Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Het spuugbeestje is altijd in de weer met schuim

Groen

Jelle Reumer

© Karl Van Ginderdeuren
Jelle's Weekdier

De zomer is de tijd voor vakantie en onthaasting, voor gas terugnemen en proberen weer enig evenwicht in een soms wat uit het lood geslagen bestaan te krijgen.

Al ben je maar even een paar dagen uit je normale leven, dat helpt al. Tijdens een vakantie kun je ergens de tijd voor nemen, een uurtje uitslapen, een ochtend lanterfanten, een wandeling maken waar je normaal geen tijd of geen rust voor hebt. Je kunt om je heen kijken en ziet dingen die er anders ook wel zijn maar dan niet opvallen. Het is mijn ervaring dat je je zintuigen beter gebruikt, geuren waarneemt die je anders niet ruikt, vogels hoort waarvan je de zang al een jaar niet hebt gehoord en dingen ziet die je anders achteloos negeert. Spuugbeestjes zijn daarvan een mooi voorbeeld.

Lees verder na de advertentie
Kleine cicaden kunnen waanzinnige sprongen maken, tot wel honderd maal hun lichaamslengte

Wie kent ze niet, die kleine schuimpakketjes die zo ogenschijnlijk achteloos ergens aan een plantenstengel hangen? Een trosje natte luchtbelletjes van ongeveer een centimeter, alsof iemand (maar wie dan?) een klein fluimpje heeft laten vallen en dat dat toevallig aan die plant is blijven hangen. Die iemand bestaat, maar is kleiner dan je denkt en het fluimpje blijkt een nest. In dat natte nestje zit de kleine nimf van de schuimcicade die als een bladluis plantensappen zuigt. Het diertje, dat zich getooid weet met de wetenschappelijke naam Philaenus spumarius (van het Latijnse spuma = schuim), is ongeveer een halve centimeter groot. Terwijl hij met zijn monddelen sap aan het zuigen is, maakt hij aan het andere uiteinde van zijn darmkanaal schuim, door lucht te blazen in via de anus uitgescheiden vocht.

Koekoeksspog

Dit dreigt daarmee een vies verhaaltje te worden: het schuimkwakje is dus geen spuug maar eerder een soort tot schuim gepruttelde dunne diarree. Je moet er maar in willen vertoeven, maar voor het spuugbeestje, ook wel schuimbeestje, koekoeksspog of schuimcicade genoemd, is het een prima overlevingsstrategie. De nimfen zitten tot wel drie maanden in hun bellenblaas, dat uiteraard zowel kan opdrogen als uitlekken en dus telkens moet worden aangevuld met vers schuim. Na een aantal vervellingen verschijnt uiteindelijk de volwassen schuimcicade, een vreemd, ietwat keverachtig ogend beestje van slechts zeven millimeter. Deze kleine cicaden kunnen waanzinnige sprongen maken, tot wel zeventig centimeter ver. Dat komt neer op honderd maal hun lichaamslengte, een verbluffende prestatie (ik zou zelf een afstand van 182 meter met één sprong moeten overbruggen om dat te evenaren).

Cicaden behoren met de wantsen en een aantal minder vormenrijke groepen tot de insectenorde der halfvleugeligen, de Hemiptera. Het is een bijzondere diergroep, waartoe ook de bekende 17-jaar cicade behoort (die eens in de zeventien jaar in waanzinnige hoeveelheden tevoorschijn komt), en de grote cicaden die tijdens zwoele Mediterrane zomeravonden hun oorverdovende gesjirp laten horen. Spuugbeestjes zijn veel kleiner en minder lawaaiig, maar wel de meest voorkomende cicadesoort in Nederland. Ze kunnen in de maanden mei, juni en juli worden waargenomen, althans, hun anale schuimklopperij is dan overal zichtbaar. Om voor mij onverklaarde redenen zijn vooral lavendel en wilg populair om te worden beschuimd.

Jelle Reumer is paleontoloog. Voor Trouw bespreekt hij iedere week een dier. Lees al zijn bijdragen in ons dossier.

Deel dit artikel

Kleine cicaden kunnen waanzinnige sprongen maken, tot wel honderd maal hun lichaamslengte