Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Het lot bracht mij naar een magische plek, Bergplaas

Groen

Irene van Lippe-Biesterfeld

Irene van Lippe-Biesterfeld op het landgoed Bergplaas in Zuid-Afrika © Trouw
Voorpublicatie

Ruim 15 jaar geleden kocht Irene van Lippe-Biesterfeld een gebied van ruim 5000 hectare in de halfwoestijn de Karoo, midden in Zuid-Afrika. Ze zette zich in voor herstel van de oorspronkelijke natuur. 'Bergplaas' is haar persoonlijke verhaal over deze bijzondere plek. Het boek komt deze week uit.

Eens bracht het lot mij naar een magische plek met de naam Bergplaas, wat 'boerderij in de bergen' betekent. Er wordt gezegd dat in lang vervlogen tijden het land bedekt was door een reusachtig meer, of dat het zelfs deel uitmaakte van de oceaan. Resten van schelpen die hier en daar te vinden zijn, zouden daarop wijzen. Nu snijden rivieren diep door het wilde, weidse landschap, waar hoge bergen boven het dorstige land verrijzen.

Waarom voelde ik me zo tot dit land aangetrokken? Waartoe riep het mij? Ik voelde dat het een betekenis had, en dat die betekenis zich zou ontvouwen indien ik zou leren luisteren. Ik had vijfduizend hectare ongerept semiwoestijngebied om te ontdekken en te leren kennen, en ik was op slag verliefd.

Lees verder na de advertentie
Irene van Lippe-Biesterfeld © Trouw

Bibliotheek van de geschiedenis
Ik installeerde mezelf in een oud stenen huisje, een soort cottage, van waaruit ik het land bewandelde en leerde luisteren en zien, en zo begon mijn ontdekkingsreis in verbinding met deze unieke wildernis. De adembenemende schoonheid die mij omringde, terwijl ik daar twee jaar zo alleen leefde, raakte mij intens. Het bleek een oneindig blijde ervaring om over de rotsen en heuvels te klimmen, de weidse valleien te bewandelen, de uitzichten te bewonderen, steeds meer ontdekkend, het water uit de rivieren te drinken, of erin te baden. Ik voelde hoe, zo ondergedompeld in de wilde natuur, alles van mij afviel; hoe heerlijk het was om eenvoudigweg te Zijn.

November 1999 schreef ik in mijn dagboek: 'Iedere dag voel ik mij meer verbonden met het land. Het onbekende opent zich voor mij, en tegelijkertijd open ik mijzelf langzaam voor het land.'

Dit oeroude Karoo-landschap, dat een groot gedeelte van Zuid-Afrika beslaat, is als een soort bibliotheek van de geschiedenis van de aarde; haar fauna, flora, alsook van de menselijke culturen. De Bushmen, of Khoisan, woonden hier en wellicht ook nog veel oudere culturen hebben sporen achtergelaten die ik vond op mijn wandelingen. Aardewerk, rotsschilderingen in de grotten, en stenen markeringen van de zonnewende langs heuvels en op een enkele bergtop zijn getuige van menselijk bestaan door de eeuwen heen.

Ik voelde hoe, zo ondergedompeld in de wilde natuur, alles van mij afviel; hoe heerlijk het was om eenvoudigweg te Zijn

© Trouw

Voortrekkers
Bergplaas ligt in de zuidoostelijke regio van Zuid-Afrika, op vier uur rijafstand ten noorden van Port Elizabeth, tussen Middelburg en Graaff-Reinet. Dit gebied is deel van de Sneeubergen, een bergketen met pieken tussen de 1600 en 2505 meter hoog. Het regenwater dat over het bergachtige landschap valt, voedt de Oranjerivier, die het land bevrucht.

Vanaf het gastenhuis van Bergplaas kun je aan de zuidoostelijke horizon een eenzame, oude populier zien staan; hij duidt Wamaakerspoort aan. Deze naam geeft aan dat de Voortrekkers, de Afrikaner boeren die voor de Britse kolonisatie uit de Kaapkolonie vluchtten in de eerste helft van de negentiende-eeuw, hun wagens op deze plek konden laten repareren. Het Nederlandse woord zou namelijk 'wagenmakerspoort' zijn geweest.

