Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Het energielabel voor woningen is een hete aardappel

Groen

Katja Keuchenius

© HH, beeldbewerking Sander Soewargana

Energielabels moeten de woningmarkt verduurzamen, maar niemand voelt zich er verantwoordelijk voor. En het eenvoudige online aanvraagsysteem blijkt makkelijk te saboteren. Wat is zo’n label waard?

Op de Amsterdamse huizenmarkt hebben energielabels niet veel aanzien. Vertel je een makelaar dat je daarop let, dan kun je rekenen op een spottend lachje. “Zo’n label koop je voor een paar tientjes”, zei die van ons. We kochten, na een zoektocht van een jaar, een huis uit 1932 met energielabel C. Wat konden we doen om dat verder te verduurzamen? De huidige bewoners wisten ons er vreemd genoeg niets over te vertellen. En onze makelaar degradeerde het label opnieuw tot een makkelijk trucje voor een verkoper. “Hij vult wat zaken in en zegt ‘geen idee’ op vragen waar hij geen antwoord op weet.”

Lees verder na de advertentie

Wat is een energielabel dan waard, vroegen we ons af. En wij niet als enigen. Kamerleden van D66, PVV en PvdA en GroenLinks wilden vorige maand meer weten van minister Ollongren (binnenlandse zaken) over opgelegde boetes, gesjoemel met energie-indexen en het definitieve energielabel voor woningen.

De buren

Zo’n definitief energielabel kunnen huiseigenaren inderdaad voor een paar tientjes online aanvragen met wat documenten, zoals foto’s van dubbelglas of van een geïsoleerd dak. En die kun je ook bij de buren maken, zeggen critici. Een van hen is GroenLinks-Kamerlid Paul Smeulders: “De energielabels zijn niet betrouwbaar genoeg. Het kan nu gebeuren dat een energielabel wel twee of drie niveaus afwijkt van de werkelijke situatie.”

Minister Ollongren deelt die kritiek niet. Zij vindt dat de labels vooral een ‘bewustwordingsinstrument’ zijn. En dat bij 90 procent van de woningverkopen een label wordt overlegd, stemt haar tevreden.

Het idee voor een energielabel komt uit Europa. Lidstaten hebben allemaal verschillende labelsystemen. Nederland legt de verantwoordelijkheid bij huiseigenaren en geeft hun een boete van maximaal 405 euro als zij hun huis verkopen zonder definitief energielabel en dat, na een waarschuwing, ook niet aanvragen. In 2013 kregen alle huiseigenaren een indicatief label, op basis van onder meer het bouwjaar van hun huis. Online kunnen ze dat omzetten in een definitief label, met een expres zo simpel mogelijk systeem.

Makelaars hebben ook een rol. Zij zijn deskundig, dus zij moeten namens hun klant kritisch kijken of een energielabel past bij de woning

De Vereniging Eigen Huis is daar blij mee. Woordvoerder Hans André de la Porte: “Bij de invoering van het systeem moest je een labelinspecteur thuis laten komen voor zo’n 250 euro. Die liep 150 controlepunten af. Daar ging een hoop mis.” Sindsdien is er veel verbeterd, meent hij. Labelinspecteurs op afstand – dat zijn zo’n 850 gecertificeerde bedrijfjes – maken nog wel fouten, maar dat betekent niet dat de hele systematiek niet deugt. “In 90 tot 95 procent van de gevallen klopt het energielabel.”

Makelaars hebben ook een rol om het systeem goed te laten functioneren, vindt De la Porte. “Zij zijn deskundig, dus zij moeten namens hun klant kritisch kijken of een energielabel past bij de woning.” Dat doen de makelaars van de Nederlandse Vereniging van Makelaars dan ook ‘uiterst serieus’, zegt een woordvoerder. De praktijk is minder rooskleurig. Onze makelaar wees al op het gemak voor verkopers die ‘geen idee’ hebben en ook anderen zeggen dat de overheid de wettelijke rol nu eenmaal heeft neergelegd bij de verkopers.

Kaatsen

Zo wordt de verantwoordelijkheid voor een juist energielabel als een hete aardappel doorgeschoven. Martin Mooij, hoofd certificering en management bij de Dutch Green Building Council, een stichting die de vastgoedsector wil verduurzamen, herkent dat probleem. In het commercieel en maatschappelijk vastgoed ziet hij huurders en beleggers de bal al langer heen en weer kaatsen. “Ik zou wel willen, maar de belegger wil niet. Of: ik wil wel, maar mijn huurder niet.”

