Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Het witte gezicht van de groene beweging

Groen

Naïm Derbali

Het witte gezicht van de groene beweging illustratie © joren joshua

De groene beweging is overwegend wit en dat is een probleem, vinden verschillende activisten. Zij willen een ander geluid en perspectief in het duurzaamheidsdebat.

De witte gympen die ­Kauthar Bouchallikht (24) onder haar losse grijze broek draagt, pletsen in de plassen op de Amsterdamse Dam. Het giet op de klimaatmars, waar bijna 40.000 mensen hun zorgen laten horen over klimaatverandering. Behendig laveert ze van paraplu tot paraplu om aan de stromende regen te ontkomen. Bouchallikht loopt mee namens DeGoedeZaak, de burgerbeweging waarvoor ze werkt en mede-organisator van de mars. Ze is ook voorzitter van de Groene Moslims, een organisatie die het geloof als inspiratiebron gebruikt voor een beter milieu. Met haar zandkleurige hoofddoek is ze een bijzondere verschijning in de grote, overwegend witte mensenmassa.

Lees verder na de advertentie

“De klimaatbeweging wordt dan wel groen genoemd, maar in de praktijk is ze vooral wit”, zegt ze over het rumoer heen. “Maar we willen allemaal hetzelfde: een schone planeet. Mensen van kleur net zo goed.”

Uit onderzoek van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS), eind vorig jaar, bleek dat bijna 92 procent van de ondervraagden met een niet-westerse migratieachtergrond milieu belangrijk tot heel belangrijk vindt, terwijl dat bij mensen met een Nederlandse achtergrond 89,3 procent is. Er is op dat gebied dus nauwelijks verschil tussen mensen met een westerse en een niet-westerse achtergrond. Toch vertaalt zich dit nog weinig in deze klimaatmars, en in groene bewegingen in Nederland lijkt dat niet veel anders.

We willen allemaal hetzelfde: een schone ­planeet. Mensen van
kleur net zo goed

Kauthar Bouchallikht, DeGoedeZaak

Hetzelfde geldt voor de klimaattafels, waar bedrijven, netbeheerders, de industrie en de ambtenarij eind vorig jaar onderhandelden over het Klimaatakkoord. Er waren momenten waarop Faiza Oulahsen (31), die er voor Greenpeace aan tafel zat, om zich heen keek. “Dan kijk ik links, dan kijk ik rechts. En dan is het erg wit. Het beeld dat daar te zien is, kenmerkt de groene beweging in het algemeen. Aan tafel was ikzelf ook de jongste en de enige die de kleur in huis bracht. Het waren overwegend mannen van boven de 45.”

Toen Oulahsen net bij Greenpeace begon, zeven jaar geleden, viel het gebrek aan diversiteit op kantoor haar al op. Of het nu bij een activiteit, een demonstratie, een debat, een vergadering of bij een evenement over duurzaamheid is. En dat vindt ze een probleem. Daarin staat ze niet alleen, verschillende activisten willen een ander geluid en perspectief in het duurzaamheidsdebat brengen.

In die duurzaamheidswereld kom je steeds dezelfde mensen tegen, zegt sociaal ondernemer Thiëmo Heilbron (32). In 2016 werd de ­bioloog voor het eerst geselecteerd voor de Duurzame 100 van Trouw. Na de bijeenkomst uitte hij zijn ergernis op sociale media. “Diversiteit zag ik vrij weinig” zegt hij nu. “Veel mensen die daar rondliepen kwamen vanuit hetzelfde soort milieu. Wit, hoogopgeleid en grijs. Als geheel stond het zo ver van de maatschappij af. Het bereik was zo klein terwijl juist iedereen nodig is om die duurzaamheidstransitie voor elkaar te krijgen. Is dit dan de crème de la ­crème van de duurzaamheidsbeweging?”

Pas als je het goed hebt, kun je je bekommeren om duurzaamheid.

Shivant Jhagroe, sociaal wetenschapper van de Universiteit Leiden

Want het potentieel is er wel, zegt Heilbron. “Ik kom regelmatig in aanraking met jonge, maatschappelijk betrokken mensen van allerlei kleuren. Die zijn even interessant en getalenteerd als zij die nu de groene beweging aanvoeren. Waarom kom ik hen niet tegen in de bovenlaag?”

Het is een relevante vraag om te stellen, vindt sociaal wetenschapper van de Universiteit Leiden Shivant Jhagroe. “Pas recent werd duurzaamheid onderdeel van het publieke debat. De groene beweging viel in de jaren tachtig niet te verwijten dat het geen divers publiek aansprak. Toen was het een niche, een soort lifestyle. Nu kun je niet meer om duurzaamheid heen. Dus is het logisch dat inclusiviteit belangrijker wordt.”