De ruïnes van kleine huisjes vertellen een verhaal van eenzame en harde levens. Onvoorstelbaar hoe de Voortrekkers de lange, zware tocht konden maken vanaf de kust over de ruige bergketens met hun ossen die de zwaarbepakte wagens trokken, met vrouwen, kinderen en hun luttele bezittingen. Geen wegen, overal wilde dieren en een oneven, rotsachtige bodem met dikke struiken om doorheen te ploegen, met slechts de zonnestand en de sterren om hen te leiden. Hun 'padkos', of voedsel voor de reis, bestond uit biltong - strippen gedroogd vlees - en rusks, een soort dubbelgebakken brood. Lopen zou waarschijnlijk makkelijker geweest zijn, zoals de Khoisan deden. Maar die waren hier geboren en wisten te leven en te overleven in de halfwoestijn, door voedsel te verzamelen en te jagen. Je kunt de in rood en oker getinte rotsschilderingen met spirituele en symbolische betekenis nog steeds terugvinden in de grotten waar ze woonden hoog boven de rivieren. Met name aan de eland en de bidsprinkhaan schreven zij magische krachten toe.

Ruig land
De Voortrekkers moeten het ontzettend moeilijk gehad hebben om zich aan te passen in deze voor hen totaal onbekende omstandigheden. Velen verkozen dit gedeelte van de Karoo vanwege de rivier, de natuurlijke hulpbronnen en de dieren om te kunnen overleven. Het Bergplaasgebied is een van de plekken waar een familie besloot zich te vestigen, vlak bij de rivier die maar heel zelden volledig droogvalt. De aanwezige wilgen, populieren en dennen moeten hier in deze periode zijn geplant - voor hout en schaduw - want er groeien geen inheemse bomen op deze hoogte.

De tijden zijn veranderd, maar het blijft een ruig land:

'De eerste nacht kan ik niet slapen. Te opgewonden, te nieuwsgierig naar de geluiden en geuren. Welke dieren maken welk geluid? Wat een vreugde mij omringd te weten door de wilde dieren en geleidelijk hun geluiden te leren herkennen. En al die duizenden, duizenden sterren!!! Als ik in het donker van de nacht naar buiten ga voelt het alsof ik een oceaan van licht en ruimte in loop. Ik herken slechts enkele sterrenbeelden, ik zie de Melkweg, Orion, de Pleïaden, twee nevels die op de Melkweg lijken vanaf de zijkant gezien en waarvan ik de naam niet ken, zijn duidelijk zichtbaar en tegen de ochtend komt dan het Zuiderkruis, in de vorm van een vlieger; door de eeuwen heen een baken voor de scheepvaart in de Zuidelijke wateren.'

Als ik in het donker van de nacht naar buiten ga voelt het alsof ik een oceaan van licht en ruimte in loop

© Trouw

Verbouwing
Robert Kingwill en zijn werkmannen begonnen aan het neerhalen en verwijderen van de kilometerslange prikkeldraadafrastering die het land voorheen in stukken verdeelde. De omheining die het hele Bergplaasgebied afbakende, diende waar nodig te worden gerepareerd, maar moest zeker nog gehandhaafd blijven om de wilde dieren die ik hoopte in de nabije toekomst te introduceren binnen te houden. Het is opvallend hoe alles er meteen heel anders uitziet zodra een hekwerk weggehaald is dat eerder dwars door een veld sneed; de natuur hervindt haar heelheid.