Nu gaat het label uit van het theoretisch ener­gie­ver­bruik van een gemiddelde gebruiker of bewoner. Maar niemand is gemiddeld

Mooij pleit er daarom voor het energielabel daarom te baseren op het daadwerkelijke energieverbruik van een gebouw. Dat maakt de gebruiker en de eigenaar samen verantwoordelijk. “En het is de meest efficiënte manier.” Nu gaat het label uit van het theoretisch energieverbruik van een gemiddelde gebruiker of bewoner, zegt Mooij. “Maar niemand is gemiddeld. Met een energielabel G kunnen nieuwe bewoners best een laag verbruik hebben als die de kachel laag zetten.”

Ook PvdA en GroenLinks vragen de minister het werkelijke verbruik mee te wegen. Ze wijzen op onderzoek van de TU Delft waaruit blijkt dat huizen met een groen label meer energie verbruiken dan verwacht. Dat geldt andersom voor huizen met rode labels: G maakt blijkbaar zuinig, A maakt dat bewoners de teugels laten vieren. Minister Ollongren stelt daartegenover dat de labels slechts het ‘gebouwgeralateerd’ energieverbruik aangeven. Dus hoeveel energie er nodig is voor verwarming, koeling en ventilatie, en niet voor het de koelkast, vriezer of andere apparaten.

“Maar veruit de grootste verbetering in energieverbruik komt door aanpassingen aan de woning, zoals isolatie”, zegt Mooij. Hij hoopt op een verplicht energielabel voor woningen, gebaseerd op het werkelijk energieverbruik. Zo’n label stelt eisen aan zowel de woning als de leefstijl van bewoners.

Voor kantoren komt er een drempelwaarde, zegt Mooij. “Vanaf 2023 moeten die minimaal een energielabel C hebben. Dat speelt nu al een rol, want er zijn kantoren die je straks niet meer kunt verhuren of waar je geen financiering voor krijgt.”

Ik zou verwachten dat ze daar een zakelijkere toon in voeren en niet hun mening, maar de feiten op tafel leggen

Dirk Brounen, hoogleraar vastgoedeconomie

Op de particuliere woningmarkt hebben energielabels ook effect op huizenprijzen, stelden onderzoekers van de Universiteit Tilburg. Gemiddeld leverden huizen in 2017 met een groen label (A of B) ruim 6000 euro meer op en woningen met een rood label (F of G) 13.000 euro minder dan huizen met een energielabel C of D. Dat geldt niet op oververhitte markten, zoals in de vier grote steden. Daar gaan woningen met groene energielabels nauwelijks voor hogere prijzen van de hand.

Oude plaat

Toch brengt verduurzaming van een woning financieel voordeel voor eigenaren. Ons huis kan volgens een bezoekend energieadviseur omhoog naar label A, na isolatie van dak, muur en vloer en installatie van vloerverwarming en een warmtepomp. Kosten: ruim 33.000 euro. Terugverdientijd: zo’n twaalf jaar. De energieadviseur schatte het energielabel van ons huis uit 1932 overigens in op D in plaats van de C die op Funda werd beloofd. Bij tekening van het voorlopig koopcontract waarschuwde de notaris al dat het energielabel niet het juiste pdf-formaat had, met twee schouderophalende makelaars naast zich.

Hoogleraar vastgoedeconomie Dirk Brounen herkent die houding. “Zij blijven vaak de oude plaat afdraaien dat energielabels niet uitmaken en onzin zijn”, zegt hij. “Ik zou verwachten dat ze daar een zakelijkere toon in voeren en niet hun mening, maar de feiten op tafel leggen. Tien procent van de mensen is van plan hun huis te verduurzamen. Dat is een kleine groep, maar die groeit snel.”

Lees ook:

Een energiezuinig huis is best duur

Investeren in het energiezuinig maken van een woning is voor veel huiseigenaren nog steeds een onzekere onderneming.

Deel dit artikel

Makelaars hebben ook een rol. Zij zijn deskundig, dus zij moeten namens hun klant kritisch kijken of een energielabel past bij de woning

Nu gaat het label uit van het theoretisch ener­gie­ver­bruik van een gemiddelde gebruiker of bewoner. Maar niemand is gemiddeld

Ik zou verwachten dat ze daar een zakelijkere toon in voeren en niet hun mening, maar de feiten op tafel leggen

Dirk Brounen, hoogleraar vastgoedeconomie