Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Het landschap in een holle kies

Home

Rob Buiter

Lambert van Es (rechts) en onderzoeker Bas van Geel. © reyer boxem

Dat de permafrost in Siberië vol ligt met resten van grote dieren uit de laatste ijstijd, is bekend. Maar ook uit de Noordzee is veel informatie te halen. Nu stort het onderzoek zich op stuifmeel en andere plantenresten in holle kiezen.

Het is een even bizarre als profijtelijke handel: met het ontdooien en ook het ontginnen van de Siberische permafrost komen steeds meer resten boven van dieren die daar in de laatste ijstijd hebben rondgelopen. Mammoeten bijvoorbeeld. Als hun slagtanden intact uit de toch-niet-zo-eeuwig-bevroren bodem tevoorschijn komen, zijn die al gauw enkele tienduizenden euro’s waard.

Lees verder na de advertentie

De schedels van wolharige neushoorns die verzamelaar Lambert van Es heeft gekocht waren gelukkig niet zo duur, vertelt hij. “Dit is bijvangst voor de slagtandenjagers. Houd het maar op een paar duizend euro per stuk, plus invoerrechten. Deze drie schedels komen uit een open steenkoolmijn in de buurt van de Siberische stad Jakoetsk. Tijdens het graven naar steenkool worden daar ook jongere lagen - uit de laatste ijstijd - afgegraven. Deze schedels zijn ergens tussen de 15.000 en 50.000 jaar oud. En moet je kijken: de pezen, en hier een stukje huid, het zit er nog gewoon aan. Door de bevroren bodem waar ze in hebben gelegen zijn ze eigenlijk nog helemaal vers!”

In de ijstijd kon je gewoon naar Engeland lopen. En dat deden al die mammoeten dan ook

Paleontoloog Dick Mol

Onderzoeker Bas van Geel, paleo-ecoloog van de Universiteit van Amsterdam, is het niet om de restjes zacht weefsel aan de schedel te doen. Hij zoekt in de kleine hoeken en gaten van het grote bot naar plantenresten. Behoedzaam peutert hij met een pincet wat stukjes oeroude aarde uit het kaakgewricht. En ook in een kiesplooi van het dier vindt hij nog wat plantenmateriaal.

“Dit zijn de etensresten van deze neushoorn. Daar kan nu nog steeds interessante informatie over zijn dieet uit komen”, weet Van Geel inmiddels.

Paleontoloog Dick Mol - van beroep douanier maar door velen beschouwd als de meest professionele amateur als het op de dieren uit de ijstijd aankomt - is meer dan zomaar opgewonden over het werk van Van Geel. “Dat er mammoeten en andere ijstijdzoogdieren in de Siberische bodem zitten, dat is allang bekend. Iets minder bekend is dat de Noordzee minstens zo’n rijke schatkamer is. Daar liggen de schedels natuurlijk niet inclusief huid en pezen op de bodem, maar als versteende fossielen.

(Tekst gaat verder onder de afbeelding)

© reyer boxem

“In de ijstijd lag er zoveel water in de vorm van landijs rond de polen, dat het zeeniveau tot meer dan honderd meter lager lag. Je kon dus gewoon naar het huidige Engeland lopen. En dat deden al die mammoeten, neushoorns, reuzenherten en wisenten dan ook. Met name rond oude rivierdelta’s in die droge Noordzee liggen veel resten van dieren. Hun botten komen nu bijvoorbeeld tijdens zandsuppleties naar boven.”

Nóg minder bekend is de aard van het landschap waar al die dieren in hebben gelopen. “We weten dat het een koude, maar droge steppe moet zijn geweest. De plaatjes van mammoeten die met hun grote slagtanden enorme hopen sneeuw opzij schuiven om bij wat sprietjes gras te komen, die zijn dan ook nergens op gebaseerd”, zegt Mol stellig. “Hoe denk je dat zo’n groot dier op die manier aan voldoende eten had kunnen komen?!”

Uit de etensresten van het reuzenhert krijg je een beeld van het landschap, 40.000 jaar terug

Paleontoloog Dick Mol

Om die koude, droge ‘mammoetsteppe’ wél wetenschappelijk in te kleuren met de juiste planten, heeft Mol de hulp van ecoloog Van Geel nodig. Onlangs haalde die al bruikbare resten van planten uit de ‘holle kies’ van een reuzenhert, die door verzamelaar Kees van der Kraan op de zandmotor bij Hoek van Holland was gevonden. “Die kiezen hebben letterlijk diepe holtes”, vertelt Van Geel, “en daar zaten in dit geval nog etensresten in van het betreffende reuzenhert. Onder de microscoop kon ik daar nog prima het stuifmeel van verschillende planten in herkennen.”