Niets wordt hier simpelweg zomaar weggegooid; we hergebruikten alles wat we konden. Maar oude auto's ... ja wat doe je daarmee? Blijkbaar was de policy dat wat niet verbrand kon worden gewoon ergens werd gedumpt. Wij zijn meerdere autowrakken tegengekomen, overwoekerd door cactussen en grassen. En ook schoten de jonge Kingwills hier voor hun plezier op flessen die ze in de lucht gooiden. Stukken glas en zelfs porseleinscherven lagen overal verspreid. Het werd voor mij een sport om de scherven, na iedere regen kwamen er nieuwe naar boven, al deze jaren op te ruimen. En dan waren er twee aanplantingen van populieren - dicht bij de rivier die naar de waterval leidde - waar hout was gekapt voor de haard en om verkocht te worden. Boomstammen lagen nog overal en leken op verlaten, afgedankte levenloze 'weggooidingen'.

Na drie jaar hard werk was het grootste deel van de verbouwing klaar en kon ik aan twintig mensen onderdak bieden. Ik was totaal uitgeput door het fysieke werk en de hele organisatie. Maar ik had een prachtige plek gecreëerd. Vanaf het begin wilde ik niet dat het een soort 'lodge' of 'boerderij' zou worden, ik wilde gewoon een knusse, gastvrije plek voor zo veel mogelijk mensen om zich veilig te voelen en om 'te zijn'.

Ik wilde een knusse, gastvrije plek voor zo veel mogelijk mensen om zich veilig te voelen en om 'te zijn'

Andere manier
'Elke keer als ik naar buiten loop ervaar ik meer vrije ruimte voor het natuurlijke leven, nu de hekken verwijderd zijn. Ik zie en hoor de populieren, die als stromend water zachtjes fluisteren in de wind; de roep van de hadada-ibis, de hoepoe ergens aan de linkerkant van het huis; ik ontdek een Kaapse brilvogel en een glinsterende blauwgroene honingzuiger in de bosjes, die de nectar uit de minuscule zachtrode bloemetjes zuigt met zijn lange snavel. De ochtendzon is al heet op de huid.'

Alsnog had ik geen specifiek doel voor ogen voor Bergplaas, behalve het land in staat te stellen zich weer te herstellen, na jarenlang zwaar begraasd te zijn geweest door koeien en schapen. Maar ik wist heel zeker dat ik hier niet voor mijn persoonlijke plezier naartoe was gebracht en dat het integendeel om iets groters ging.

Ik had wel enkele vage ideeën, gevoed door de ervaringen die ik beleefde toen ik in 1998 voor de allereerste keer in Zuid-Afrika was om het honderdjarig bestaan van het Kruger Park te vieren. We gingen daar uiteraard op game drive en stopten om van het idyllische plaatje van een neushoornfamilie te genieten: vader, moeder en kind, die met z'n drieën aandoenlijk op een rijtje tegen elkaar aan lagen te slapen: drie gigantische lichamen, van groot naar klein, zo vredig en lief om te zien. Binnen de kortste keren kwamen er tien tot dertien auto's bij. En dit fenomeen herhaalde zich met leeuwen, olifanten en andere dieren.

Alsof het ons recht is de wildernis te consumeren. Alsof al deze prachtige dieren alleen maar bestaan voor ons genot en plezier.

Ik was echt behoorlijk ontzet door de begerigheid om maar zo dichtbij mogelijk te willen komen en daar met al onze landrovers te blijven staan alsof het ons menselijk recht is om de comfortzone van de dieren te overtreden en foto's te maken met opdringerige camera's. Alsof het ons recht is de wildernis te consumeren. De wildernis als dierentuin. Alsof al deze prachtige dieren alleen maar bestaan voor ons genot en plezier. We negeren daarmee hun persoonlijke leefruimte, en we respecteren hun eigen leven niet voldoende. En ik dacht: dit moet anders kunnen.

Deel dit artikel

Ik voelde hoe, zo ondergedompeld in de wilde natuur, alles van mij afviel; hoe heerlijk het was om eenvoudigweg te Zijn

Als ik in het donker van de nacht naar buiten ga voelt het alsof ik een oceaan van licht en ruimte in loop

Ik wilde een knusse, gastvrije plek voor zo veel mogelijk mensen om zich veilig te voelen en om 'te zijn'

Alsof het ons recht is de wildernis te consumeren. Alsof al deze prachtige dieren alleen maar bestaan voor ons genot en plezier.