Groene jeans zijn helderblauw

groen

Robin van Wechem

© Thinkstock

Bestaat er nog een leven zonder spijkerbroek? Je zou bijna denken van niet, aangezien maar liefst 95 procent van de Nederlanders er wel eens één draagt. Gemiddeld hangen er 5,4 paar jeans bij ons in de kast, doen we er één tot twee jaar mee en geven we er per stuk tussen de 40 en 80 euro aan uit, blijkt uit consumentenonderzoek van wasmiddelenproducent Robijn uit 2005.

Maar het productieproces van een paar denimpijpen is voor verbetering vatbaar. De productie van een spijkerbroek waarvoor 900 gram katoenen stof nodig was, kost volgens voorlichtingsorganisatie Milieu Centraal ongeveer 7000 liter water, 15 gram gewasbeschermingsmiddelen en 42 kilowattuur aan energie. Het maken van één paar jeans levert ongeveer tien kilo CO2-uitstoot op.

Vermalen puimsteen
En dan hebben we het nog niet eens over een zogenoemd gewassen exemplaar, dat er door ruwe bewerking zo mooi afgeragd uitziet. Het 'steenwassen' van spijkerbroeken gebeurt letterlijk met vermalen puimsteen, waarvan per kilo katoen al snel een halve kilo nodig is. Vervolgens moet het gruis er weer uit worden gewassen - niet zo goed voor een wasmachine - terwijl het afvalwater meestal wordt geloosd in een rivier in de buurt. Volgens de Wereldbank veroorzaakt het verven en behandelen van textiel 17 tot 20 procent van de industriële watervervuiling.

Ook andere soorten wassingen zijn milieubelastend. Zo wordt een broek voor een gebleekt effect eerst geverfd met allerlei chemicaliën en vervolgens behandeld met chloor. Voor een wassing zijn volgens brancheorganisatie voor mode en (interieur)textiel Modint gemiddeld 70 liter water en 150 gram chemicaliën nodig. Het proces kost 1,5 kilowattuur aan energie. Daarbij laat de waterzuivering van de betreffende fabrieken vaak te wensen over. Volgens milieuorganisatie Greenpeace is 70 procent van China's oppervlaktewater vervuild, wat in ieder geval gedeeltelijk is te herleiden tot de aanwezigheid van (sport)kledingmerken als Nike, Adidas en H&M.

Vanzelfsprekend
En toch gloort er hoop aan de denimhorizon, al ligt die volgens mode- en marketingspecialist James Veenhoff niet in de zoveelste duurzaamheidswinkel. "De vraag bij jeans is, 'zie ik er lekker uit?' en niet 'heb ik schone handen?'" zegt hij droogjes. "Niemand zit te wachten op weer een duurzaamheidswinkel. Duurzaamheid moet een vanzelfsprekend onderdeel zijn van passievol en innovatief vakmanschap. Neem de biologische slager op de Elandsgracht. Ik koop daar geen biefstuk omdat hij biologisch is, maar omdat het de lekkerste biefstuk is die je in Amsterdam kunt krijgen."

Veenhoff was medeoprichter en tien jaar lang directeur van de Amsterdam Fashion Week. In 2009 kreeg hij de IJ-prijs voor zijn bijdrage aan de promotie en economische ontwikkeling van de stad. Van het geldbedrag van de prijs heeft hij de Jean School opgezet, een driejarige mbo-opleiding aan het roc die studenten opleidt tot zogenaamde denim developer, spijkerbroekspecialist. De opleiding is onderdeel van het project House of Denim, waarmee Veenhoff Amsterdam op de kaart wil zetten als internationale jeansstad. "Amsterdam is niet zozeer een modestad als wel een jeansstad. Veel grote merken hebben hier hun hoofd- of ontwerpkantoor. Internationaal gezien staan we in de topvijf of toptien van jeanssteden, tussen Osaka, Istanbul en Los Angeles."

De Jean School wordt de eerste opleiding ter wereld die zich volledig op jeans richt, van katoen tot kassa. "Nu weten veel merken niet waar de onderdelen van hun product vandaan komen," vertelt Veenhoff.

Veenhoff: "Op de Jean School gaat het om de hele productieketen van de spijkerbroek, dus ook de productie van het garen, het weven van de stof en de afwerking."

Blauwe verf
De productie van jeans kan volgens Veenhoff schoner, droger en slimmer. "Schoner, zodat er minder giftige stoffen worden verbruikt. Droger, zodat er minder water wordt gebruikt en slimmer, zodat er toch nog geld aan te verdienen valt. Nu is er geen verband tussen door blauwe verf vervuilde rivieren in China en de kassa waar je een spijkerbroek van een paar tientjes afrekent. Dat moet anders: we moeten toe naar een brighter blue, naar een spijkerbroek met een transparanter en eerlijker productieproces."

De pioniers van Kings of Indigo (KOI) zijn een voorbeeld van het helderder blauw dat Veenhoff voorstaat. Het jeansmerk gebruikt het snijafval van het productieproces om nieuwe spijkerbroeken van te maken. De restjes van een grote lap stof waar modellen uit worden geknipt, worden versnipperd en weer tot een nieuwe doek geweven, zodat er geen katoen verloren gaat. Daarnaast worden afgedankte en ingezamelde jeans verwerkt tot grondstof voor nieuwe broeken, "Het lastige bij dat laatste is dat je een broek weer helemaal uit elkaar moet halen," vertelt Leonie Zijlstra van KOI. "De knopen, de ritsen, de spijkernoppen, dat moet er allemaal af. Maar uiteindelijk is gerecyclede katoen niet duurder dan 'verse' katoen."