Radio-actief koolstof

In het materiaal uit de kiesholte herkende Van Geel vooral stuifmeel van een noordelijke alsemsoort, naast wat andere zogeheten ‘composieten’ en ook zonneroosjes. Met behulp van radioactief koolstof werd de ouderdom van de plantenresten bepaald: ruim 42.000 jaar. Volgens Van Geel was dit de eerste keer dat etensresten uit een holle kies van een reuzenhert zijn gebruikt voor een reconstructie van het landschap en bepaling van de ouderdom.

“Je moet wel bedenken dat zo’n hert waarschijnlijk geen willekeurige steekproef van de planten op de steppe heeft gepakt”, nuanceert Van Geel. “Strikt genomen kan ik uit deze monsters dus vooral informatie halen over het dieet van het dier en in mindere mate over andere planten die op de steppe groeiden.”

Ondertussen zegt paleontoloog Mol wel een steeds completer beeld te krijgen van het landschap zoals het er hier, en ook in Siberië heeft uitgezien tot een jaar of 10.000 terug. “Uit de etensresten van het reuzenhert kun je een beeld krijgen van het landschap in het Laat-Pleistoceen, rond 40.000 jaar terug. Kiezen van een edelhert, ree of eland kunnen weer meer vertellen over het landschap in het vroege holoceen, vanaf 10.000 jaar terug.”

(Tekst gaat verder onder de afbeelding)

© reyer boxem

Twee keer uitsterven

In zekere zin is het een race tegen de klok die Mol rijdt. “Tot enige tijd terug kregen we enorm veel monsters van de Noordzeebodem via de boomkorvissers. Die woelden met hun sleepnetten naast platvis ook heel veel fossielen los. Tegenwoordig vissen ze met zogeheten pulswingtuig. Dat is misschien beter voor het milieu, maar de aanvoer van nieuwe fossielen is daardoor aardig opgedroogd.”

Alle hulp, met name van de vele verzamelaars langs de Nederlandse stranden, is meer dan welkom

Paleontoloog Dick Mol

Ook vanuit Siberië begint de wolharige mammoet, 10.000 jaar na zijn uitsterven, voor de tweede keer een bedreigde diersoort te worden, constateert Mol. ‘Dit icoon uit de ijstijd wordt nu helaas door de commercie geëxploiteerd. De ivoren slagtanden zijn het meest gewild, maar daarbij wordt heel veel ander materiaal op de markt gedumpt, waarvan de herkomst vaak volstrekt onduidelijk blijft. De ivoorjagers willen hun jachtgebied het liefst zo lang mogelijk geheim houden. ‘Siberië’, staat er dan op het label. Maar dat gebied is zo bizar groot, daar heb je voor de paleontologie helemaal niets aan.’

Inmiddels hebben Mol en Van Geel nog meer kiezen ter beschikking gekregen om oude etensresten uit te peuteren. “Alle hulp, met name van de vele verzamelaars langs de Nederlandse stranden, is meer dan welkom”, zegt Mol.

Trouw.nl is vernieuwd. Vanaf nu is onbeperkte toegang tot Trouw.nl alleen voor (proef)abonnees.


Wilt u dit artikel verder lezen?

Maak vrijblijvend een profiel aan en krijg gratis 2 maanden toegang.

Het e-mailadres bij dit profiel is nog niet bevestigd. Een link om te bevestigen kun je vinden in je inbox.
Ben je de link kwijt? Vraag hier een nieuwe aan.

Ongeldig e-mailadres

Wachtwoord is niet correct

tonen

Wachtwoord komt niet overeen

tonen

U moet akkoord gaan met de gebruiksvoorwaarden


Wij gaan vertrouwelijk om met uw gegevens. Lees onze privacy statement.

Deel dit artikel

Advertentie
In de ijstijd kon je gewoon naar Engeland lopen. En dat deden al die mammoeten dan ook

Paleontoloog Dick Mol

Uit de etensresten van het reuzenhert krijg je een beeld van het landschap, 40.000 jaar terug

Paleontoloog Dick Mol

Alle hulp, met name van de vele verzamelaars langs de Nederlandse stranden, is meer dan welkom

Paleontoloog Dick Mol