Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Heen-en-weer-wolf van Arnichem: ‘We houden alles een beetje primitief’

Groen

Joop Bouma

Jacob Versteegh trekt zijn pont over de Overijsselse Vecht. © Herman Engbers
Reportage

Recent verscheen een boek over het eeuwenoude Haersterveer en buitenplaats Arnichem, bij Zwolle. Jacob Versteegh bedient al 40 jaar het pontje. ‘We houden alles een beetje primitief.’

Hij heeft een bijnaam, de veerbaas van het Haersterveer. Schoolkinderen uit de buurtschappen Haerst en Genne, net boven Zwolle, noemen Jacob Versteegh de heen-en-weer-wolf, naar de vriendelijke wolf uit Annie M. G. Schmidts ‘Pluk van de Petteflet’. Versteegh bedient sinds 1978 het fiets- en voetgangerspontje in de Overijsselse Vecht bij Zwolle. Met zijn ruige kop, zijn getaande gezicht, witte baard en haren roept hij warempel het beeld op van de varende wolf uit het kinderboek.

Lees verder na de advertentie

Maar, de vergelijking gaat een beetje mank. De heen-en-weer-wolf uit het kinderboek was dolblij toen hij voor het eerst in wel tien jaar een mensenkind – Pluk met zijn takelwagentje – mocht overzetten. Geen levende ziel had het immers eerder aangedurfd bij de wolf aan boord te gaan. Dát euforische gevoel kent Versteegh niet, zeker niet aan het einde van het vaarseizoen.

Vriendelijk veerbaas

Diep in zijn hart zit de vriendelijke veerbaas niet verlegen om al die vreemdelingen die zijn prachtige gebiedje in het Vechtdal willen bezoeken. Hij zet ze dienstbaar en vriendelijk over, dat zeker. Maar de baas van het Haersterveer verlangt niet naar hordes bezoekers. Het moet niet te druk worden in zijn verstilde landgoedje in het prachtige Vechtdal. “Daarom houden we alles hier bewust een beetje primitief”, zegt hij. “Want alles gaat kapot als er veel mensen komen.”

Ik ben altijd blij als het weer 1 oktober is

Jacob Versteegh, heen-en-weerwolf

Dus blijft het veer en het gedoetje er omheen mooi zoals het was . Rondom het oude veerhuis uit 1923 dat hij sinds 1988 met zijn vrouw Bes bewoont is het een gezellig rommeltje. Veranderingen, hij houdt er gewoon niet van. “Ik kan ook niks weggooien. We houden het veer in de vaart met een groep van dertien vrijwilligers. Iedere nieuwe vrijwilliger komt altijd met verbeterplannen. Dat hou ik tegen. Mijn vader zei altijd: ‘Beter is de vijand van het goede.’ Vroeger begreep ik dat gezegde niet. Nu wel. Wat goed gaat, het goede, moet je niet veranderen.”

Aluminium monster

De gemeente Zwolle heeft eens voorgesteld, vertelt Bes Versteegh, om het oude pontje te vervangen ‘voor zo’n modern aluminium monster’. En dan wilden ze van de gemeente meteen ook maar de zanderige oprit aan de Zwolse kant van het voetveer even asfalteren. Het is daar altijd wat zompig. Dat kon wel wat strakker. “Dat hebben we dus tegengehouden”, zegt ze glimlachend. Veerbaas Versteegh (75), met schalkse blik: “We houden het met opzet een beetje modderig. Ik zie wel eens mensen staan aarzelen aan de overkant. Soms gaan ze maar weer terug als ze zien hoe het er aan die kant bijligt.”

Afgelopen voorjaar is er zowaar een veiligheidsinspectie geweest. “Een man met op zijn jas in grote letters INSPECTIE. Hij kwam alle veerponten in de drie noordelijke provincies bekijken. Het was een hele aardige vent, hoor. We hebben gezellig zitten praten. Hij heeft de gemeente geadviseerd een EHBO-trommeltje op de boot te leggen. Hebben we niks meer van gehoord.” Maar Versteegh weet ook wel, het hoeft maar één keer mis te gaan en het is gedaan met het Haersterveer.

Veerbaas Jacob Versteegh, staand op zijn hand getrokken pont, praat met bezoekers. © Herman Engbers

Leukste voetveer van Nederland

Ze kwamen de afgelopen zomermaanden weer in groten getale, de fietsers, de wandelaars, tot uit België, Canada en de VS. Om met het leukste voetveer van Nederland te worden overgezet, 60 cent voor een enkele reis. De overtocht duurt hoogstens drie minuten, tenzij er sterke stroming is in de Overijsselse Vecht. “Dan is het hard werken”, zegt vrijwilliger Ben Mulder, die al 40 jaar in Haerst aan de dijk woont en twee keer per week op vaste tijden het veer bedient. Het pontgeld mogen de vrijwilligers zelf houden.

Het pontje is het laatste hand getrokken veer in Nederland. Met twee houten klossen wordt het langs een kabel over de Overijsselse Vecht getrokken. Mulder: “Passagiers vragen wel eens: waarom zetten jullie er geen motortje op, toch veel makkelijker? Ik zeg dan altijd: nou, dat doen we niet omdat ik met zo’n lawaaiig motortje niet met u kan praten.”