In de komende wintercollectie van KOI zitten drie modellen herenbroeken die van 100 procent gerecyclede katoen zijn gemaakt. "Vorig jaar kon dat nog niet, omdat er toen nog verse katoenvezels moesten worden bijgemengd om de stof sterk genoeg te maken," zegt Zijlstra. En ook vrouwenbroeken kunnen nog niet van volledig gerecyclede katoen worden gemaakt. "De stretchstof die erin zit, is een mix van katoen en polyester. Dat is nog niet als geheel te hergebruiken. Nu is het allemaal nog nieuw en soms lastig, maar ik denk dat we over twee jaar enorme stappen hebben gemaakt, dat er dan veel meer kan dan nu."

KOI is mede opgezet door Tony Tonnaer, jarenlang directeur van het duurzame kledingmerk Kuyichi. Kuyichi gebruikt biologische katoen. Bij de teelt ervan worden geen pesticiden gebruikt. KOI gaat een stap verder, door niet alleen naar de grondstof te kijken maar ook naar de andere stappen in het productieproces. Zo brengt het bedrijf volgend jaar een broek op de markt die op een nieuwe manier is gewassen: zonder water. "De wassing, het kleurpatroon dat een spijkerbroek een afgedragen effect geeft, wordt in een computerprogramma geprogrammeerd en vervolgens door een laser op de broek gebrand," zegt Zijlstra. "Daar komt geen verf of puimsteen meer aan te pas. Dat scheelt enorm veel water en chemicaliën."

Ozon of eiwitten
Nienke Steen, adviseur duurzaamheid en kwaliteit bij textielbrancheorganisatie Modint, beaamt dat. "Jeansmerk Replay, dat ook met de lasertechniek werkt, claimt dat het 85 procent minder energie en water kost dan de gangbare manier van wassen." Hoewel het wassen met stenen nog dagelijkse praktijk is, wint de duurzame vorm langzaam terrein. Daarbij breken eiwitten de kleurstoffen in de spijkerbroek af. Steen: "Levi's doet aan droog wassen, steenwassen zonder water. Daarnaast is er een wassing mogelijk met ozon, dat spaart water en bleek."

Steen ziet in de jeanswereld een substantiële groene trend. "Verschillende merken zwengelen op grote schaal schonere productie aan. Ze sluiten zich aan bij de Sustainable Apparel Coalition en organisaties als BSCI of de Fair Wear Foundation, die gedragscodes opstellen voor arbeidsomstandigheden. Zandstralen, om spijkerbroeken een afgedragen effect te geven, is inmiddels door een paar grote merken in de ban gedaan, omdat het bij werknemers de dodelijke longziekte silicose kan veroorzaken."

Hele collectie
Droger, schoner en slimmer produceren gebeurt dus al, hoewel vaak nog niet voor de hele collectie. Bij KOI streven ze daar wel naar. Het merk is gebaseerd op de principes repair, reuse, recycle (repareren, hergebruiken en recyclen). Niet alleen gebruikt het merk hergebruikte katoen en milieuvriendelijke wassingen, het biedt klanten ook de mogelijkheid hun versleten jeans te (laten) repareren.

"Op de site kun je een gratis reparatiesetje bestellen, maar dat is eigenlijk meer een grappig hebbedingetje," vertelt Zijlstra. "Op termijn willen we een reparatieservice aanbieden via winkeliers, en in het ideale geval vanuit een eigen winkel. Het idee is dat mensen dan nog langer van hun broek kunnen genieten."

Het duurt nog wel even voordat de reparatieservice er ook daadwerkelijk is. "We zijn een nieuw merk, de eerste broeken moeten langer mee voordat ze versleten zijn."

Lees verder na de advertentie

Oude katoen van nieuwe spijkerbroeken
Volgens Sander Jongerius van kledingverzamelaar KICI wordt er jaarlijks 80 miljoen kilo afgedankte kleding ingezameld. Zo'n 8 tot 10 procent daarvan is van katoen, waarvan ongeveer de helft nog draagbaar is. Per jaar wordt er dus 4 miljoen kilo katoen ingezameld dat kan worden hergebruikt.

Daarnaast hebben jeansmerken een overschot op de voorraadplank die kan oplopen tot 100.000 kilo per merk per jaar. Dat overschot bestaat uit te veel geproduceerde spijkerbroeken of broeken met productiefouten, die niet mogen worden verkocht en nu nog vaak worden vernietigd.

Jaarlijks belandt 124 miljoen kilo textiel op afvalstortplaatsen of in de verbrandingsoven, volgens cijfers van de Vereniging Herwinning Textiel. Meer dan de helft daarvan zou nog geschikt zijn geweest voor hergebruik of recycling.

Trouw.nl is vernieuwd. Ter kennismaking mag u nu gratis onze artikelen lezen.

Deel dit artikel

Advertentie