Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Het Levend Lab laat zien wat pesticiden écht doen met de natuur

Groen

Rob Buiter

Martina Vijver bij haar Levend Lab in Leiden: 'Een stof die een effect heeft op een muggenlarve in het water, die heeft ook een effect op een mug, en daarmee ook op een spin die in de slootkant zit, of een vleermuis die insecten eet © Rob Buiter

Martina Vijver houdt vrijdag haar intreerede als nieuwe hoogleraar ecotoxicologie aan de Universiteit Leiden. 'Ik wil in een praktijksituatie de milieurisico's van zoveel mogelijk verschillende stoffen bestuderen', zegt ze, 'liefst nog vóór die stoffen een probleem worden'.

Dit is originele Romeinse grond", lacht professor Martina Vijver, terwijl ze vanaf een dijkje om haar onderzoeksterrein naar beneden wijst. Achter haar wordt een paar hectare grond van de Universiteit Leiden bouwrijp gemaakt voor de nieuwbouw van het BioSciencePark. "Dat is ons geluk geweest", weet Vijver. "Vanwege de waterhuishouding rond die bebouwing moest hier een grote plas worden aangelegd, die weer in verbinding staat met de Oude Rijn en met al het leven dat daarin zit. 

Lees verder na de advertentie

Aan de rand van die plas konden wij mooi onze proefslootjes graven. We hebben eerst een paar meter afgegraven om op waterniveau te komen, en stuitten toen letterlijk op de grond waar de Romeinen nog hebben gelopen. Archeologen hebben hier ook de nodige munten gevonden. Maar wat voor ons veel belangrijker was: die Romeinen gebruikten nog geen bestrijdingsmiddelen of ander gif. We werken hier dus per definitie op schone grond."

Met behulp van deze sloten krijgen we een veel reëler beeld van de milieueffecten van stoffen

De 36 proefslootjes die Vijver met haar team vervolgens heeft gegraven, kunnen met een waterdichte schuif naar believen open of dicht worden gezet. "Als we ze openzetten, staan ze in verbinding met het ecosysteem van de grote plas. Diertjes zoals watervlooien, bootsmannetjes en libellenlarven, maar ook zaden van planten kunnen dan in- en uitstromen. Op die manier krijgen alle slootjes dezelfde natuurlijke start. Vervolgens zetten we de schuiven dicht en krijgen de slootjes een experimentele behandeling, bijvoorbeeld met bestrijdingsmiddelen, al dan niet in combinatie met meststoffen."

De slootjes van Vijver werden twee jaar geleden aangelegd met behulp van een crowdfundingsactie. Vóór Vijver in de slootjes dook, deed ze haar onderzoek in grote cementkuipen, op een binnenplaats van een universiteitsgebouw. "Aan de rand van het terrein heb ik nog steeds een serie kuipen staan. Dat werkt wel overzichtelijker, maar ook minder natuurlijk. Ik bepaal immers wat er in die bak komt aan planten en dieren, dus in feite bepaal ik ook voor een belangrijk deel de gevoeligheid van het mini-ecosysteem, en dus de uitkomst. In het lab voeren we ook zogeheten screeningsstudies uit, met één stof op één organisme, maar dat is dus een stuk beperkter qua ecologische betekenis. Met behulp van deze sloten krijgen we een veel reëler beeld van de milieueffecten van stoffen, en dan wel op een manier die we toch experimenteel heel goed kunnen controleren."

Opmerkelijke resultaten

De eerste resultaten uit het 'Levend Lab' van Vijver waren zacht gezegd opmerkelijk. Ze keek onder andere naar de effecten van de beruchte neonicotinoïden, de klasse van bestrijdingsmiddelen die niet alleen plaag-insecten doodt, maar ook gewenste insecten zoals wilde bijen en ook andere ongewervelde dieren. Vijver: "De dosis waarbij het neonicotinoïde thiacloprid in onze slootjes een effect had op watervlooien, bleek maar liefst 2400 keer lager te liggen dan we op basis van eerder laboratoriumonderzoek dachten. Voor een deel komt dat omdat we onze watervlooien in het lab onbeperkt voeren. Die zijn dus in een optimale conditie. In het veld moeten ze zelf hun kostje bij elkaar scharrelen en zijn ze vatbaarder voor verstoring. We hebben de behandelingen met thiacloprid ook gecombineerd met meer of minder meststoffen in het water. Bij meer meststoffen zagen we dat de watervlooien duidelijk minder vatbaar werden voor het bestrijdingsmiddel, want meer mest betekent meer alg, en dat is weer voer voor vlooien."

Verstoorde situatie

Behalve op watervlooien, zagen Vijver en haar collega-onderzoekers ook sterkere effecten van de stof in de praktijk op wantsen, ruggezwemmers en waterpissebedden. Tegelijk waren er ook diersoorten die juist profiteerden van die verstoorde situatie met stoffen in het water. Vijver: "Ik kon op een gegeven moment, zelfs met het blote oog al, aan de begroeiing zien welke slootjes wel of geen bestrijdingsmiddel hadden gekregen. Toch zul je mij niet activistisch op de barricaden vinden om te protesteren tegen deze middelen. Ik beschrijf wat de effecten zijn. Punt. En ik geloof dat zo'n experiment met deze slootjes de beste manier is om alle ingewikkelde effecten in een echt ecosysteem te onderzoeken. Dat kan gewoon niet in het lab. Het is geen kwestie van één effect op één soort. Zo'n effect blijft heel lang na-echoën in een compleet ecosysteem."

Met andere stoffen krijgen we een nieuwe kans om naar risico's te kijken vóórdat er al grote emissies in het milieu hebben plaatsgevonden

Vijver roept daarom wel op om beter na te denken voor een synthetische stof in het milieu wordt gebracht. "Die neonicotinoïden werden een succes omdat ze via zaadcoating de plant beschermen, waarbij je dus niet meer in de openlucht hoefde te spuiten. Inmiddels weten we dat deze stof ook vanaf de zaadcoating in het milieu komt, maar is die al wel wijd verbreid in de praktijk.

“Met andere stoffen, zoals veel nanomaterialen, krijgen we een nieuwe kans om naar risico's te kijken vóórdat er al grote emissies in het milieu hebben plaatsgevonden. Er zijn al veel producten met piepkleine nanodeeltjes in omloop, in tandpasta, elektronica, verf enzovoort. De nanotechnologie is een groeimarkt en er ligt veel nog op de ontwerptafel. In deze slootjes onderzoeken wij nu ook wat de effecten zijn van deze minuscule deeltjes op het watermilieu, en daarmee ook op de omgeving van het water. Want een stof die een effect heeft op, zeg, een muggenlarve in het water, die heeft ook een effect op een mug, en daarmee ook op een spin die in de slootkant zit, of een vleermuis die insecten eet. Al dat soort effecten kunnen we hier in het echt meten."

Lees ook:

Boeren en tuinders gebruiken pesticiden die mogelijk gevaarlijk zijn voor mensen - en dat mag van de EU

Er is geen controle op het gebruik van pesticiden door boeren en tuinders in Europa. Het geld hiervoor ontbreekt.

Zet boeren niet weg als ‘gifspuiters’

Gecontroleerde inzet van natuurlijk gif kan gewassen duurzaam tegen ziektes beschermen, betoogt Jos Frantzen.

Deel dit artikel

Met behulp van deze sloten krijgen we een veel reëler beeld van de milieueffecten van stoffen

Met andere stoffen krijgen we een nieuwe kans om naar risico's te kijken vóórdat er al grote emissies in het milieu hebben plaatsgevonden