Fraai herenhuis

De wandelaar en fietser die de zompige oever trotseren en zich laten overzetten komen in een prachtig stukje waterland met oude boerderijen, wildwallen en dijklichamen. Op steenworp van het veerhuis doemt achter wat fruitbomen een fraai herenhuis op, het ligt iets hoger op een natuurlijke heuvel van rivierzand: Arnichem.

Sinds de Middeleeuwen, vanaf ongeveer 1500, was er hier al een veer

Het veer vaart van 1 mei tot 1 oktober, het bootje is afgelopen week in de winterstalling gegaan. “Ik ben altijd blij als het weer 1 oktober is”, bekent Versteegh. “Ik zet ’s ochtends vroeg de schoolkinderen uit Haerst en Genne over. Dan moet ik om 7 uur op. In het voorjaar zit ik altijd weer te verlangen naar 1 mei, maar in september zie ik weer uit naar oktober.” De schooljeugd fietst in de winter om, verderop over de winderige Berkumerbrug.

Versteegh weet als geen ander dat zijn veer een lange geschiedenis heeft. De eerste vermelding van een veerman dateert uit het begin van de zeventiende eeuw. Het veerrecht van was sinds 1850 in handen van het huis, daarvoor lag dat recht bij de boeren en pachters van de grond in het gebied.

Buitenplaats Arnichem

De historie van het Haersterveer wordt beschreven in een zo juist verschenen boek van de Zwolse historicus Jan ten Hove over de buitenplaats Arnichem. Veer en veerhuis zijn onlosmakelijk verbonden met deze fraaie buitenplaats. “Sinds de Middeleeuwen, vanaf ongeveer 1500, was er hier al een veer”, vertelt Ten Hove, lopend over de oude Haersterveerweg, de landweg die Zwolle met het gebied achter de Overijsselse Vecht verbindt. “Het is hier al die eeuwen eigenlijk niets veranderd. Het landschap ziet er nog net zo uit. Nou ja, behalve dát gebouw dan.” De historicus wijst grijnzend richting nieuwbouw van het Van der Valk Hotel Zwolle langs de A28, in de verte.

Het veer was er dus al voor huis Arnichem werd gebouwd. Ten Hove vermoedt dat er eerder een boerenhoeve op de hoogte langs de Overijsselse Vecht heeft gestaan. De zandige oeverwal waarop het huis staat, leende zich uitmuntend voor bebouwing, zo bleven have en goed droog bij hoog water.

Ithakaprijs

Ten Hove’s boek ‘Arnichem, buitenplaats aan de Vecht’, won gisteren de Ithakaprijs voor wetenschappelijk onderzoek over Nederlandse kastelen, buitenplaatsen en landgoederen. Hij kreeg de prijs (5000 euro) van juryvoorzitter Paul Schnabel. De prijs is ingesteld na een schenking van oud-Eerste Kamerlid Els Veder-Smit (VVD), 97 jaar inmiddels, aan de stichting Kastelen, Buitenplaatsen en Landgoederen.

Ten Hove schreef het boek in opdracht van de huidige eigenaren van Arnichem, het echtpaar De Keijzer-Van Dedem. Zij kochten het huis in 2012 en besloten tot een ingrijpende restauratie. In de periode daarvoor had het huis lang leeggestaan, het gebouw was behoorlijk vervallen.

Arnichem heeft een bonte stoet van bezitters gehad. Zo was de buitenplaats jarenlang vakantieverblijf voor paters en fraters dominicanen. Het huidige huis Arnichem is in 1829 gebouwd, blijkt uit een gevelsteen. Sinds twee jaar wordt het herenhuis door de eigenaren permanent bewoond.

‘Arnichem, buitenplaats aan de Vecht’, Jan ten Hove, 216 pagina’s met bijna 300 illustraties, Wanders Uitgeverij, Zwolle.

Het graf van Lepejou is waarschijnlijk het oudste nog bestaande moslimgraf op Nederlandse bodem. © Herman Engbers

Het graf van Lepejou

De wildste geruchten gaan er over het eenzame graf in het parkbos van huis Arnichem. Onder twee staande stenen ligt, vrij diep in de grond, een loden kist met daarin waarschijnlijk de stoffelijke resten van een jonge man.

Hij heette Lepejou, bijgenaamd Apollo, volgens het Latijnse opschrift, werd geboren op het eiland Celebes (Sulawesi) in voormalig Nederlands-Indië en stierf in Zwolle op 23 juli 1828. Hij was bediende van Joan Hendrik Tobias, telg uit een Zwols patriciërsgeslacht die als ambtenaar in Nederlands-Indië werkte. De familie Tobias was decennialang eigenaar van Arnichem.

Tobias heeft Lepejou naar Nederland meegenomen, omdat hij een ‘zeer trouwe dienaar’ was aan wie ‘zijn dankbare meester steeds zal denken’, aldus de tekst op de steen. Het graf is waarschijnlijk het oudste nog bestaande moslimgraf op Nederlandse bodem. 

Lees ook: 

Met een pontje naar een poldereiland

De Zwanburgerpolder is een eilandje bij Warmond, alleen te bereiken met salonboot 'De heere Schouten'. Die vaart alleen bij goed weer, anders gaat-ie 'kojannen'.

Deel dit artikel

Ik ben altijd blij als het weer 1 oktober is

Jacob Versteegh, heen-en-weerwolf

Sinds de Middeleeuwen, vanaf ongeveer 1500, was er hier al een veer