis kan gaan. "Ook de waterschappen zijn zich van het risico bewust", zegt Bosschaart. "Maar het probleem is: hoe vertel je dat aan de burger zonder paniek en angst op te roepen."

In het Deltaplan 2013 worden maatregelen opgesomd om Nederland te beschermen tegen hoogwater. Door klimaatverandering zal de zeespiegel rijzen, maar misschien nog wel gevaarlijker is de kans op overstroming door overvloedige regenval in het stroomgebied van de grote rivieren.

Bosschaart: "Toen ik het Deltaplan 2013 las, trof mij een passage waarin staat dat onderzocht moet worden of de evacuatie bij overstromingen beter kan worden geregeld, en ik citeer nu letterlijk, 'zodat een groter deel van de inwoners op tijd een veilig heenkomen vindt'. Dat is veelzeggend. Het betekent dat bij een overstroming rekening moet worden gehouden met slachtoffers."

Reële dreiging
De aardrijkskundeleraar besloot te onderzoeken hoe jongeren op havo en vwo denken over veiligheid. "Bij de overheid is het risicobesef er wel, maar de burger zit nog steeds in de fase waarin we na de strijd tegen het water, een overwinning hebben geboekt met de Deltawerken en de dijkverzwaringen in de jaren negentig. Maar die fase van overwinning op het water is allang voorbij. Er is een reële dreiging."

Voor zijn onderzoek sprak Bosschaart met 25 leerlingen in Culemborg. Hun school staat een kilometer van de Lekdijk. Het land erachter ligt op veel plaatsen lager dan de rivier. Als de dijk doorbreekt, loopt een enorm gebied van Culemborg tot Geldermalsen, Zaltbommel en Gorinchem vol water. "Het is eigenlijk een heel kwetsbaar gebied. Maar ook daar denken scholieren dat bij een dijkdoorbraak het water echt niet tot bij de school zou komen.

"Ik vroeg ze waarom zij denken dat hun omgeving goed beschermd is tegen overstromingen. Een van de antwoorden was: 'Nederland is het beste land in het beschermen tegen overstromingen, omdat wij zo'n beetje de dijken hebben uitgevonden'. Ik vroeg ze: weet je wat je moet doen bij een overstroming? Een antwoord was: 'Nee, eigenlijk niet. Maar instinctief ga je naar het hoogste punt. Nederlanders kunnen ook zwemmen. Maar ik denk dat ze er ook heel snel bij zijn met hulp, met de brandweer'."

In Gouda dat 'slechts' een meter onder de zeespiegel ligt, wordt de zeewering bij Hoek van Holland doorgaans gezien als het grootste risico bij extreem weer, zegt Bosschaart. "Maar de Hollandsche IJssel is een veel groter gevaar. De zes meter hoge dijk, die onlangs is afgekeurd wegens problemen met de stabiliteit, ligt daar op 500 meter van de school, waar ik leerlingen sprak. Ze blijken niet op de hoogte te zijn van de specifieke dreigingen in hun directe omgeving."

 
Bij de overheid is het risicobesef er wel, maar de burger zit nog steeds in de fase waarin we na de strijd tegen het water, een overwinning hebben geboekt

Software
Bosschaart besloot tot een experiment in West-Friesland. In het gebied rond Hoorn en Enkhuizen liet hij op twee verschillende manieren aardrijkskundeles geven over de risico's van overstromingen.

De helft van de leerlingen kreeg op de gangbare manier les over dijken en waterbeheer. De andere helft kreeg informatie over de geschiedenis van overstromingen in Noord-Holland, over technische achtergronden en oorzaken van dijkdoorbraken, over de gevolgen daarvan voor Noord-Holland en over het waterbeheer van het regionale hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier.

De experimentgroep ging ook zelf kijken op een IJsselmeerdijk én de scholieren konden zelf met een serieuze game, ontwikkeld voor de training van dijkwachters, leren hoe je mankementen aan een dijk kunt herkennen. (Deze app, 'Dijk Patrouille', is van kennisinstituut Deltares en gratis beschikbaar voor Apple en Android). Bosschaart: "Wat we wilden is indringende informatie geven, geen angst aanjagen. Maar de lesstof moest wel impact hebben."

De leraar kreeg van het hoogheemraadschap software, waarmee de scholieren tijdens de les op een pc de gevolgen van dijkdoorbraken in West-Friesland konden simuleren.

"Ieder waterschap heeft die software, maar ze zijn doorgaans heel beducht om dat materiaal uit handen te geven. Met de software konden de leerlingen met een simpele muisklik zien wat er gebeurt als de dijk bij Hoorn, of bij Medemblik, Venhuizen of Andijk zou doorbreken. Bij Hoorn bijvoorbeeld staat dan uiteindelijk een gebied tot aan Heerhugowaard meters onder water en het water komt tot aan Medemblik en Hoogkarspel."

Het experiment in West-Friesland wees uit dat het risicobesef bij de groep die les kreeg volgens de methode-Bosschaart duidelijk groter was dan bij de leerlingen die op de gangbare manier les hadden gehad. Ook het besef over de gevolgen van overstromingen nam toe én de kennis over hoe te handelen bij een calamiteit. Het vertrouwen in de waterveiligheid en de gevoelens van angst waren niet veranderd.

Simulaties
Wie wil weten wat de overstromingsrisico's zijn in Nederland kan op internet, bijvoorbeeld in het digitale kaartprogramma EduGis, op hoofdlijnen nagaan waar de risicogebieden liggen, zegt Joop van der Schee, hoogleraar voor het aardrijkskundeonderwijs. "Maar ook goed lesmateriaal is van groot belang", zegt hij. "Simulaties zoals Adwin Bosschaart die kreeg van het hoogheemraadschap, zouden we voor heel Nederland moeten hebben."

Bosschaart zelf hoopt dat het lesmateriaal over het waterbeheer in het schoolvak aardrijkskunde zal worden aangepast door zijn studie. "De bevolking moet weten wat de risico's zijn en waar de risico's zitten. Ik kom zelf uit Tiel. Ik weet nog heel goed dat daar in 1995 de rivierdijk op springen stond, adembenemend.

"In een nieuwbouwwijk, pal achter de dijk, wisten de bewoners niet wat ze meemaakten. Die hadden net een nieuw huis gekocht en hadden zich nooit gerealiseerd dat de rivier zo'n grote bedreiging vormde. Mensen denken toch: met de waterveiligheid is het in Nederland goed geregeld, daar hoeven we ons geen zorgen over te maken. Wel dus."

 
Met de software konden de leerlingen met een simpele muisklik zien wat er gebeurt als de dijk bij Hoorn, of bij Medemblik, Venhuizen of Andijk zou doorbreken

Deel dit artikel