Toch mogen we ons van Jhagroe niet blindstaren op kleur als het gaat om betrokkenheid bij groene thema’s. “Het kan een rol spelen, maar het is niet de bepalende factor. Het ligt complexer. Diversiteit kent vele vormen en identiteit vele gezichten Er spelen ook sociaal-economische en opleidingsverschillen mee. Je zou kunnen stellen: Pas als je het goed hebt, kun je je bekommeren om duurzaamheid. Op een bepaalde wijze maakt dat het thema een luxeprobleem.”

Bevoorrecht nest

Thiëmo Heilbron groeide op in een welgesteld milieu. Als jongetje waren er vakanties in Mexico, Thailand en Cuba; plekken waar hij zijn ogen uitkeek in de natuur. Zijn ouders waren maatschappelijk actief in Nederland rondom thema’s als slavernij, racisme en discriminatie. “Ik mag dan de mazzel hebben dat ik uit een bevoorrecht nest kom, ik heb ook een kleur en migratieachtergrond.”

Dat ik me inzet voor de natuur betekent toch niet dat ik niets om discriminatie geef?

Faiza Oulahsen, Greenpeace

Drie zomers geleden richtte Heilbron Fawaka Nederland op, een platform dat minder kansrijke jongeren duurzaam laat ondernemen. “Ik heb allerlei kansen gehad doordat mijn ouders de weg wisten in de samenleving. Toen het niet zo lekker ging met wiskunde op de middelbare school, konden mijn ouders bijlessen betalen. Veel mensen die op mij lijken, krijgen dat soort kansen niet zomaar. Dus wil ik hen die nu helpen bieden. Iedereen moet de kans hebben om zijn volle potentie te kunnen waarmaken. Ook op het gebied van duurzaamheid.”

Aan wil ontbreekt het volgens Faiza Oulahsen niet. “In de milieubeweging zitten vaak ­sociale, progressieve mensen, die solidair zijn met andere groepen in de samenleving. Zij kijken over de grenzen heen als het om milieuproblemen gaat. Natuurlijk heerst er dan een gevoel van ongemak over het gebrek aan diversiteit. Maar een sluitend antwoord kunnen we nog niet formuleren. Zelfs voor mij, met mijn Marokkaanse achtergrond is dat antwoord niet zo simpel te vinden. Laat staan dat een directeur of marketeer uit een hele witte omgeving even kan bedenken wat te doen. Het enige wat ik weet: hoe meer diversiteit je binnenhaalt, hoe meer diversiteit je aantrekt. Zo werkt het ook. Herkenbaarheid en identificatie verkleint de afstand. Zo krijgt de milieubeweging vanzelf een ander gezicht.”

Holistische aanpak

Terug op de klimaatmars. “What do we want?! Climate Justice! When do we want it?! Now!”, klinkt het even ritmisch als strijdvaardig, terwijl de mensenzee zich voortbeweegt langs het Amsterdamse Rokin. Verkleumd en zichtbaar bibberend houdt een oude bebrilde man een wereldbol omhoog. Het gutsende regenwater maakt de grote koningsblauwe strandbal loodzwaar. Bouchallikht helpt hem een ­handje.

Het is de tweede dag op rij dat ze op straat komt. De dag voordien kwam ze in de Women’s March Amsterdam op voor de rechten van de vrouw. “En over een paar weken is er een antiracismedemonstratie. Tsja, dat is het leven van een activist”, zegt ze breedlachend.

De duurzaamheidsbeweging moet volgens haar voor de spiegel gaan staan. Een holistische aanpak kan een begin zijn, zegt Bouchallikht. “Je kunt niet strijden tegen de ene vorm van onrecht zonder oog te hebben voor een ander. Het is zoals de dijken verhogen terwijl de zeespiegel blijft stijgen. Net die zeespiegel moet je omlaag halen.”

Op school en op de universiteit merkte Oulahsen dat leeftijdsgenoten met een migratie-achtergrond wél maatschappelijk betrokken waren. Velen gingen de advocatuur, de politiek of de vakbond in, zegt ze. “Ze waren vooral bezig met andere thema’s. Velen onder hen hebben het niet breed thuis of hun ouders zijn lager opgeleid. Ze moeten die sociale ladder op zien te klimmen, terwijl ze te maken krijgen met racisme en discriminatie. En ook de enorme culturele verschillen tussen het gezin waar je opgroeit en de samenleving vragen veel energie. Dan is het logisch dat duurzaamheid lager op het lijstje komt te staan. Doordat ze voor verschillende problemen tegelijk staan, ontstaat een soort issueconcurrentie.”

‘Ja dan krijg je straks al die Afrikanen die naar Europa willen komen als vluchtelingen. Dat moeten we ook niet hebben.’ zei een man aan de klimaattafel. Toen keek ik hem aan, en zei ik: ‘Pardon?’

“Natuurlijk zijn veel mensen binnen de ­Marokkaanse gemeenschap trots, die het leuk, mooi en bijzonder vinden wat ik voor het milieu doe”, zegt Oulahsen. Maar ze voelt ook weleens enige scepsis, onbegrip of verbazing. ‘Waarom doe je niet iets met racisme en discriminatie?’, krijgt ze dan te horen. Of: ‘Greenpeace? Huh? Is dat nou zo’n belangrijk thema?’ “Dat is tekenend. Dat ik me inzet voor de natuur betekent toch niet dat ik niets om discriminatie geef? Eigenlijk zeggen die mensen: voor iemand zoals jij zijn andere onderwerpen belangrijker.”

Door diversiteit hoog op de agenda te plaatsen kan de groene beweging zichzelf opnieuw uitvinden, en een hele waardevolle doelgroep bereiken, zegt Jhagroe. “Groen en duurzaamheid moet minder worden gezien als een braaf, gezellig, feelgood themaatje. Het moet een ­politiek begrip zijn, en radicaler benaderd ­worden. Hoe je dat doet? Door bewust machtsverschillen mee te nemen in de groene analyse. Dus je groen en tegelijk uitgesproken antiracistisch te profileren. Eigenlijk herdefinieer je wat duurzaamheid is, je trekt het breder en stelt kwetsbare groepen centraal. Want duurzaamheid gaat om het nú. Er is geen tijd te verliezen. Tsunami’s verwoesten nú levens, er zijn nú klimaatvluchtelingen, ecosystemen worden nú geslachtofferd.”

Witte mannen

Dat wordt ook weleens klimaatracisme genoemd, zegt Oulahsen: “De milieubeweging is wit, terwijl de problemen niet wit zijn. De eerste slachtoffers van milieuproblemen zijn mensen van kleur. Dat is een zorgpunt voor de groene beweging. Want juist die groep wil je betrekken. Daar is de milieubeweging, ook Greenpeace, nog zoekende in.”

Neem het Syrië-conflict, zegt ze. “Extreme droogte was onderdeel van het conflict. Mensen kwamen in delen van het land om van de honger. Zodra we klimaatvluchtelingen echt gaan benoemen, meer empathie voor hen hebben en het verband met klimaatverandering gaan zien, dan kun je meer die groepen benaderen.”

Ja, de wereld is aan het veranderen, zegt Oulahsen. “Maar dat wil ik ook terugzien en het duurt nu wel erg lang. Aan de klimaattafel zat een man recht tegenover mij. Hij liet zich ontvallen: ‘Ja dan krijg je straks al die Afrikanen die naar Europa willen komen als vluchtelingen. Dat moeten we ook niet hebben.’ Toen keek ik hem aan, en zei ik: ‘Pardon?’ Aan zijn blik zag ik dat hij zich betrapt voelde: oh ja, ik zit nu niet meer in een zaal met alleen maar witte oude mannen.”

Lees ook:

‘In feite is ‘groene moslim’ een pleonasme. Groen is inherent aan de islam’

Een kleine voorhoede van ecologisch levende moslims roert zich.

Een groene toekomst is er alleen voor de rijken: de eco-elite

De eco-elite verschuilt zich in lommerrijke wijken, de grijze rest is voor de armen.

Deel dit artikel

We willen allemaal hetzelfde: een schone ­planeet. Mensen van
kleur net zo goed

Kauthar Bouchallikht, DeGoedeZaak

Pas als je het goed hebt, kun je je bekommeren om duurzaamheid.

Shivant Jhagroe, sociaal wetenschapper van de Universiteit Leiden

Dat ik me inzet voor de natuur betekent toch niet dat ik niets om discriminatie geef?

Faiza Oulahsen, Greenpeace

‘Ja dan krijg je straks al die Afrikanen die naar Europa willen komen als vluchtelingen. Dat moeten we ook niet hebben.’ zei een man aan de klimaattafel. Toen keek ik hem aan, en zei ik: ‘Pardon?’